Broeders in zelfkennis

Bij de vrijmetselarij blijken ook jongeren te zitten die daar graag ‘aan zichzelf bouwen’.

Gesprek over de betekenis van de rituelen met drie jonge broeders van de loge Acacia.

„Mijn collega’s weten niet dat ik bij de vrijmetselarij zit, en dat hoeven ze niet te weten ook.” David (34) is er duidelijk over. Er kleven nog te veel vooroordelen aan het genootschap. Een keer kwam de vrijmetselarij op Davids werk ter sprake. „Collega’s maakten de vergelijking met Mat Herben, er werd meteen een etiket opgeplakt. In zo’n discussie houd ik me afzijdig. Sterker nog, niet eens al mijn vrienden en familieleden weten het. Vrijmetselaar ben je voor jezelf, dat is voor de buitenwereld niet relevant.”

Evenals David is Michiel (35) een jong lid van de ‘loge Acacia’ in Rotterdam. „Ik denk dat iedere broeder wel een keer zijn neus heeft gestoten, die eerste keer dat je vertelt dat je vrijmetselaar bent”, zegt hij. „Je bent trots op je lidmaatschap, omdat je weet wat het voor jou betekent. Maar vervolgens krijg je kritische vragen waar je het antwoord niet op weet. Je begint net, je moet het allemaal nog ontdekken. Het is ook niet in vijf minuten aan de lunchtafel uit te leggen.”

Samuel (34), is het derde jonge Rotterdamse logelid. De drie mannen zijn hoogopgeleid en hebben een goede baan. „Je bent bang dat mensen heel anders naar je kijken als ze het weten”, zegt hij. „Er kleeft een stigma aan en dat is er niet uit te slaan.”

Dat je niet alles kunt vertellen over het genootschap is volgens Samuel het dilemma van de vrijmetselarij. „Er is altijd een soort tweespalt waar we in zitten. Je kunt niet alle openheid geven, dus er zit altijd een bepaalde nevel, een vlaag van mystiek omheen.”

„Laten we helder zijn: je mag er alles over zeggen”, onderbreekt Michiel. „Niets is geheim, ook de inwijdingsceremonies niet. Je wilt alleen niet de verrassing weggeven. Alles is te vinden op internet. Maar als je het leest dan denk je: waar gaat het over? Is dit nou leuk?” Samuel: „Toen ik overwoog lid te worden heb ik daar heel bewust niets over opgezocht, geen filmpjes op YouTube bekeken. Daarmee verpest je het voor jezelf. Je moet het beleven, het ondergaan.”

Waarom zijn zij vrijmetselaar geworden? Michiel: „Ik miste een plek waar je goed je gedachten kunt delen. Ik kan hele goede gesprekken met mijn vrouw hebben. Toch merkte ik dat ik over bepaalde zingevingsvraagstukken makkelijker kon praten met vrienden. In mijn studententijd was ik lid van een herendispuut. Dat was altijd: mannen onder elkaar. En daar had je soms goede gesprekken tot in de late uurtjes in het café. Als je gaat werken, dan is die behoefte niet weg, maar de mogelijkheden voor zulk contact zijn schaars. Het brallen en het bier, dat hoeft nu niet meer, maar wel de goede gesprekken en het kunnen nadenken over dingen. De vrijmetselarij is een van de plekken waar dat kan.”

„Ik vind de vrijmetselarij een verademing”, vertelt Samuel. „Als ik naar de loge ga, roep ik vaak grappend naar m’n vriendin: ik ga naar de oude lullenclub. Het is geen geheim dat ook de vrijmetselarij vergrijst. Het zijn nog echte heren. Ik vind het fijn om ergens te zijn waar galantheid, een bepaalde hoffelijk geldt.”

„Je praat nooit door elkaar heen, je laat elkaar uitspreken”, legt Michiel uit. „Je overtuigt elkaar niet van jouw gelijk, want de ander zou ook weleens gelijk kunnen hebben. Je geeft elkaar de tijd om erover na te denken. Die manier van omgaan met elkaar, dat heeft me wel veranderd. Ik ben milder geworden en oordeel minder snel over een ander.”

„Ik kijk echt uit naar de dinsdagavond, de avond dat we samenkomen. Dat moment in de week dat ik in vrijheid kan werken aan de geest. Vrijmetselarij biedt deels zingeving, maar dan wel op persoonlijk vlak. Het is vergelijkbaar met wanneer je als groot liefhebber naar een fantastische theatershow gaat. Dat geeft zo’n fijn gevoel dat je in de dagen erna er nog steeds op terugblikt. Dat heb ik op zo’n dinsdagavond ook.

