Mariko Peters had afstand moeten houden

Mariko Peters (GroenLinks) is een invloedrijk Tweede Kamerlid dat in opspraak is geraakt. Ze is invloedrijk, omdat de Nederlandse militaire en civiele aanwezigheid in Afghanistan, provincie Kunduz, voor een belangrijk deel op haar conto kan worden geschreven.

Door daar politietrainingen te laten verzorgen, geeft het kabinet-Rutte in feite uitvoering aan een motie die oppositielid Peters in april 2010 samen met D66’er Alexander Pechtold had ingediend. Ze is in opspraak als gevolg van berichten in HP/De Tijd en later ook andere media, waaronder deze krant.

Die publiciteit bevatte mededelingen over ruzies tussen haar partner en diens ex-vrouw met onder meer hun kinderen als inzet. Conflicten die dus maar beter niet via de media kunnen worden uitgevochten.

Maar de artikelen gingen ook over de rol die Peters heeft gespeeld toen haar, destijds nog aanstaande, partner voor een theateractiviteit in Afghanistan subsidie aanvroeg bij het Prins Claus Fonds. Peters was indertijd, in 2005, als ambtenaar werkzaam bij de Nederlandse ambassade in Kabul. In die hoedanigheid kreeg zij de taak om het Prins Claus Fonds van advies te dienen over de subsidieaanvraag. Op dat moment, zo is uit uitgelekte e-mails van Peters gebleken, onderhield ze al intieme contacten met haar huidige partner. Ze nam die taak „graag” op zich, waar ze had moeten zeggen: hier kan ik niet meer de aangewezen ambtenaar voor zijn.

Zo laadde ze de schijn van belangenverstrengeling op zich en leek ze in strijd te handelen met de richtlijnen van haar werkgever, het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat maakte in zijn jaarverslag over 2004 nog melding van een gedragscode voor integriteit, getiteld Grens Inzicht. Die code was gepresenteerd op het departement en op de buitenlandse posten, en er was een voorlichtingscampagne mee gepaard gegaan.

Sinds de negatieve publiciteit over haar daalde, heeft Peters te lang vrijwel het zwijgen ertoe gedaan. Hetzelfde geldt voor de partijleiding van GroenLinks. Gelukkig verbrak ze die stilte via een vraaggesprek met deze krant, waaruit enige spijt over haar houding indertijd in Afghanistan sprak. Maar echt afstand nam ze niet van haar handelwijze. Als Kamerlid moet ze tegenwoordig de daden van het kabinet beoordelen. Van de minister van Buitenlandse Zaken mag ze, als lid van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, integer gedrag verwachten. Het helpt dan niet dat er twijfels blijven over haar eigen verleden.

GroenLinks zal zich herinneren wat toenmalig partijleider Femke Halsema in december 2010 in het parlement stelde: als Kamerleden in opspraak zijn geraakt „ontstaat een serieus probleem voor de geloofwaardigheid van de politiek”. Toch steunt de partijtop Peters en wacht onderzoek door het ministerie af. Noem het de mantel der liefde.