In Parijs ging het zes jaar geleden ook om woede en uitzichtloosheid

Waar kennen we deze beelden van? Parijs, zes jaar geleden. Burgemeesters van arme voorsteden overleggen of de zendmasten voor telefoonverkeer ’s nachts niet uitkunnen. Jongens van 14, 15 jaar soms, organiseren rellen per sms, rond Parijs en in provinciesteden – een nieuw communicatiekanaal voor opstand.

De eerste rellen drijven op woede, na de dood van twee jongens in een arme voorstad op de vlucht voor de politie, die worden geëlektrocuteerd als ze zich verstoppen in een transformatorhuisje. Het geweld golft over het hele land, op eigen kracht, lijkt het wel. Het is herfstvakantie – zoals het nu zomervakantie is in Engeland – en jochies die nog extra laat op mogen blijven houden wedstrijdje in auto’s branden: haalt ons ‘getto’ vanavond het journaal? Bussen en scholen zijn populaire doelwitten.

Drie weken duren de rellen, maar woordvoerders met sociale of politieke eisen staan niet op. Wel wapperen vooral zwarte jongens in ‘de wijken’ opvallend vaak met hun ID-kaart. Ze zeggen: wij zijn Frans, wij horen erbij. Frankrijk constateert het echec van zijn integratiepolitiek. Nog tijdens de rellen reizen sociaal werkers naar – nota bene – Tottenham om te leren van de voorbeeldige wijze waarop het Verenigd Koninkrijk zich heeft hersteld van de etnische rellen van de jaren tachtig. Al jaren geen geweld meer, daar.

Sociologen analyseren de al jaren moeizame relatie tussen politie en zwarte banlieuejongens die zich vernederd voelen door talrijke identiteitscontroles. Filosoof Alain Finkielkraut slaat een andere weg in: de rellen zijn volgens hem het bewijs dat zwarte migranten niet meer dankbaar zijn voor Frankrijks welvaart, maar brutaal hun recht op merkschoenen en instant aanzien opeisen. In het consumptieparadijs heb je winnaars en verliezers: zij die kopen en zij die jaloers en begerig voor de etalage blijven steken.

Nog jaren is Frankrijk bezig met het ophelderen van deze chaotische stadsopstand zonder leiders en zonder normen. Sociologen en dichters komen de verbrokkelde wereldstad op het spoor: de moderne stad is geen magneet van werk en kansen meer, constateert socioloog Didier Lapeyronnie, maar een lappendeken waar winnaars en verliezers hun territoria afbakenen. Dichter en rapper Insa Sané, vader van een peuter in een bescheiden maar met hekken afgeschermde nieuwbouwflat in voorstad Sarcelles, legt uit dat jonge mannen uit de banlieue hun uitsluiting van deze door de politie bewaakte stukken stad als een ‘castratie’: kansloos zijn, niets mogen hebben, niets mogen veroveren, geen werk krijgen, dat betekent: geen man mogen worden.

Leraren rond Parijs beschrijven hoe hun kinderen op school zich in parallelle steden wanen, waar misdaad de enige begaanbare weg naar rijkdom is. En rijkdom is het ideaal, dat zien ze bij de gangsta-rappers op tv, en bij drugsbazen in de buurt. Een beetje stelen en intimideren, wat schieten en fikkie steken, en meenemen uit de winkels wat je niet kan kopen, is zo beschouwd nog kinderspel, voorspel eigenlijk. En in Parijs en de Franse provinciesteden waren ze zes jaar geleden nog tamelijk lief: de restaurants en winkels in de rijke buurten werden met rust gelaten, en er viel nog geen dode, zoals nu in Londen.

René Moerland, ten tijde van de Parijse rellen correspondent in Frankrijk

    • René Moerland