Is de toetreding een rite de passage, een overgangsritueel? Volgens David kun je het zo wel omschrijven. „Het doet wel wat met je. Je beleeft alles heel erg intens. Het draait namelijk allemaal om jou. Het is een toneelstuk waar jij de hoofdrolspeler in bent, je weet alleen niet wat er met je gebeurt. En iedereen om je heen weet het wel en houdt jou in de gaten. Dat maakt je ongemakkelijk. Er is zo veel symboliek, die je maar deels begrijpt. De drie keren dat ik een ritueel heb ondergaan, lag ik vervolgens tot vijf uur ’s nachts naar het plafond te staren: wat is me nou overkomen?”

„De volgende dag word je wakker en je denkt: hé, ik ben vrijmetselaar”, vertelt Samuel. „Dat maakt zo’n indruk.” Michiel: „Je wordt geraakt en als je geraakt wordt, dan verander je. De hartelijkheid na zo’n ceremonie, de wereld die voor je opengaat, je wist niet eens dat die bestond.” Tegelijkertijd stelt het ook weer niet heel veel voor, vindt David: „Niemand ziet het aan je, misschien alleen dat je aan het glimmen bent.”

Je bij de Orde van de Vrijmetselarij aansluiten is niet vrijblijvend, vertelt David. „Dat maken ze je ook wel duidelijk. De procedure is uitgebreid en zorgvuldig. De loge kijkt of de klik er is, om een wederzijdse teleurstelling te voorkomen. Dat gebeurt dan ook zelden.” Michiel: „Het is een levenshouding, een manier van leven die je je eigen gaat maken. Dat doe je op jouw manier, maar wel met anderen. Je werkt aan jezelf en dat blijf je je hele leven, totdat het voorbij is. En als je dat van plan bent, dan moet je wel kijken of het goed bij je past.”

Doel van de vrijmetselarij is ‘aan jezelf te bouwen’, vindt Michiel. Het is een zelfstandige zoektocht naar ‘waarheid’. „De rituelen helpen daarbij. Door in symbolen te praten kan iedereen daar zijn eigen interpretatie aan geven, zonder dat dogmatische van een religie.” Je moet gevoel hebben voor symbolen. Michiel: „Op een gegeven moment werd ik overdreven kritisch naar symbolen. Ik zag er van alles in.”

Samuel: „De meeste vrijmetselaars hebben een christelijke, islamitische of joodse achtergrond. Dat je in een hogere macht gelooft, is ook wel een voorwaarde om vrijmetselaar te mogen worden. Ik ben katholiek opgevoed en dat is een en al symboliek en pracht en praal. Maar ik miste de interpretatie. Het is rituelen opvoeren om het opvoeren.”

Bij de vrijmetselarij is dat anders. „Er wordt aandacht geschonken aan de reden achter rituelen en symbolen. Zonder dat daar heel uitgebreid over wordt gediscussieerd, want dat is heel persoonlijk. Zo is bij de vrijmetselarij de Bijbel een belangrijk symbool, maar die mag vervangen worden door de Koran of Thora. Het gaat om waar het voor staat, een wijs boek, niet om de precieze inhoud.”

„Op de avonden dat we samenkomen, houdt iemand een bouwstuk” , vertelt Michiel. In deze voordracht vertelt iemand over zijn passie, zijn zoektocht of de vragen die hij heeft. „Het kan gaan over het werk, iets in het persoonlijke leven of iets waar je je over verwondert. Dat geeft interessante visies. Het doet iets met me, als toehoorder. Het zet me aan het denken en zo leer ik mezelf kennen. En dat is een belangrijk uitgangspunt van de vrijmetselarij: ken uzelve.”

Samuel: „Zeker als het bouwstuk erg persoonlijk is, blijft het bij dat verhaal. We stellen geen vragen. De stilte is dan mooier dan opmerkingen of discussie. Bedankt, door jouw verhaal hebben we jou beter leren kennen en hebben we onszelf beter leren kennen. Je hebt ons in de gelegenheid gesteld aan onszelf te werken.”

„Dat is zo mooi aan een loge”, zegt David. „Het is een verzameling mensen die in het normale leven nooit in die samenstelling bij elkaar zal zijn. En toch werkt het perfect.”

Op verzoek van de geïnterviewden worden zij alleen met hun voornamen genoemd.

    • Laura van der Wal