Danseressen en helden

Willkommen! Bienvenue! Welcome! Welkom in Berlijn, welkom in de jaren dertig! Fremde, étranger, stranger. Welkom in nachtclub Kit Kat Klub, welkom bij de musical Cabaret. Veel showdanseressen, heerlijke musicalmuziek en de nazi’s die op de achtergrond de wervelende stad naar de bliksem helpen. Voor het eerst opgevoerd op Broadway in 1966. Het publiek werd welkom gezongen door de gastheer van de Klub (in de Nederlandse musicalversie gespeeld door Willem Nijholt): Glücklich zu sehen/ Je suis enchanté/ Happy to see you/ Bleibe, reste, stay/ Wir sagen/ Willkommen! Bienvenue! Welcome! Im Cabaret, Au Cabaret, To Cabaret!

Marlene Dietrich zong natuurlijk ook over Berlijn. Uit 1951, bijvoorbeeld, is Ich hab’ nog einen Koffer in Berlin, origineel van de behoorlijk in vergetelheid geraakte Bully Buhlan. Dietrich maakte het bekend, met haar licht-hese timbre en de timide pianobegeleiding. Parijs is mooi en Rome, och Rome is ook al zo prachtig. Maar niets kan tippen aan Berlijn. Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin/ Deswegen muss ich nächstens wieder hin/ Wunderschön ist’s in Paris auf der Rue Madeleine/ Schön ist es im Mai in Rom durch die Stadt zu gehn’n/ Doch ich häng’, wenn ihr auch lacht, heut’ noch an Berlin.

Lou Reed sluit, hoe raar het ook klinkt, bijna naadloos op Dietrich aan: hij begint ook stilletjes met piano en hese stem, op zijn elpee Berlin: een zwaarmoedige plaat uit 1973, over drugs, zelfmoord, seks, geweld. Eigenlijk ging de plaat niet over Berlijn, zei Reed, maar over ‘de grote stad’. Het had ook Ohio kunnen zijn, wat hem betreft. Het openingsnummer Berlin is nog rustig, stilte voor de storm. In Berlin, by the wall/ you were five foot ten inches tall/ It was very nice/ candlelight and Dubonnet on ice.

Na Reed kwam David Bowie met twee Berlijnse platen, ter plekke opgenomen: Heroes en Low. De single Heroes haalde in 1977 de Nederlandse Top-40. I can remember/ Standing, by the wall/ And the guns shot above our heads/ And we kissed/ as though nothing could fall/ And the shame was on the other side/ Oh we can beat them, for ever and ever/ Then we could be Heroes/ just for one day.

Pink Floyd zong ook over de Muur (nee, niet Another brick in the wall – dat gaat helemaal niet over deze Muur). In 1994 was de Muur vijf jaar neer, maar in het droevig stemmende A great day for freedom van het album The Division Bell, constateert Pink Floyd dat van de hoop van ’89 al heel veel is verlogen. On the day the wall came down/ And with glasses high we raised a cry for freedom had arrived/ Now frontiers shift like desert sands/ While nations wash their bloodied hands/ Of loyalty, of history, in shades of gray.

Voor Nederland blijft Over de Muur van Klein Orkest het ultieme Berlijnlied. Een bescheiden hit in 1984 (nummer 10 in de Top-40), maar nooit meer verdwenen uit welke Top 2000 dan ook. Nog steeds overtuigt de protestsong, over Oost-Berlijn, Unter den Linden en West-Berlijn, de Kurfürstendamm.

Een protest tegen de Muur, tegen de Koude Oorlog, tegen de DDR. Maar wat is nou die heilstaat/ Als er muren omheen staan/ Als je bang en voorzichtig met je mening moet omgaan. Maar ook een protest tegen het Westen, want Harry Jekkers snauwt: Maar wat is nou die vrijheid, zonder huis, zonder baan?/ Zoveel Turken in Kreuzberg die amper kunnen bestaan.

En het refrein, we kunnen het dromen, vertelt nog eens hoe het was in die gedeelde stad. Alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn/ Worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten/ Over de Muur, over het IJzeren Gordijn/ Omdat ze soms in het westen, soms ook in het oosten willen zijn/ Omdat er brood ligt soms bij de Gedächtniskirche, soms op het Alexanderplein.

    • Peter Leijten