Een dip in de concentratie van methaan

Landbouw medeverantwoordelijk voor toename methaan (Foto Reuters)

Er zit een opvallend dipje in de concentratie van methaan in de laatste decennia van de vorige eeuw. Het begon rond 1980 en eindigde een paar jaar geleden, toen de concentratie weer gestaag begon te stijgen.

Nog steeds is niet duidelijk hoe dat komt. Vandaar dat wetenschappers er al een tijdje op studeren en deze week stonden in het wetenschappelijk tijdschrift Nature maar liefst twee studies (hier en hier de samenvatting) naar de oorzaak. Maar ook na deze studies hebben we geen uitsluitsel.

Het antwoord is van belang omdat methaan een zeer agressief broeikasgas is, ongeveer 20 keer sterker dan kooldioxide (daar staat dan wel weer tegenover dat het sneller uit de atmosfeer verdwijnt en dat de concentratie aanzienlijk lager is). Dus als we zouden begrijpen waardoor de concentratie lange tijd niet is toegenomen, zouden we er misschien iets aan kunnen doen.

Mits die recente afname het gevolg is van menselijk handelen, want methaan borrelt bijvoorbeeld ook gewoon op uit moerassen. Wat dat betreft bieden beide studies wel aanknopingspunten. Ze komen tot heel verschillende conclusies over de oorzaak, maar ze zijn het erover eens dat menselijke activiteit een belangrijke rol speelt.

Het ene onderzoek noemt de veranderende productiewijze van fossiele brandstoffen een belangrijke reden. Onderzoeker Murat Aydin van het Irvine instituut van de universiteit van Californië, die de concentratie van methaan heeft bestudeerd op basis van boringen in het ijs van Groenland en Antarctica, zegt in een reactie:

‘Methane became economically valuable only during the second half of the 20th Century. We think this had a role in it. We’re not suggesting we used less fossil fuel, but because we were more careful about capturing the natural gas and using it as an energy resource, emissions of these gases into the atmosphere declined at the end of the 20th Century.’

Het andere onderzoek, onder leiding van Fuu Ming Kai van hetzelfde instituut, concentreert zich op de landbouw en dan vooral de rijstbouw. Zij baseren zich op de chemische samenstelling van de atmosfeer tussen 1980 en 2005:

‘Approximately half of the decrease in methane can be explained by reduced emissions from rice agriculture in Asia associated with increases in fertiliser application and reductions in water use.’

Martin Heimann van het Duitse Max Planck Instituut voor biochemie noemt het (lees hier) opvallend dat twee onderzoeken uitgevoerd binnen één instituut tot zulke verschillende conclusies komen:

‘But I think both analyses are scientifically sound and in themselves consistent […] At this time I would not favor one over the other.’

Nou weten we het dus nog niet.

    • Paul Luttikhuis