Onrust over Franse kredietstatus

Daadkracht van president Sarkozy die niets opleverde, leidde gisteren tot grote onrust over de financiële status van Frankrijk. De Franse banken gingen vervolgens keihard onderuit.

Vorige week leek Frankrijk nog een zorgeloos vakantieland. Nu woedt er een monetaire storm: beleggers twijfelen aan de kredietwaardigheid van het land en verliezen hun vertrouwen in Franse banken die voor tientallen miljarden belegd hebben in Italiaans schuldpapier. Na Griekenland, Ierland, Portugal, Spanje en Italië, is Frankrijk aan de beurt.

De Franse problemen begonnen nadat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s afgelopen vrijdag de kredietstatus van de Verenigde Staten verlaagde van AAA naar AA+. Als het machtige Amerika op zijn plaats gezet kan worden door een S&P, waarom dan niet Frankrijk, zo begon het rond te zingen.

Van de zes eurolanden met een AAA-status is Frankrijk het kwetsbaarst. Het land leeft traditioneel op te grote voet. Het begrotingstekort lag vorig jaar op 7,1 procent. Daarbij groeit het renteverschil tussen de Duitse en Franse staatsobligaties. Steeds meer beleggers zoeken een veilige haven in Duitse staatsobligaties. De rente zakte daardoor van 3,03 procent op 1 juli naar 2.23 vanochtend. In Frankrijk zakt de rente minder snel. Van 3,5 procent op 1 juli tot 3 procent vandaag.

Op de financiële markten wordt Frankrijk daarom extra in de gaten gehouden, vooral de ontwikkeling van de risicopremie op staatschuld, de zogeheten credit default swaps (cds). Hoewel de risicopremie op Franse staatsobligaties met 175 basispunten nog geen tiende bedraagt van de Griekse, stijgt de Franse sinds juli wel fors. Het vertrouwen dat Frankrijk aan zijn verplichtingen kan voldoen neemt af. Ook al ontkennen kredietbeoordelaars in alle toonaarden dat er een Franse afwaardering aankomt.

President Sarkozy bracht vanuit zijn vakantieoord in de Lavandou begin deze week eerst zijn minister van Begrotingszaken Valérie Pécresse in stelling . „Nee, Frankrijk zal geen jota afwijken van het bezuinigingsprogramma. Ja, we houden vast aan een begrotingstekort in 2012 van 4,5 procent en 3 procent in 2013. En nee, er komt geen algemene belastingverhoging.” Frankrijk zou alles doen om een verlaging van de kredietstatus te voorkomen, beloofde ze.

Gisterochtend leek de rust terug. De beurzen in Amerika en het Verre Oosten waren opgeleefd nadat de Amerikaanse centrale bank de rente voor twee jaar had vastgezet. Precies het juiste moment, schatte president Sarkozy, om presidentiële daadkracht te tonen. Over negen maanden zijn er immers presidentsverkiezingen in Frankrijk. Begroting en belasting zijn belangrijke verkiezingsthema’s. Sarkozy wil de socialistische tegenkandidaat, wie dat ook zal worden, bestrijden met een strak bezuinigingsprogramma dat Frankrijk in 2013 op een begrotingstekort van 3 procent brengen dat binnen de eurozone wordt vereist.

De president riep zijn hele financiële top terug naar Parijs voor crisisberaad. De Franse beursindex steeg prompt twee procent. „Wij houden ons aan onze begrotingsdoelstelling, hoe de economie er ook voorstaat”, zei de president ferm. Maar veel duidelijkheid bracht hij niet: pas over twee weken zal de Franse regering nadere plannen presenteren.

De spoedbijeenkomst in Parijs bleek een paar uur later rampzalige gevolgen te hebben. Er was niets concreets uitgekomen en het woord ‘spoed’ schudde de markten wakker: de geruchten over een aanstaande afwaardering van de kredietstatus waren in één klap terug.

In een hypernerveuze atmosfeer renden beleggers vervolgens massaal naar de uitgang. Plotseling was er de angst dat de grote Franse banken, die voor tientallen miljarden in Italiaanse en Griekse staatsschulden zitten, zouden kunnen bezwijken. Aandelen Société Génerale stonden ineens 23 procent lager, ze sloten de dag af met 15 procent verlies. Ook Crédit Agricole en BNP Paribas moesten met respectievelijk 12 en 10 procent fors inleveren. De CAC-index eindigde ruim 5 procent lager. Terwijl er volgens bestuursvoorzitter Frederic Oudea van Société Génerale „totaal geen grond” was voor de paniekreactie. De bank heeft de beurstoezichthouder om een onderzoek gevraagd naar de gang van zaken.

Normaal gesproken kan Frankrijk zonder veel problemen aan zijn verplichtingen voldoen, meent de Rotterdamse monetair-econoom Casper de Vries. „De schuld is niet zo hoog en het land heeft een ruim geldmarktbeleid.” Het echte probleem is dan ook niet Frankrijk maar Italië, stelt hij. „Als Italië gesteund moet worden, komen alle landen in de eurozone in de problemen.”

Alles hangt af van het Europese noodfonds, EFSF. Frankrijk draagt daar voor 20 procent aan bij. Een vergroting van dit fonds kan een diep gat in de Franse begroting slaan, vrezen analisten. Met als gevolg een afwaardering van Frankrijk en mogelijk een afwaardering van het noodfonds zelf. Voorlopig kijken de kredietbeoordelaars gewoon naar bij stabiliteit van Frankrijk zelf, zo verklaarde Gary Jenkins van Evolution Securities vanochtend tegenover persbureau AP. „Groei is de sleutel voor deze stabiliteit.” Beleggers kijken daarom morgen met extra aandacht naar de Franse groeicijfers over het tweede kwartaal van 2011. In het eerste kwartaal groeide de Franse economie nog met 0,9 procent. De verwachting over het tweede kwartaal is al bijgesteld naar 0,2 procent. Verre van voldoende om de beoogde begrotingsdoelen te halen. Een nieuwe tegenvaller kan de beurzen meteen weer op tilt zetten.

    • Renée Postma