Werkloos, straatverkoper, voetbalgod

Irfan Bachdim wilde stoppen met profvoetbal, tot een club uit Indonesië hem vastlegde. Nu is hij er international. „Ik heb de hele dag geoefend op het volkslied, maar heb nog geen idee wat ik zing.”

Elske Schouten

In zijn thuisland weten slechts weinigen dat Irfan Bachdim een van de populairste Nederlandse voetballers is. Als hij naar het winkelcentrum gaat, wordt hij elke tien meter staande gehouden door giechelende meisjes die met hem op de foto willen. Volwassen mannen komen hem verlegen de hand schudden. Als fans hem op straat zien, beginnen ze het Turkse dansje te imiteren dat hij nadoet wanneer hij scoort.

En dan op internet. DJ Armin van Buuren zou de Nederlander zijn met de meeste volgers op Twitter, maar Bachdim heeft er met 800.000 bijna twee keer zoveel. Op Facebook gaat hij met 1,3 miljoen fans spelers als Wesley Sneijder en Arjen Robben ruim voorbij.

Irfan Bachdim, vandaag 23 geworden, is een ster in het voetbalgekke Indonesië, het land waar zijn vader is geboren. In november maakte de aanvaller zijn debuut in het nationale elftal, sindsdien is hij een ‘Bekende Indonesiër’. Hij figureert in talloze tv-spotjes, volgens zijn manager hebben ruim 17 miljoen Indonesiërs de ringtone gedownload waarop hij het volkslied zingt. Met zijn vrouw Jennifer, een Duits-Indonesisch fotomodel, vormt hij een sterrenstel á la David en Victoria Beckham.

En dat terwijl het toekomstperspectief een jaar geleden nog somber was, vertelt Bachdim in een koffiebar in Jakarta, waar de serveersters loeren op een fotomoment. „Ik speelde in Nederland, maar het was een beetje mislukt allemaal. Ik was niet doorgebroken.” Toen zijn vorige club HFC Haarlem begin 2010 failliet ging, stond hij op straat. Als baantje deelde hij een tijdje blikjes drinken uit op straat. Hij was van plan in september weer een opleiding te beginnen en te gaan voetballen bij de amateurs.

Maar nadat hij tijdens een liefdadigheidstoernooi in Indonesië had gescoord, vroeg de trainer van Persema Malang tot zijn verbazing of Bachdim bij de Indonesische club wilde komen spelen. „Ik dacht: dat moet ik gewoon doen.” Een paar weken later verruilde hij het ouderlijk huis voor een kamertje in Malang, Oost-Java.

Via zijn vader had hij al een Indonesisch paspoort, en na een paar maanden werd hij geselecteerd voor het nationaal elftal. Een droom, want het Nederlands elftal was veel te hoog gegrepen, wist hij. „Die hele dag heb ik geoefend op het volkslied. Ik heb nog steeds geen idee wat ik eigenlijk zing.” In een propvol stadion scoorde hij tegen rivaal Maleisië – zijn nationale doorbraak was een feit.

Intussen zijn veel Nederlandse voetballers Bachdim achterna gegaan. Oud-ADO Den Haag-speler Richard Knopper speelt bij PSM Makassar, Jhonny van Beukering verruilde Feyenoord voor Pelita Jaya, vlakbij Jakarta, maar speelt nu weer in het Belgische Visé.

Maar ook minder bekende beroepsspelers en amateurs probeerden het afgelopen half jaar een Indonesische voetbalcarrière te beginnen. Zij konden er vaak wel 3.000 euro per maand verdienen. Bovendien hoopten zij op méér, zoals oud TOP Oss-verdediger Regilio Jacobs zegt. Hij stapte dit jaar over naar de Tangerang Wolves. „Iedereen wil nu voor het nationaal elftal spelen. Ze zien natuurlijk Irfan Bachdim, en iedereen wil wel een international zijn”, weet Jacobs.

Bovendien was er begin dit jaar veel vraag naar Nederlandse voetballers. Moe van de endemische omkooppraktijken in de nationale competitie en het corrupte bestuur van de nationale voetbalbond, begonnen enkele zakenmannen een alternatieve voetbalcompetitie, waarin clubs maximaal vijf buitenlanders mochten opstellen. Maar Nederlanders met Indonesisch bloed staan te boek als Indonesiërs, dus zij waren zeer in trek.

Voor de ‘overstappers’ was het wel wennen. In Makassar op het eiland Sulawesi verkleedt Richard Knopper zich aan de rand van het veld, want kleedkamers zijn er niet. Een wedstrijd spelen is als „ploegen over een knollenveld”, zegt de oud-speler van Ajax en ADO, vooral als het flink heeft geregend. „Ik was vandaag bij de fysiotherapeut geweest, die had apparaten die ze vijftig jaar geleden in Nederland gebruikten.”

Over het spelniveau zegt Knopper: „Toen ik voor het eerst een wedstrijd zag, zei ik tegen mezelf: het lijken wel E-tjes. Zoals wanneer je klein bent, en je gaat lopen waar de bal is.” Toch geniet hij van het avontuur. „Het is puur een belevenis. Ik heb het enorm naar mijn zin.”

Voor veel spelers bleken de mooie beloftes die ze kregen bij het tekenen van hun contract, niet altijd uit te komen. De auto van de club komt pas na maanden, de bonussen die ze krijgen bij winst worden niet uitbetaald. Ook Bachdim moest vier maanden wachten op het huis dat hem was beloofd, en dat toen alleen koud water bleek te hebben.

Voor de Nederlandse spelers breken nu onzekere tijden aan. Na ingrijpen van de FIFA is er een nieuw bestuur van de voetbalbond en zullen de twee competities worden samengevoegd. Alle spelers moeten opnieuw onderhandelen over hun contract. En waarschijnlijk wordt de gunstige regeling voor Indische Nederlanders geschrapt .

Indonesië heeft sinds vorige maand een Nederlands bondscoach: oud-international Wim Rijsbergen. Tot nu toe is het alleen Irfan Bachdim gelukt in het nationaal elftal te komen. Zijn succes betekent dat hij nu „lekker kan leven”. Zijn salaris ligt op het niveau van een speler uit een kleine eredivisieclub, Bachdim verdient meer aan reclames en sponsors. Bovendien heeft hij de droom van zijn vader kunnen verwezenlijken: het oprichten van een weeshuis in Indonesië.

Dat hij onlangs in Duitsland is getrouwd met Jennifer, houdt zelfs de serieuze Indonesische pers bezig. Zelf blijft hij er nuchter onder. „Ik zie mezelf echt als een lucky bastard”, zegt hij. Zijn Indonesische roem zou hij zo omruilen voor een contract bij een club in de eredivisie, zegt hij, omdat het niveau daar hoger ligt. Maar Indonesië zal hem niet gemakkelijk laten gaan.