Bektoeskoel

Binnenkort beginnen de scholen weer. De volgende generatie leert lezen, schrijven en rekenen en zal – als de pensioengerechtigde leeftijd wegens demografische en andere ontwikkelingen verhoogd is tot 75 jaar – in 2080 terugkijken op de gedane zaken. Dankbaar? Verbitterd? Ik moet er niet aan denken wat die arme kleuters van nu te wachten staat, maar het kan meevallen. Toen ik in 1933 met Ot en Sien werd geconfronteerd, had het onderwijzend personeel er geen notie van dat we de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en de chaos van deze jaren voor de boeg hadden. Ik heb nog een jaar Nederlandsch in oude spelling geleerd. Heusch waar. Toen kwam minister Henri Marchant met zijn revolutie: Niet zoo maar zo. Die vernieuwing heeft toen bijna een burgeroorlog veroorzaakt, maar Marchant kreeg zijn zin.

Over mijn onderwijs heb ik niet te klagen gehad. In de Hongerwinter gingen de scholen dicht. Een clubje studenten ontfermde zich over de pubers. In particuliere huizen gaven ze les, op een andere manier dan de beroepskrachten en in veel opzichten boeiender. Zo heb ik kennis gemaakt met Woutertje Pieterse en het Roverslied geleerd.

Hoe is het gesteld met de kinderen van nu? Iedere week krijg ik een vrachtje in plastic verpakte reclame in brievenbus. Op zo’n foldertje waarin digitaal gereedschap wordt aangeprezen, las ik acht keer: BACK TO SCHOOL. Dat is eigentijds Nederlands voor weer naar school. Zo heet een prijs nu award. Straks begint de uitverkoop weer, nee, de sale. Ik ken iemand wiens diezijns meestal een enorme impekt hebben. Het Engels infiltreert de moedertaal. Dat komt door de mondialisering, ik weet het, maar de gemakzucht of de gedweeheid waarmee we voor het Engels capituleren terwijl er uitstekende Nederlandse woorden beschikbaar zijn, blijft me ergeren.

Mondialisering is één oorzaak, maar het komt ook door het gebrekkig onderwijs. Nederland is ook een land van vergeefse collectieve campagnes. Vorig jaar, op 6 september, begon de Week van de alfabetisering. Dit wil zeggen dat met allerlei campagnes zou worden geprobeerd de aandacht van het publiek te vestigen op het nationale feit dat hier anderhalf miljoen ‘laaggeletterden’ wonen. Dat zijn mensen die niet of nauwelijks kunnen lezen. Eenvoudige overheidsformulieren, bijsluiters, publieke waarschuwingen kunnen ze niet begrijpen. In de supermarkt laten ze zich bij hun keuze leiden door de plaatjes op de verpakking. Van deze anderhalf miljoen zijn een miljoen autochtoon en daarvan weer een kwart totaal analfabeet. Een half miljoen allochtonen is laaggeletterd.

Tien maanden gingen voorbij. Op 6 juni 2011 kwam het Centraal Planbureau met een rapport gepubliceerd waaruit blijkt dat ‘de achterblijvende prestaties van Nederlandse leerlingen de economische groei beperken’. Anders gezegd: de eerste generatie van functioneel analfabeten heeft de arbeidsmarkt bereikt. Dat zal, zegt het CPB, op langere termijn de natie enkele procenten van het bruto binnenlands product kosten. Een bijgevoegde statistiek laat de beste prestaties van 9-jarigen tussen 1960 en 2010 zien, in rekenen en lezen. Het zijn lijnen die in een hoek van ongeveer zestig graden dalen.

We zijn hier als de dood voor de islamisering. Intussen leert een groeiend deel van de jongste generatie een afleiding van het Nederlands dat steeds meer tot een nieuw soort steenkolenengels wordt. Kennelijk kan geen macht ter wereld daar iets aan doen.