Hij heeft haar betast, op haar verzoek, zegt hij

Wie: Iwan T.

Staat terecht voor: ontucht met wilsonbekwame vrouw

Waar: rechtbank Amsterdam

De Surinaamse Iwan T. is een huilende verdachte. Meerdere malen tijdens de rechtzaak tegen hem breekt zijn stem, barst hij in snikken uit en huilt en huilt.

De rechter die de zitting leidt, toont geduld. Ze lijkt de Gordon-methode te gebruiken die ook in crèches populair is: je benoemt wat er gebeurt, zonder te oordelen. In de crèche zegt de leidster dan tegen een huilend kind zegt: ik zie dat je verdrietig bent omdat mamma weggaat. De rechter zegt tegen de huilende verdachte: „Ik zie dat het veel met u doet om hier te zitten.” En: „Ik merk dat het u pijn doet om hierover te praten.”

Iwan T. is 53 en werkt al ruim tien jaar in de zorg. Eerst met demente bejaarden, en van augustus tot november 2009 als uitzendkracht in een woonzorgcentrum in Amsterdam. De bewoners, van alle leeftijden, zijn zwakbegaafd en hebben psychische problemen. Een leidinggevende heeft verklaard dat ze met Iwan alle bewoners heeft besproken toen hij er aan de slag ging. Ook de 45-jarige moeder van drie kinderen die op de vlucht was voor haar gewelddadige man. De leidinggevende zou Iwan hebben gewaarschuwd; de vrouw vertoonde „seksueel uitdagend” gedrag. Nooit alleen met haar de kamer op, was de boodschap.

Het gebeurde Iwan toch, meer dan eens. Op de zitting geeft hij toe dat hij bij haar in bed heeft gelegen, dat hij haar heeft betast en haar zijn geslachtsdeel heeft laten zien toen zij aan het douchen was. Hij huilt erbij. „Ik ben verkeerd bezig geweest.”

Maar hij legt de schuld ook bij haar. „Ik heb haar betast, op haar verzoek.”

„Zij heeft op allerlei manieren geprobeerd mijn aandacht te krijgen.”

„Zij heeft er misbruik van gemaakt dat ik iemand ben die goed kan luisteren.”

De officier van justitie maakt er korte metten mee. „Zelfs als mevrouw Van D. uitdagend of meer dan uitdagend is, heb je je in de zorg te gedragen.” Hij vindt onvoorwaardelijke gevangenisstraf „op zijn plaats”. Iwan had net verteld dat hij nu elders in de zorg werkt en liever niet wil dat zijn nieuwe werkgever van de rechtszaak weet. En dat zijn vrouw echtscheiding heeft aangevraagd. De officier eist twaalf maanden cel, waarvan zes voorwaardelijk. En de nieuwe werkgever van Iwan moet op de hoogte wordt gesteld.

De vrouw om wie het in de rechtszaak gaat, woont nu in een andere instelling. Ze vordert 2.000 euro immateriële schade. Volgens haar advocaat heeft ze „een gevoel van onveiligheid en nachtmerries” overgehouden aan het contact met Iwan.

Twee weken later krijgt Iwan 240 uur dienstverlening opgelegd. Minder dan geëist, omdat de rechters niet zeker weten of de 45-jarige vrouw wilsonbekwaam is. Daarvoor moet vaststaan dat zij niet in staat is weerstand te bieden. En de advocaat van Iwan had onderbouwd dat zij dat wel kon. Had de vrouw niet over haar vorige man verteld dat hij ‘dingen’ met haar deed, ook als ze tegen hem zei: dat wil ik niet?

Merel Thie

    • Merel Thie