VS kondigen nieuwe sancties af tegen Syrië

De Verenigde Staten hebben de druk op het bewind van de Syrische president Bashar al-Assad gisteren verhoogd met harde kritiek op de onderdrukking van protesten en nieuwe sancties tegen een bank en het grootste telecombedrijf van het land.

„We zien allemaal met afschuw aan wat hij zijn eigen mensen aandoet”, aldus Witte Huis-woordvoerder Jay Carney, die er aan toevoegde dat president Obama meent dat Syrië beter af zou zijn zonder Assad.

De Amerikanen bepaalden dat de tegoeden in de VS van de Comericial Bank of Syria, de grootste commerciële bank van Syrië die overigens in staatshanden is, moeten worden bevroren en dat Amerikaanse bedrijven geen zaken meer met haar mogen doen. De bank zou ook diensten hebben verleend aan een Noord-Koreaanse bank die betrokken was bij de uitvoer van technologie voor ballistische raketten.

De sancties tegen Syriatel, het grootste bedrijf voor mobiele telefonie in het land, zijn vooral bedoeld om de familie van Assad te treffen. Het bedrijf is volgens Amerikaanse functionarissen in bezit van een neef van president Assad. In mei hadden de VS ook al enige sancties opgelegd aan Syrië om het regime te straffen.

De Syrische strijdkrachten blijven intussen keihard optreden tegen plaatsen, waar verzet bestaat tegen het regime, onder meer met tanks. Gisteren werd er volgens plaatselijke bewoners hevig geschoten in de straten van de oostelijke plaats Deir al-Zor, een bolwerk van sunnieten.

Eerder had het leger zich deels teruggetrokken uit Hama, nadat de militairen hun controle over de opstandige stad in het westen van het land hadden hersteld. Onafhankelijke journalisten werden er gisteren door de Syrische autoriteiten rondgeleid. De straten maakten volgens hen een verlaten indruk.

Volgens de Syrische regering was het nodig geweest de stad te zuiveren van „terroristen” uit het buitenland. De meeste waarnemers gaan er echter van uit dat de protesten uit de Syrische bevolking zelf voortkomen.

Bij hevige beschietingen van de kant van het leger zouden vorige week volgens bewoners in Hama 250 mensen om het leven zijn gekomen. Hama was in 1982 na een opstand al eens het toneel van een strafexpeditie van het Syrische leger, waarbij zo'n 20.000 mensen werden gedood.

Ook in de stad Homs kwam het gisteren volgens mensenrechtenorganisaties tot gevechten, waarbij achttien burgers zouden zijn gedood. De berichten vielen niet door onafhankelijke journalisten te verifiëren.

Mensenrechtenorganisaties en de oppositie gaan ervan uit dat sinds het begin van de onrust in Syrië dit voorjaar al zeker 2.000 mensen om het leven zijn gekomen bij de onderdrukking van de protesten tegen de regering. (Reuters, AP, AFP)