Mariko Peters zweeg lang, maar de politiek werkt anders

Kamerlid Mariko Peters en haar partij GroenLinks hebben lang gewacht voor ze ingingen op rondzingende beschuldigingen. Was dat verstandig of juist niet?

Hun eerste productie? Romeo and Juliet. In de zomer van 2005 trokken Afghaanse acteurs door eigen land met een vertolking van het Shakespeare-toneelstuk over misverstanden en een allesverzengende liefde.

Achteraf lijkt de keuze van het toneelstuk ironisch. De acteurs kregen steun van een organisatie die destijds werd geleid door Robert Kluijver, de huidige partner van Mariko Peters. Tegenwoordig is Peters Kamerlid voor GroenLinks, toen was zij diplomate in Kabul.

Een uitgelekte e-mailwisseling met Kluijver in Afghanistan heeft Peters nu in grote moeilijkheden gebracht. In april 2005 verschafte ze informatie aan het Prins Claus Fonds – dat de subsidie verstrekte – over het project dat zou uitmonden in de Shakespearetournee van de Afghaanse acteurs. Ze was toen al, naar eigen zeggen, „diep onder de indruk” van Kluijver.

Peters zei gisteren in deze krant dat ze meent toentertijd integer te hebben gehandeld. Haar partij heeft haar politieke lot verbonden aan het „aanvullend feitenonderzoek” dat het ministerie van Buitenlandse Zaken inmiddels is begonnen.

Opvallend in deze kwestie is dat Peters pas dagen na de publicatie van de persoonlijke e-mails, die de schijn van belangenverstrengeling wekken, uitgebreid is ingegaan op de beschuldigingen. De strategen van GroenLinks lieten journalisten lange tijd begaan met materiaal waarvan ze wisten dat het afkomstig was van iemand die uit is op reputatieschade van Peters: Kluijvers ex-vrouw. Zij benaderde jarenlang diverse media. Aan NRC Handelsblad bijvoorbeeld schreef ze ooit in een e-mail dat het haar „ziek maakt” als ze Peters hoort praten over ethiek en mensenrechten.

Communicatiedeskundigen buiten GroenLinks verbazen zich over de partijstrategie van de partij. Tino Wallaart, die in het verleden verschillende PvdA-politici heeft bijgestaan: „Wij adviseurs zitten niet in de business van gelijk hebben, maar van gelijk krijgen. En dat krijg je natuurlijk niet als je blijft ontkennen, terwijl journalisten aan de haal kunnen gaan met materiaal dat het tegendeel lijkt te bewijzen.”

Peters’ aanvankelijke weigering op de beschuldigingen in te gaan, kan zijn ingegeven door een juridische kijk op conflicten. Peters was enige jaren advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek. Wallaart: „Maar juist dan is het de taak van haar voorlichters en partijstrategen om haar uit die onproductieve state of mind te halen.” Om juridisch te overleven is het vaak het beste zo min mogelijk te zeggen.

In een juridische strijd mag het zo werken, om politiek te overleven is het verstandig in een vroeg stadium volledige openheid te geven. Daarbij was Peters waarschijnlijk gebaat geweest bij stevige, journalistieke vragen. Dan kon ze laten zien dat ze haar verhaal wilde doen.

Een paar dagen na het uitlekken van de mails dacht ze er zelf ook zo over, bleek tijdens het interview met deze krant. Het kon haar niet stevig genoeg. Toch bleek de twijfel bij de partij nog altijd uit de houding van de aanwezige voorlichtster. Toen Peters haar gemoedstoestand kenschetste als „woedend”, corrigeerde deze: „bezorgd”. En de interviewers gingen volgens de voorlichtster soms „te ver”.

Ook is het de vraag of GroenLinks verstandig handelt door het politieke lot van Peters in handen van Buitenlandse Zaken te leggen. Bartho Boer, voormalig adviseur van politici Job Cohen en Rita Verdonk, zegt dat de partij beter had kunnen aandringen op een onafhankelijk onderzoek. Ook is het een faux pas, zegt hij, om „een voorschot op de uitkomst” te nemen. „Het finale oordeel moet je overlaten aan derden. Als het ministerie concludeert dat de zweem van belangenverstrengeling blijft, is ze weg.”

Zeker is vooralsnog dat Peters het zichzelf erg lastig heeft gemaakt met het verschaffen van informatie over het project van Kluijver. Ze had de beoordeling aan een collega kunnen laten. Tijdens het interview zei ze daarover: „Maar die had waarschijnlijk niet anders geadviseerd.”

    • Huib Modderkolk
    • Pieter van Os