De commode-cam gewogen

Het is nog maar een plan, maar het klinkt als een onafwendbaar feit. Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) overweegt in kindercrèches camerabewaking in te voeren. Aanleiding is de zedenzaak in een Amsterdamse crèche waar Robert M. talloze kinderen ongemerkt kon misbruiken. Dat heeft serieuze vragen opgeleverd over controle en toezicht.

Zoals vaker wordt dan gegrepen naar de bewakingscamera. Dat middel heeft de afgelopen tien jaar een enorme vlucht genomen. Deels omdat camera’s goedkoper en efficiënter werden. Zo kwam permanent toezicht binnen bereik van ieder die iets heeft te bewaken of te controleren. De burger is zo gewend geraakt aan het alziend cameraoog in winkels, stadions, openbaar vervoer, snelwegen, et cetera. Dankzij de pc en de gsm is de burger de videocam ook zelf voor alle mogelijke vormen van communicatie gaan gebruiken.

Beeld is een nieuw massamedium. Dus waarom niet ook in de crèche? In beginsel moeten ouders, crèches en hun personeel zelf uitmaken of een webcam boven iedere commerciële babycommode een goed idee is. De bezwaren kan iedereen zelf bedenken. Privacy, vertrouwen, effectiviteit, kosten/baten, beeldopslag en -gebruik, toegang, enzovoort. De ironie in dit geval wil dat Robert M. zijn misdrijf deels óók met een camera pleegde.

De vraag naar proportionaliteit moet dus ook gesteld worden. Staat het middel van de alom aanwezige ‘commodecam’ in redelijke verhouding tot het doel: toekomstige pedofilmers verhinderen of voorkomen? En wie neemt er eigenlijk plaats in de controlekamer om straks alle bewakingsbeelden ‘uit te kijken’, zoals de term luidt? Daar zal vast een extern bedrijf zich voor melden: ‘Securikids, uw Betrouwbare Crèchebewaker’. Maar videocontrolekamers zijn niet waterdicht gebleken.

Nu digitaliseert de samenleving in een hoog tempo. Toch lijkt deze Brave New World een stap te ver. Ouders onderhouden met een kinderopvang immers een andere relatie dan met hun bank, waar ook kostbaarheden worden afgegeven en camera’s hangen. Met hun kind geven zij het dierbaarste in bewaring dat het leven hun heeft geschonken. In het hart van iedere ouder schieten de meest vergaande beveiligingsmiddelen nog tekort als het om het eigen kind gaat. Tegelijk is de menselijke maat in de relatie met de crèche dominant. De verzorger die het kind ’s ochtends ontvangt is geen vervangende ouder. Maar wel de medemens die volledig borgstaat voor veiligheid, voedsel, zorg, troost en comfort voor het eigen kind. In die persoon stelt een ouder vertrouwen, al het andere is bijzaak. Of controlekamers met videobewakers daaraan zullen bijdragen moet ernstig betwijfeld worden.