De VN waren laf ten tijde van de val van Srebrenica

Door het tv-interview met voormalig Dutchbatcommandant Karremans lijkt het of de discussie over de rol van Dutchbat weer is heropend. De voormalige Nederlandse vertegenwoordiger bij de VN, Van Walsum, vindt „dat de Dutchbatmilitairen destijds een menselijk schild hadden moeten vormen om zodoende tijd te winnen om onderhandelingen op een hoger niveau met Mladic te beginnen” (Opinie, 5 augustus). Dit artikel getuigt van gebrek aan kennis en doet afbreuk aan de feiten. Van Walsum rept met geen woord over de lafhartigheid van de VN.

De VN waren tot de conclusie gekomen dat de militaire middelen ontoereikend waren om de veiligheid van de enclaves af te dwingen. De enclaves waren een blok aan het been. Toen de VN-Veiligheidsraad in het voorjaar van 1995 impliciet had besloten om de enclaves niet meer te verdedigen, liet men de moslimbevolking van Srebrenica aan haar lot over. Dutchbat stond er alleen voor. Nadat de enclave was gevallen, waren het de VN die aan Dutchbat opdracht gaven om te onderhandelen met het Bosnisch-Servisch leger.

Het had de hoge VN-militairen gesierd als zij onmiddellijk naar de enclave waren afgereisd. Hiervoor was geen menselijk schild nodig, zoals Van Walsum betoogt. Hiervoor was slechts een klein beetje moed nodig van de ‘bureauofficieren’ in Sarajevo. Bovendien had zo’n menselijk schild geen enkel effect gehad als men beseft dat een ‘verdwaalde’ Servische mortiergranaat op de compound, bij wijze van represaille, had kunnen leiden tot honderden slachtoffers onder de vrouwen en de kinderen.

Als Van Walsum de feiten had gekend, had hij zijn advies achterwege gelaten. Op 15 juli 1995 vonden in Belgrado de onderhandelingen plaats tussen de VN en Milosevic en Mladic. Tijdens deze onderhandelingen werd geen opheldering gevraagd over de mannen van Srebrenica. Over hun lot werd in de overeenkomst met geen woord gerept. De toenmalige VN-onderhandelaar, generaal Smith, vond dat een zaak voor het Rode Kruis. De VN eisten geen onmiddellijke toegang tot het gebied en accepteerden dat men pas op 21 juli het gebied in mocht. Dat was blijkbaar de tijd die Mladic nodig had om zijn moorddadige plan te voltrekken.

Op diverse momenten had dit drama kunnen worden voorkomen. Toen het zich eenmaal had voltrokken, had het aantal slachtoffers kunnen worden beperkt. Als de VN op 15 juli 1995 onmiddellijke toegang tot het gebied hadden geëist, had men wellicht nog duizenden levens kunnen sparen. De halfbakken adviezen, zestien jaar na dato, van oud-diplomaat Van Walsum hadden destijds niet het verschil gemaakt.

M. van den Doel

Oud-Tweede Kamerlid en defensiedeskundige. In zijn boek Binnenhof 1a gaat hij in op de val van de enclave Srebrenica.