Toeval heerst in Coen-wereld

The Man Who Wasn’t There(Joel en Ethan Coen, 2001)Canvas, 22.50 – 00.40 uur

Er zijn een aantal constanten aan te wijzen in het oeuvre van de gebroeders Coen. Ze deconstrueren met veel plezier en kennis van zaken genrefilms, waarbij hun voorliefde voor de misdaadfilm in het oog springt. Van de 15 films die ze afgelopen dertig jaar maakten, zijn er zeker tien te karakteriseren als gangster- of misdaadfilm. Daar voegen ze hun zwarte humor en wervelende taalgebruik aan toe. Een andere constante is het camerawerk van Roger Deakins, die The Man Who Wasn’t There in schitterend zwart-wit filmde.

Halverwege deze film noir, die is geïnspireerd op de ‘pulp fiction’ van James M. Cain en zich afspeelt in 1949, houdt een advocaat een monoloog over het onzekerheidsprincipe van Heisenberg. Het is zowel een grappige als uiterst serieuze speech. Eentje die bijna letterlijk terugkeerde in A Serious Man (2009), in die film gekoppeld aan ‘Schrödingers kat’, een beroemd gedachte-experiment uit de kwantummechanica: door een toevallige gebeurtenis kan een kat in een dichte doos zowel dood als levend zijn. De onzekerheid hierover kan slechts door observatie verholpen worden.

De gebroeders Coen, opgeleid als filosoof, maken ogenschijnlijk amusante films, maar onder de oppervlakte schuilen existentiële vragen. In hun grillige universum heerst toeval. Opeens kan er zomaar iets gewelddadigs of onverwachts gebeuren. Die onzekerheid is de enige zekerheid in het leven.

André Waardenburg

    • André Waardenburg