Bloedcellen bestrijden leukemie

Amerikaanse artsen hebben met succes het menselijk immuunsysteem gedresseerd om tumoren op te ruimen in leukemiepatiënten.

Voor leukemiepatiënten die al uitgebreide chemotherapie achter de rug hebben, is beenmergtransplantatie de laatste behandelmogelijkheid. Maar daarbij is de kans op overlijden 20 procent en de kans op genezing slechts 50 procent. Amerikaanse onderzoekers onder leiding van Carl June van de University of Pennsylvania hebben nu drie vrijwilligers met een vergevorderd stadium van chronische lymfatische leukemie succesvol behandeld met een experimenteel alternatief.

Witte bloedcellen (T-cellen) werden buiten het lichaam van de patiënt genetisch gemanipuleerd. Ze werden voorzien van een antilichaam tegen een molecuul, CD19, dat alleen op B-cellen zit, een type witte bloedcellen dat bij deze vorm van leukemie aan het woekeren is. De gemodificeerde T-cellen werden weer ingespoten bij de patiënten en gingen uitsluitend de B-cellen met CD19 te lijf, rapporteren de onderzoekers in twee gisteren verschenen wetenschappelijke publicaties, in de New England Journal of Medicine en in Science Translational Medicine.

„Binnen drie weken waren de tumoren weggevaagd, op een manier die veel agressiever was dan wij van tevoren gedacht hadden”, zegt onderzoekersleider June in een begeleidend persbericht. Iedere patiënt raakte binnen een maand tijd dan een kilo aan tumorcellen kwijt. De gemodificeerde T-cellen bleken zich in het lichaam van de patiënten razendsnel te vermenigvuldigen, waardoor hun aantal in het bloed na twee weken meer dan duizend keer hoger was dan de toegediende dosis.

Eerdere proeven met genetisch gemodificeerde witte bloedcellen hadden slechts matig succes, vooral omdat de cellen al snel uit het bloed verdwenen waren en de tumoren de kans kregen weer terug te komen. Dat het nu wel lukte is te danken aan de toevoeging van twee andere eiwitten (CD137 en CD3zeta) die ervoor zorgden dat de T-cellen zichzelf vermeerderden. De tumorcellen werden tot de laatste cel opgeruimd; elke T-cel vernietigde er minstens duizend.

De proefpersonen merkten aanvankelijk weinig van de behandeling, wat koorts die snel weer overging. Maar na twee weken moesten ze acuut in het ziekhuis worden opgenomen met hoge koorts, misselijkheid en diarree. Ze leden aan het zogeheten ‘tumorlyse syndroom’, waarbij het bloed vergiftigd raakt door de massale hoeveelheid tumorcellen die tegelijkertijd afsterven. Nog twee weken later waren deze verschijnselen voorbij en toonden scans geen tumorcellen meer. Twee van de drie proefpersonen waren tien maanden later nog altijd vrij van tumorcellen.

In een reactie zegt de Nijmeegse hoogleraar Experimentele Immunologie Carl Figdor dat de resultaten „veelbelovend” zijn, „maar het is eigenlijk nog erg vroeg om nu te zeggen dat dit de oplossing is”. Figdor wijst erop dat de behandeling nog gepaard ging met behoorlijke vergiftigingsverschijnselen voor de patiënt, als plotseling heel veel tumorcellen doodgaan. „Je ziet dat ze nog met de voorbehandeling, chemotherapie, en de dosis moeten spelen. Belangrijke vragen die nog openstaan zijn of ook de tumorstamcel in het beenmerg wordt geraakt en of de toegediende T-cellen ook na langere tijd blijven overleven.”

Het team van June blijft deze proefpersonen nog minstens 15 jaar volgen en er komt vervolgonderzoek met meer patiënten om de optimale behandeling te bepalen. June wil met dezelfde methode ook andere tumoren met CD19 proberen te bestrijden, waaronder Non-Hodgkin lymfomen en acute lymfatische leukemie. Aangemoedigd door het succes heeft hij ook plannen om T-cellen uit te rusten met een antilichaam tegen mesotheline. Dat komt specifiek voor op het oppervlak van mesotheliomen, tumoren in het longvlies of buikvlies, en op tumorcellen in eierstok- en alvleesklierkanker. De hoop is dat hiermee op dezelfde manier kan worden afgerekend.