Stad van vele paleizen en onwaarschijnlijke monumenten

Berlijn is een stad die te groot is voor de mensen. Zij blijven figuranten. Het decor is gebouwd in moeilijke tijden. Tijdens de gelukkige periode is niets protserigs gebouwd.

Tourists walk through the Holocaust Memorial on June 17, 2011 in Berlin. The memorial, designed by US architect Peter Eisenman and inaugurated in May 2005, is made up of more than 2700 concrete steles forming a curved landscape in the heart of the capital. AFP PHOTO JENS KALAENE GERMANY OUT AFP

New York heeft de naam, maar misschien is Berlijn meer de stad bij uitstek, de stad aller steden. Een stad die boven zijn inwoners uitstijgt. Generaties komen en gaan, politieke regimes en systemen evenzeer – de stad blijft. Berlijn speelde in 1927 dan ook zonder moeite de hoofdrol in de documentairefilm Die Sinfonie der Großstadt van Walther Ruttman. Dit is het Berlijn van de vroege jaren van de Republiek van Weimar, na de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de vlucht van de keizer.

In die tijd werden oorlogen nog aan het verre front uitgevochten en Berlijn lag vér van het front. De fabrieken, de woonkazernes, de chique buurten van de rijken – dat alles lag er nog ongeschonden bij en Berlijn beleefde, tot aan de Krach van 1929, een periode van grote economische bloei. Ruttmans film laat dat goed zien: een nerveuze, hyperactieve atmosfeer waarin iedereen druk bezig lijkt ergens heen te gaan. Cocaïne was er vrij te koop – dat paste bij de nerveuze lichtzinnigheid van de stad.

In de jaren twintig van de vorige eeuw was Berlijn met bijna vier miljoen inwoners op Londen en New York na de grootste stad ter wereld. De groei was, als voor bijna alle Europese steden, vooral te danken aan de industriële revolutie aan het eind van de negentiende eeuw. Het inwonertal ligt nu overigens ongeveer een miljoen lager.

Berlijn was steeds niet alleen de stad van de economische, maar vooral ook van de politieke ambities. Vanaf begin achttiende eeuw was Berlijn de hoofdstad van het koninkrijk Pruisen, wat de de nodige paleizen heeft opgeleverd – alsmede de Brandenburger Tor, in 1788 gebouwd ter herinnering aan de manier waarop in 1787 Pruisische troepen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de opstand der Patriottenbeweging hadden neergeslagen.

Maar ook is er het onwaarschijnlijke monument van het Hamburger Bahnhof, in 1846 gebouwd als kopstation en in 1884 door de snelle ontwikkeling van de stad en gewijzigde plannen voor de loop der spoorwegen alweer buiten gebruik gesteld. Wonder boven wonder is het nooit afgebroken. Nu herbergt het gebouw een van de leukste en levendigste kunstmusea van de stad, het Museum für Gegenwart.

De Siegessäule, de overwinningszuil in de Tiergarten, symboliseert de overgang van Berlijn als Pruisische hoofdstad naar Berlijn als hoofdstad van de Duitse eenheidsstaat, schepping van rijkskanselier Otto van Bismarck. De meer dan 55 meter hoge constructie, waaromheen Wim Wenders in de film Der Himmel über Berlin in 1987 zijn engelen liet zweven, werd aanvankelijk opgezet als een Pruisisch monument – ter herdenking aan het neerslaan van de Deense opstand in 1864. Daar rolden de eenwording van het Duitse Rijk en de Duitse successen in de oorlog met Frankrijk van 1870-1871 overheen, zodat het ding bij de voltooiing in 1873 meteen die gebeurtenissen kon gedenken. De zuil stond eerst dichter bij de Reichstag, het in de jaren negentig weer in gebruik genomen parlementsgebouw. Maar in 1938 werd het naar het westen verplaatst, om beter te passen in de megalomane plannen die Hitler en zijn architect Albert Speer hadden voor de Welthauptstadt Germania.

Geluk bouwt geen protserige monumenten, zou je zeggen als je ziet dat die vrolijke jaren twintig er in Berlijn geen hebben voortgebracht. De betere architecten uit die jaren bouwden liever dingen waar je iets aan had – Bauhaus-architect Martin Gropius’ frisse, moderne arbeiderswoningen in de Siemensstadt bijvoorbeeld, of Hans Poelzigs Haus des Rundfunks.

Maar in Hitlers Derde Rijk was het weer helemaal raak. Het meest imposante, en tijdens de Tweede Wereldoorlog gerealiseerde voorbeeld is het vliegveld Tempelhof, midden in de stad, dat in 2008 buiten gebruik is gesteld. Alleen de centrale hal is al 1.200 meter breed en tot op de huidige dag weet niemand eigenlijk goed wat aan te vangen met al die reusachtige gebouwen en hangars, in een imposante cirkel rond de startbanen, nu tot publiek park gepromoveerd.

Elders in de stad staat het in 2005 gereed gekomen Holocaust-Mahnmal – ter herinnering aan de misdaden van het naziregime. Het is van de Amerikaanse kunstenaar Peter Eisenman en bestaat uit 2.711 betonblokken van verschillende grootte. Je zou misschien kunnen zeggen dat de omvang ervan correspondeert met de enormiteit van de misdaad die ermee wordt herdacht – maar misschien ook dat die grootte op een bedenkelijke manier de megalomanie van de misdadigers herhaalt.

Voor veel Berlijners geldt de periode 1945-1989, waarin de stad in vier bezettingssectoren was opgedeeld met vanaf 1961 de Muur die de Sovjet-sector van de andere scheidde, nu ook als een betrekkelijk rustige, haast idyllische periode. In West-Berlijn, als een enclave binnen de door de communisten geregeerde Deutsche Demokratische Republik gelegen, ging het leven zijn rustige, zwaar gesubsidieerde gang.

En de DDR was weliswaar een ondemocratische politiestaat, maar toch zijn er velen die met enige weemoed terugdenken aan Berlin – Haupstadt der DDR, zoals overal op spandoeken stond. In het Museum der DDR wordt die nostalgie tastbaar. Je kunt er kijken naar de DDR-televisie, in een Trabant-auto zitten, je vergapen aan de flesjes frisdrank waaraan de DDR-bevolking zich laafde. De burgerdroom van het Duitse communisme herleeft er – zoals je die ook zo goed ziet in de film Goodbye Lenin! van Wolfgang Becker uit 2003, waarin een zoon zijn bedlegerige moeder in de waan brengt dat het kapitalisme geen bezit heeft genomen van Oost-Berlijn.

Toch is dat wel zo, en met grote gevolgen. Zie de herbouw van het Potzdamer Platz of de Friedrichstrasse – een en al grote gebouwen en winkelketens. Beter dan de kaalslag ervoor, of de verwaarlozing van gebouwen in de DDR, dat wel. Maar op een bepaalde manier steekt de huidige situatie ongunstig af bij de filmbeelden uit de jaren twintig – waar is die nerveuze gezelligheid gebleven?

Weer lijkt Berlijn ten prooi aan krachten die zijn bewoners overstijgen. Zij blijven figuranten in een stad die zelf de hoofdrol speelt.

Morgen: De Muur, gefotografeerd vanuit Oost-Berlijn

    • Raymond van den Boogaard