De laatste zomer?

Een wijs man heeft eens gezegd: als de wereld morgen ondergaat, dan plant ik vandaag nog een boompje. Een columnist is geen tuinier, hij kan dus niet beter doen dan vandaag zijn stukje schrijven, terwijl hij weet dat de wereld een crisis dreigt waarbij vergeleken die van tachtig jaar geleden verbleekt. Morgen is dat stukje misschien al achterhaald of irrelevant geworden.

Want alles gaat snel. Drie weken geleden besloten de landen van de eurozone tot een tweede reddingsoperatie voor Griekenland – na die van vorig jaar. Maar deze keer bekroop hun het gevoel dat het niet zo door kon gaan. Want nu dreigden Spanje en Italië om te vallen. België en Frankrijk kwamen in het vizier. Tja, als Amerika zelfs zijn triple-A status verliest, wordt alles denkbaar.

Amerika heeft dan nog het voordeel één regering te hebben. Europa niet. Dus, zo is de logische conclusie, moet Europa, of althans de eurozone, één politiek regime krijgen. De naam van Van Rompuy wordt genoemd. Ook dat is logisch, want hij is al voorzitter van de Europese Raad, het college van de regeringsleiders van de nog soevereine Europese staten.

De stap naar een Europese economische regering is dan niet ver. Zoiets heeft Sarkozy altijd bepleit, maar Angela Merkel tegengehouden. Na de tweede Griekse reddingsoperatie is Sarkozy in gedachten alweer een stap verder. Volgens The Economist zou hij tegen zijn Europese collega’s hebben gezegd: „Ik ben een federalist.” Een federalist – dat is iemand die bereid is de soevereiniteit van zijn land op te geven.

Als een erfgenaam van generaal de Gaulle zich federalist noemt, dan zijn we al heel ver. Want volgens de Gaulle waren federalisten jeans-foutre, dat wil zeggen: nietsnutten, jan doedels, lummels. Frankrijks soevereiniteit was immers heilig. Kortom, na de Gaulle leek het idee van een Europese federatie dood en begraven, en als er in Nederland nog over gedroomd werd, prikte Bolkestein twintig jaar geleden die droom door – onder zwak en spoedig uitdovend protest.

Maar nu lijkt dit idee een tweede kans te krijgen. Dat die renaissance juist uit gaullistische hoek moet komen, is ook niet zonder innerlijke logica: Frankrijks leidende gedachte – onder gaullisten of socialisten – is altijd geweest het sterkere Duitsland in toom te houden: als het niet kan via het Europe des états van de Gaulle, dan maar via een federatie.

Dat Sarkozy’s plotselinge geloofsbelijdenis meer is dan een gedachtenloos uitflapsel, kan worden opgemaakt uit een artikel in Le Monde van 2 augustus van de hand van Hubert Védrine, die Frans minister van Buitenlandse zaken was van 1997 tot 2002 in de regering van de socialist Jospin. Zo’n man schrijft zo’n artikel niet zonder serieuze aanleiding.

Die aanleiding nu vindt Védrine niet in een uitlating die Sarkozy al dan niet gedaan zou hebben, maar in het pleidooi van ‘nieuwe federalisten’ voor de aanstelling van een Europese ‘minister’ van Financiën of Economische Zaken, die eventueel ook een Franse nationale regering of volksvertegenwoordiging zou mogen overrulen. Dat zou volgens Védrine de weg openen naar een „postdemocratisch Europa”, dat altijd een duidelijke verleiding heeft gevormd voor „europeïstische” technocraten.

Het is niet helemaal duidelijk waar Védrine zich over opwindt, want hij zegt zelf dat, zelfs al zou dit nieuwe federalisme een goed idee zijn, het een majeure herziening van het Verdrag van Lissabon zou vergen, en welke regering zou zich opnieuw in zo’n parcours van ratificaties durven te storten? Hij eindigt met de oproep: „Laten we niet de dunne draad breken die bestaat tussen ‘Europa’ en de democratische legitimiteit.”

Védrines artikel zou aldus samengevat kunnen worden: een Europese federatie? Akkoord, maar uitsluitend indien gelegitimeerd door een democratisch proces, en dat betekent: ratificatie zoals voorgeschreven door de grondwetten van de deelnemende staten. Dit is in feite hetzelfde standpunt als het Duitse Constitutionele Hof in 2009 heeft ingenomen. Of een federatie ooit kans maakt langs die weg tot stand te komen, is een andere vraag, hoewel ook een belangrijke.

Deze vragen vallen natuurlijk in het niet bij de storm die alle economieën te wachten staat. Maar het is nog altijd beter zich ermee bezig te houden dan in een dolce far niente te zonnen op de stranden van Spanje en Griekenland – landen waarvan het ene wankelt op de rand van de afgrond en het andere er al in getuimeld is –, ondertussen onze gêne, als we die al zouden voelen, sussend met de gedachte dat we die landen nog helpen door er ons geld uit te geven. Beter ook dan langs de Amsterdamse grachten de wereld te tonen wat een leuk, tolerant volkje we wel zijn. Zouden die hedonistische attracties een echte crisis overleven? Beleven we de laatste zomer vóór de val? Of is die in Londen al begonnen?