Grote pensioenfondsen lijden onder beurscrisis

De twee grootste pensioenfondsen teren in op hun belegde vermogen.

De dekkingsgraad van de twee grootste pensioenfondsen, ambtenarenfonds ABP en Zorg en Welzijn, is snel gedaald door de schuldencrisis. Hun dekkingsgraad, de verhouding tussen hun bezittingen en hun (huidige en toekomstige) pensioenuitkeringen, is gedaald tot onder de 100 procent. Dat hebben de fondsen gisteren bekendgemaakt.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in 2009, toen de fondsen grote verliezen leden door de kredietcrisis, bepaald dat de dekkingsgraad niet onder de 105 procent mag komen. Ook moesten 340 van de circa 550 fondsen in Nederland een plan indienen voor herstel binnen vijf jaar. Als de fondsen eind dit jaar onder de 105 procent zitten, of niet aan de eisen van hun herstelplan voldoen, kan DNB besluiten tot ingrijpen.

De snelle daling van de dekkingsgraad komt door verliezen op de beurzen en door de daling van de zogenoemde lange rente: de rekenrente waarmee de fondsen bepalen hoeveel ze nu en straks moeten uitkeren.

Zowel ABP als Zorg en Welzijn zeggen nog „op het pad” van hun herstelplan te zijn. ABP heeft 2,8 miljoen deelnemers en had vorig jaar 237 miljard euro vermogen, Zorg en welzijn heeft 2,3 miljoen deelnemers en had in 2010 ruim 99 miljard euro.

De dekkingsgraad van Zorg en Welzijn was eind juni 110 procent en is nu „ruim onder de 100 procent”. ABP daalde in juli met 6 procentpunt naar 106 procent en zegt nu alleen „onder de 100 procent” te zitten. Exacte cijfers geven de fondsen niet, omdat ze gewoonlijk maandcijfers geven. Omdat de „financiële werkelijkheid in korte tijd ernstig veranderd” is, wil ABP zijn deelnemers wel tussentijds informeren, zegt een woordvoerder.

Zorg en Welzijn denkt dat inflatiecorrectie op de pensioenen dit jaar niet mogelijk is. ABP zegt in november een besluit te nemen. (NRC)