'Technologie maakt ons kwetsbaar'

Technoangst typeert zijn film Pulsar, en is dan ook geen vies woord voor de Vlaamse cineast Alex Stockman. „We stellen weinig vragen, laten het gewoon maar gebeuren.”

Coen van Zwol

Zelf voelt de Vlaamse cineast Alex Stockman soms verbazing en huivering. Het Jaar 2000-gevoel, zeg maar. Stockman: „Vroeger leerde men op school nog dat rijmpje. ‘In ’t jaar 2000, zegt mij pa/dan wordt het reuze fijn/’t Is jammer dat jij en ik/er niet meer bij zal zijn’.”

Stockman, deze week in de Nederlandse bioscoop met zijn film Pulsar, is er wel bij en verbaast zich vaak over technologie die voor jongeren vanzelf spreekt. Over die Canadese vriend die op bezoek in Brussel meteen met zijn laptop op zoek gaat naar wifi, de editor die met het programma Teamviewer vanuit zijn eigen huis Pulsar monteerde in een andere computer. Stockman: „Ik verbaas me ook omdat ik een groot deel van mijn leven doorbracht in een wereld zonder mobiele telefoon of internet. Hoe deden wij de dingen toen? Ik weet het niet meer, raar is dat.”

Zijn film Pulsar houdt het midden tussen technothriller en psychodrama. Samuel, een twintiger met vage artistieke ambities, wordt door onzekerheid beslopen als zijn vriendin Mireille stage mag lopen bij een blits architectenbureau in New York. Tegelijk lijkt iemand zijn draadloze netwerk te manipuleren.

Er spreekt technoangst uit uw film.

„Niks mis met technoangst. We zijn gefascineerd door technologie, al die nieuwe apparaten die zo verleidelijk in de hand liggen. Technologie is God, Steve Jobs zijn profeet. Maar terwijl we denken dat technologie ons sterker maakt, worden we kwetsbaarder. Het dendert maar voort: opeens zijn we in een wereld beland waarin staten elkaar via internet kunnen lamleggen en revoluties via Twitter worden georganiseerd. Niemand heeft het voorspeld, het is fantastisch. Maar we stellen weinig vragen, laten het gewoon gebeuren.”

Als zijn computer kuren krijgt, stort Samuel in.

„Pulsar draait deels om de obsessie met bereikbaarheid: de keerzijde van die medaille is dat je ook bereikbaar bent voor geboefte en schoonmoeders. En wat als iemand knoeit met je communicatie? Hoe afhankelijk ben je van internet?”

Zegt u het maar. Wat gebeurt er als internet gewoon een week uitgaat?

„ Ik verwacht grote paniek bij de jongste generatie, die vanzelfsprekend gewend is online te zijn. De resulterende chaos zou niet goed zijn, wel erg leerzaam.”

‘Pulsar’ gaat ook over privacy en paranoia, de angst bespied te worden.

„Internet brengt de exhibitionist in ons boven en verleidt ons tot domme, ijdele dingen. Ministers die ridicule eindejaarsboodschappen sturen terwijl ze in bed liggen met een teddybeer. We zetten onszelf continu in een etalage, maar worden bang voor echt contact zonder glas tussen ons in. En dan is er Big Brother. We krijgen allerlei giftige geschenken. Een bedrijfswagen van je baas, met gps zodat hij in principe altijd weet waar je bent. Met je gsm ben je overal bereikbaar én traceerbaar. We maken ons er nog niet druk om.”

De film verwijst vaak naar analoge technologie: tape, vinyl. Waarom?

„Ik ken een verzamelaar van 78-toerenplaten. Die man onderzocht welke muziek indertijd werd overgezet naar 33-toerenlangspeelplaten, toen het nieuwe medium, en ontdekte dat veel populaire artiesten in een plooi van de geschiedenis vielen omdat ze dat niet waren toen het medium veranderde. Dat gebeurde ook toen de cd-rom vinyl verving. Informatiedragers herschrijven steeds de geschiedenis. Daarover hoop ik ooit een poëtische documentaire te maken.”