Een monsterfilm maken is ook gewoon leuk

Lost-regisseur J.J. Abrams liet zich inspireren door oude Steven Spielberg-films en zijn eigen super 8-experimenten.

„Ik heb mijn moeder ooit in een monster veranderd.”

scene uit de film Super 8 (2011) FOTO: UPI Left to right: Gabriel Basso plays Martin, Ryan Lee plays Cary, Joel Courtney plays Joe Lamb, and Riley Griffiths plays Charles Kasnick in SUPER 8, from Paramount Pictures. Francois Duhamel

Regisseur J.J. Abrams (45) maakte in zijn jeugdjaren met vrienden filmpjes met een Super 8-camera, en genoot van Spielbergfilms uit de jaren tachtig, zoals E.T. Hij is medebedenker en regisseur van de tv-serie Lost en regisseerde de elfde Star Trek-film uit 2009. Nu draait de film Super 8, over een groep kinderen die net als hij vroeger, een super 8-filmpje willen maken, in de Nederlandse bioscopen. En dan gaat er iets vreselijk mis.

Wat was het geheim van de films van Spielberg uit de jaren tachtig dat u dat gevoel in uw film ‘Super 8’ opnieuw wilt oproepen?

„Het hele idee van Super 8 ontstond aanvankelijk omdat ik een verhaal wilde vertellen over een jongen die die stomme super 8-filmpjes maakte, die vaak helemaal niet zo goed waren als je wilde. Terugdenken aan die ervaring was het begin. Terwijl ik aan het verhaal werkte, en het zich ontwikkelde, werd duidelijk dat het helemaal in de sfeer lag van de Spielbergfilms en zijn productiemaatschappij Amblin.

„Al die films hebben eenzelfde soort DNA. Ze gingen over gewone Amerikaanse mensen die in de suburbs woonden, en iets heftig surreëels meemaakten, of het nou iets bovennatuurlijks of wat dan ook was. Ze gingen over fundamentele en navoelbare relaties, gebroken gezinnen, belangrijke vriendschappen en kinderen. Vaak waren er kinderen in het hart van de film, ouder-kindrelaties, de eerste liefde: dat soort elementen, waar ik allemaal gek op ben. En er was ook altijd spektakel, in de zin dat er iets gebeurde wat je nooit in het gewone leven zou zien gebeuren.

„En dan was er een warm hart. Er zat veel gevoel in. De films waren niet bang om spektakel met drama en emotie te combineren, en dat vind ik heel belangrijk. Het ging me bij het maken van Super 8 dus niet zozeer om de jaren tachtig, of de kleren die ze toen aan hadden, of hoe alles er uitzag – hoewel dat natuurlijk heel belangrijk is. Maar waar het me werkelijk om ging was dat al die visuele effecten en de actiescènes in dienst staan van wat de personages allemaal voelen en meemaken.”

In veel van uw film- en tv-projecten, ook in Super 8, komen monsters voor. Spreken monsters een hedendaags publiek nog aan?

„Dat ligt er aan. Soms is het voor een paar scènes spannend, soms voor een hele film. En soms is het gewoon leuk. In het geval van Super 8 trok het idee van een monsterlijk wezen me aan, omdat het een manier was om zichtbaar te maken wat de jongen, de hoofdpersoon in de film, emotioneel doormaakt – het idee dat hij zijn moeder kwijtraakt. Het monster representeert dat waarvoor hij het meest bang is, het idee dat hij nooit over dat verlies heen komt.

„Zelf gaat het me vooral om de vraag: waarom bestaan die ideeën over monsters? Waar staan ze voor? En zoals ik al zei: het is ook gewoon leuk, om monsterfilms te maken. Ik herinner me dat ik als kind de film De Klokkenluider van de Notre Dame zag, met Charles Laughton in de hoofdrol, en dat ik alleen maar moest huilen. Tegelijk wist ik: ‘O jee, ze hebben make-up effecten gebruikt. Toch ging ik helemaal op in het verhaal en was er door ontroerd.’ Om die reden hou ik ook van Godzilla-films: het hele idee dat je met een film, met make-up en andere effecten, iets kunt maken wat mensen emotioneert, fascineert me.”

Even terug naar uw eigen verleden als super 8-filmend kind. Wat is uw favoriete filmpje uit die tijd, en welke wilt u nooit meer zien?

„Nou, ze vallen allemaal onder de laatste categorie. De meeste filmpjes die ik maakte waren experimenten om visuele effecten uit te proberen. Als je een visueel effect wilde bereiken op super 8-film, dan kon dat niet heel precies of makkelijk worden uitgevoerd. Als je bijvoorbeeld een splitscreenopname wilde maken – een opname links en rechts combineren – dan moest je de lens voor de helft afplakken zodat de helft maar werd belicht. Je kon ook niet langer dan twaalf seconden filmen, anders liep het filmpje vast. Vervolgens moest je het halfbelichte filmpje in een lichtdichte zak terugdraaien en dan de andere helft filmen op soortgelijke wijze. Dat soort stomme dingen deed ik allemaal, om te kijken of het werkte. Pas jaren later begon ik meer verhalend te filmen, iets met een begin, een midden en een einde.

„Ik gebruikte die technieken die ik eerder had geoefend om effecten in het verhaal te sorteren. Meestal waren het hele primitieve monsterfilmverhaaltjes. Ik maakte griezelige creaturen van mijn vrienden en familieleden. Ik heb mijn moeder ooit in een monster veranderd. Ze heeft een jaar gerookt, en gelukkig was het net in dat jaar dat ik haar filmde. Ik liet haar een sigaret opsteken, en riep dan ‘actie!’ en dan liet zij de rook uit haar mond komen. Het was hartstikke simpel, maar ik vond het fantastisch. Het was een overwinning!”