Boos maar richtingloos

De protestmars van boze Spaanse jongeren is onderweg naar Brussel.

„Van noord naar zuid, van oost naar west, de strijd voor echte democratie gaat door.”

A group of "Indignant" demonstrators walk in the middle of a street in central Madrid on their way towards Brussels July 26, 2011. Hundreds of "Indignants" from major Spanish cities converged in Madrid this past weekend after a month-long march towards the Spanish capital and held a demonstration on the streets of Madrid against politicians, banks, the economic crisis and the austerity measures of Europe on Sunday. This afternoon a handful of them have started a march towards Brussels to continue their protest. REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

Rond een prieeltje in Mirando de Ebro, Noord-Spanje, staan 32 koepeltenten van betogers. Een groepje dorpelingen zit erbij, op de grond. Een twintiger in een geel verkeershesje vraagt de dorpelingen welke frustraties zij kunnen overbrengen aan het Europees Parlement. „Ze luisteren niet naar ons, maar nemen hun eigen beslissingen”, schreeuwt een kleine man van een jaar of vijftig, trillend op het puntje van zijn tenen. „Dat is geen democratie.”

De asamblea, of dorpsvergadering, is een dagelijks ritueel van de veertig indignados (verontwaardigden) die de komende maanden naar Brussel willen lopen, om daar te betogen. Twee weken geleden vertrokken ze uit Madrid. Het is een bont gezelschap, met onder meer een automonteur, een kunstenaar en een geitenhoeder die tevens scenario’s schrijft voor de Donald Duck.

Het is koud in Mirando de Ebro. De volgende dag is de langste dagmars gepland, 37 km naar Vitoria-Gasteiz, in Baskenland. „Je mag wel bij mij in de tent”, zegt Alex, een Duits-Spaanse jongen met zwarte voeten en een geruite pet. „Bij mij en mijn hond.” De werkloze ober loopt „uit principe” mee naar Brussel. „Banken en politici hebben te veel geld. Hoe dat anders moet?” (lange stilte) „Tsja, dat weet ik verder ook niet.”

Om half zeven ’s ochtends wordt met een lepel op een pan geslagen. „Kameraden, laten we onze weg vervolgen.” In een tent liggen dozen met plastic bekers, koekjes en stukken stokbrood. Een jongen uit de buurt komt koffie brengen, in melkflessen. Onder een boom zitten drie jongeren met laptops, het communicatieteam. Zij overleggen via Facebook met het ontvangstcomité in de volgende stad, maar zijn niet de leiders van de groep. „We hebben geen leiders”, zegt Veronica (33), kunstenares in het dagelijkse leven. „Beslissingen worden genomen op basis van consensus.”

Om half acht wil een deel van de groep niet meer wachten. Die vertrekt al, ondanks protesten. Drie kwartier later zet de rest, zo’n 25 man, koers richting de snelweg. „De kortste weg naar Vitoria”, zegt automonteur Anaki (32). „Het is belangrijk dat we zichtbaar zijn.” De vrachtwagens razen toeterend voorbij. „Steun voor de beweging”, weet Anaki. „Of misschien denken ze dat we gek zijn.”

Onderweg wordt gepraat over het doel van de tocht. De meningen lopen uiteen. Brian (31) uit Californië heeft een grote A, van Anarchie, op zijn rechterschouder getatoeëerd. „Deze mars is geen strijd voor Spanje, het is een internationale beweging. Dorpen moeten weer zelfvoorzienend worden. In ons systeem is geld te belangrijk.” De dakloze Tux (22) weet wat hij wil van de Europese Commissie. „Niets, dat hij verdwijnt.”

Het merendeel van de betogers is Spaans en minder radicaal. „Er moeten meer politieke partijen komen”, zegt Anaki. „Kiezers hebben te weinig invloed.” Beveiliger Sergio (26) valt hem bij. „Politici privatiseren zorg en onderwijs, maar ons wordt niets gevraagd. Democratie is een dictatuur van vier jaar.” De temperatuur loopt op tot dertig graden. Er ontstaat weer discussie over de te volgen route. Brian en zijn vriendin lopen met twee anderen verder over de snelweg. Twaalf anderen lopen verder over een zandpad. Veronica is boos en belt een van de volgauto’s.

De politieke discussie komt weer op gang. „De rijken hebben te veel geld en de armen te weinig, het is nog erger dan in het feodale tijdperk”, zegt iemand. Een ander weet een oplossing: multinationals moeten maar meer belasting betalen. „Het geld dat we nu betalen aan de Europese Unie kunnen ze beter aan de Spaanse bevolking geven”, zegt jongerenwerker Hannah (30). De groep arriveert bij treinrails. Elf mensen slaan links af. Veronica gaat in haar eentje de andere kant op.

Na een enkele pauze, een geplette banaan en een bezoek van de volgauto komen acht indignados rond een uur of vijf zingend aan in Vitoria-Gasteiz. „Van noord naar zuid, van oost naar west, de strijd voor de echte democratie gaat door, koste wat het kost.”

Lokale aanhangers serveren een grote paëlla. Het communicatieteam bezet een café. Er is contact met de mensen van een andere mars, vanuit Barcelona. „Toen wij vertrokken, noemden zij ons ongeorganiseerd. Maar zij hebben nu ook problemen met de organisatie”, glundert Veronica.

De lokale vergadering begint. Acht nieuwe deelnemers aan de mars stellen zich voor. Een Zwitserse, een Griekse, een Duitser en vijf Spanjaarden. Carmen (24) is net afgestudeerd en heeft zich aangesloten met drie vriendinnen. „We lopen een week mee in onze vakantie. En wie weet komen we later nog naar Brussel. Het is een avontuur.”

    • Rolinde Hoorntje