Huisdier is niet altijd goed voor 'n mens

Veel mensen, dierenliefhebbers voorop, denken dat een huisdier hebben gezond is. Maar daar is geen sluitend bewijs voor, betoogt de Amerikaanse psycholoog Hal Herzog in Current Directions in Psychological Science (augustus).

Herzog citeert onderzoek waaruit bleek dat mensen met huisdieren gezonder zijn en dat een huisdier aaien stressverlagend werkt, zelfs als het een boa constrictor is (mits een geliefd huisdier). Maar hij beschrijft ook minder bekend onderzoek waaruit bleek dat mensen met een huisdier vaker verzwakken of sterven binnen een jaar na een hartaanval dan mensen zonder huisdier. En enkele studies die aantoonden dat ouderen met hond depressiever zijn dan ouderen zonder hond.

Het probleem met onderzoek op dit gebied, schrijft Herzog, is dat de methodologie vaak niet deugt. Doordat je niet willekeurig aan sommige mensen een huisdier kunt toewijzen, blijft onduidelijk wat oorzaak is en wat gevolg. Ook mogen mensen vaak zelf vertellen hoe het met ze gaat – in één onderzoek onder chronisch vermoeide mensen zeiden de dierenbezitters dat hun huisdier energie gaf, maar intussen waren ze net zo moe en somber als huisdierloze patiënten. En, schrijft Herzog: als iedereen denkt dat huisdieren goed zijn, worden studies waar dat niet uitkomt minder snel gepubliceerd. Zeker als de onderzoekers van dieren houden.

Vorig jaar publiceerde Herzog een boek over de ingewikkelde relatie tussen mens en dier, getiteld Some we love, some we hate, some we eat .