Vroege hond gevonden

Een hondachtige schedel die in 1975 in een Siberische grot was gevonden blijkt 33.000 jaar oud te zijn.

Het is daarmee nu de oudst bekende hondenschedel.

Wolven raakten veel eerder bevriend met de mens dan wordt aangenomen. Hun domesticatie begon niet aan het eind van de laatste ijstijd, 12.000 of 13.000 jaar geleden, maar al 33.000 jaar geleden. Dat is ver voor het dieptepunt van de laatste ijstijd.

Dit blijkt uit metingen aan een hondachtige schedel die al in 1975 was gevonden in een grot in het Altai-gebergte in Zuid-Siberië maar die nooit was gedateerd. Zij bevestigen schitterend een waarneming die in 2009 werd gemeld door de Brusselse paleontoloog Mietje Germonpré. Zij beschreef in de Journal of Archaeological Science een hondachtige schedel die in een grot van de Belgische Ardennen was aangetroffen. De ouderdom daarvan wordt geschat op 31.700 jaar.

De datering van de Siberische grotvondst werd afgelopen week gemeld in het open access tijdschrift PLoS One door een internationale groep onderzoekers met Nikolai Ovodov uit Novosibirsk als eerste auteur. De betreffende grot, de Razboinichya-grot, is een gang van 90 meter lang die eindigt in een kamer van 3 meter hoog en 10 meter breed. De bodem van de ijskoude kamer bestaat uit een laag leem van een halve meter dik waarin zich, bij nader inzien, meer dan 71.000 beenderen, botfragmenten en gemummificeerde dierresten bleken te bevinden. Voornamelijk van vossen, grottenhyena’s, wolven en bruine beren, maar ook van schapen, geiten en hazen. De ouderdom van de resten varieert van 10.000 tot 50.000 jaar.

Tussen al deze resten bevond zich een goed geconserveerde hondachtige schedel, compleet met onderkaak en gave kiezen. Deze schedel was aan datering ontsnapt. Stilzwijgend was aangenomen dat hij ook wel zo’n 12.000 jaar oud zou zijn, zoals veel vroege hondachtigen die in Azië zijn gevonden. Nu hebben drie gespecialiseerde instituten, waaronder het Centrum voor Isotopen Onderzoek in Groningen, een 14C-bepaling uitgevoerd aan collageen uit schedeldak en onderkaak. Zij komen ruwweg uit op een ouderdom van 33.000 jaar.

Anders dan de Goyet-grot bij Namen in de Ardennen waar Germon-pré haar oude hond vond, vertoont de Razbo-grot in Siberië maar weinig sporen van menselijke aanwezigheid. In de Goyet-grot lagen naalden, harpoenpunten en schelpenkettingen, in Siberië slechts stukjes houtskool, mogelijk van fakkels. Sommige botten hadden brandsporen. Maar het staat vast dat de streek al bijna 100.000 jaar geleden door mensen werd bewoond.

Dat een wolvenschedel kenmerken vertoont van domesticatie wordt onder meer afgeleid uit de verhouding tussen lengte en breedte van de snuit, de breedte van de hersenpan, de grootte van bepaalde kiezen en de gedrongen plaatsing van de kiezen in de kaak. De domesticatie van zoogdieren gaat bijna altijd gepaard met een verkorting van de snuit en de onderkaak en een verbreding van de schedel. In een beroemde versnelde domesticatie van zilvervossen door de Rus Dmitri Belyaev is dit zelfs experimenteel aangetoond. Het verschijnsel wordt wel ‘juvenilisatie’ genoemd. Het gaat, wat wolven en vossen betreft, gepaard met het ontstaan van hangende oren, gekrulde staarten en een bonte vacht.

Het verschijnsel snuitverkorting is zó algemeen dat de meeste onderzoekers de uitkomsten van schedelmetingen wel als bewijs voor aan- of afwezigheid van domesticatie accepteren.

    • Karel Knip