Noodhulp blijft een paardenmiddel

De droogte in Kenia en Ethiopië leidt nog niet tot grootschalige ondervoeding. Alleen in Somalië heerst op dit moment een acute noodsituatie. Hulp lost niet alles op, maar is toch noodzakelijk, stelt Arjan Hehenkamp.

De discussie in Nederland over wel of geen geld geven voor noodhulp aan Somalië dreigt te verzanden in een loopgravenoorlog tussen uitersten. Het ene kamp zegt: de hulp heeft geen zin, te midden van voortdurend geweld en terrorisme. Het komt toch niet goed terecht. Het andere kampt zegt: juist massale hulp is nodig, vanwege een hongersnood die plotseling is uitgebroken in de gehele regio, veroorzaakt door een natuurramp waaraan niemand enige schuld heeft.

Dit debat laat geen ruimte voor nuance en schetst zo een onvolledig beeld. Het roept vooral twijfel op over het nut en over het resultaat van noodhulp.

Artsen zonder Grenzen werkt al twintig jaar in Somalië. De situatie daar is uiterst complex. Discussie over humanitaire assistentie is dus nuttig. Wij zien het als onze plicht om, behalve praktische hulp te verlenen, het publiek en donateurs te informeren over achtergronden en oorzaken van crisissituaties en over mogelijke resultaten, maar ook over beperkingen van noodhulp.

De analyse van Artsen zonder Grenzen is dat de aanhoudende droogte in Kenia en in Ethiopië weliswaar fikse negatieve effecten heeft, maar dat ze in deze landen nog niet leidt tot grootschalige ondervoeding onder de bevolking. Alleen in Somalië, en onder Somalische vluchtelingen, heerst op dit moment een acute noodsituatie.

De voedselcrisis in de Hoorn van Afrika is volgens ons vooral een combinatie van conflict, ontheemding, obstakels voor hulp, droogte in Zuid-Somalië en vluchtelingenstromen die daarmee gepaard gaan. De hoofdoorzaak is niet het droge klimaat, maar vooral geweld – en dus mensenwerk.

Falend beleid van Somalische, regionale en westerse politici is medeschuldig. De oorlog tegen het terrorisme speelt hierbij een prominente rol. Hulp aan Somalië is jarenlang beperkt geweest in kwaliteit en hoeveelheid, onder meer uit angst dat deze hulp zou belanden in de handen van terroristen.

De betekenis van deze analyse is enerzijds dat noodhulp weinig blaam treft voor het ontstaan van de crisis in Somalië, maar ook dat hulp slechts een beperkt onderdeel is van de oplossing. Noodhulp blijft een paardenmiddel. Ze wordt ingezet waar de politiek heeft gefaald en waar – economische – ontwikkeling geen kans krijgt. Ze redt mensenlevens en voorkomt erger, maar is bij uitstek apolitiek en biedt dus geen uitweg voor het ingewikkelde conflict in het land.

Somalië is onveilig. Hulpverlening is daar moeizaam en gevaarlijk, maar niet onmogelijk.

Artsen zonder Grenzen biedt medische hulp in het land. Op dit moment gaat het om meer dan tien grote projecten. Daarmee worden ondervoeding en ziekten bestreden. Deze projecten bereiken, samen met onze voedselprogramma’s in Ethiopië en Kenia voor Somalische vluchtelingen, bijna 28.000 kinderen. Deze hulp is levensreddend en wordt nog verder uitgebreid. Onveiligheid en toegangsbeperkingen door strijdende partijen vormen obstakels. Daarom is een forse dosis ervaring en kunde wat betreft noodhulp én wat betreft Somalië een voorwaarde voor elke hulporganisatie die in Somalië wil werken.

In Somalië is acuut hulp nodig. Daarom zal Artsen zonder Grenzen alles uit de kast trekken om goede medische zorg te bieden. Andere gespecialiseerde noodhulporganisaties zullen dit ook doen. Gezamenlijk zullen wij zeker niet alle, maar wel veel noden kunnen lenigen – zelfs in Somalië. Onafhankelijke, geïnformeerde en ervaren noodhulp is niet alleen noodzakelijk, maar boekt ook resultaat.

Arjan Hehenkamp is algemeen directeur van Artsen zonder Grenzen.

    • Arjan Hehenkamp