Een ontplofte tijdbom

De rellen in de Britse steden groeien uit tot een stadsoorlog. Een leger van 16.000 man met pantserwagens is ingezet om de vijand te bedwingen, en de voetbalwedstrijd tegen het Nederlands elftal gaat niet door. Ook het voetbal hoort tot de slachtoffers. Dat zal de laatste sceptici van de ernst doordringen. In ruimer perspectief gezien herinnert deze opstand aan het geweld in de Franse banlieues, de arme buitenwijken, niet alleen die van Parijs. In 2005 is het daar de laatste keer tot een opstand gekomen. Er zijn toen verscheidene doden gevallen en meer dan negenduizend auto’s verbrand. En deze keer dacht ik ook aan het boek Leven aan de onderkant, Het systeem dat de onderklasse instandhoudt, (2001) van de Britse psychiater en gevangenisarts Theodore Dalrymple. Hij beschrijft daarin de staat van diepe verpaupering en anarchie van het lompenproletariaat in zijn land. Hij spreekt uit ervaring, het is wat dat aangaat een huiveringwekkend boek.

Verder is het ook een cultuurkritiek. Aan wie de schuld van al die misstanden? Hij is van mening dat we het tenslotte allemaal uiteindelijk aan de intellectuelen en de linkse politiek te danken hebben. In die kringen wordt armoede als een van de grootste oorzaken van de criminaliteit beschouwd. Heropvoeding, denken ze daar, is beter dan zo streng mogelijk straffen. Sociale uitkeringen ontnemen de ontvangers het besef van persoonlijke verantwoordelijkheid. Op deze manier worden criminaliteit en wangedrag goedgepraat. Zo is aan de onderkant de slachtoffercultuur ontstaan. En nu zitten we met deze enorme en gevaarlijke erfenis, waarvan deze stadsoorlog het laatste resultaat is.

Het is de oude, onverminderd verbitterde discussie tussen links en rechts. Een van de oorzaken van onze problemen is de mislukking van de multiculturele samenleving, voor Nederland vastgesteld door Paul Scheffer in een essay dat door deze krant op 29 januari 2000 is gepubliceerd. Zijn analyse heeft geen kalmerende invloed gehad. Ik ga me hier niet mengen in het debat over de schuldvraag. Wel stel ik vast dat de multiculturele samenleving pas is ontstaan aan het einde van het koloniale tijdperk. In Frankrijk werd nog lang vastgehouden aan het idee dat Algerije een Franse provincie was. De generaals Raoul Salan en Jacques Massu verzetten zich tegen de Algerijnse onafhankelijkheid, richtten de Organisation de l’Armée Secrète op en beraamden een staatsgreep. Ten slotte heeft president De Gaulle de Fransen met de Algerijnse onafhankelijkheid verzoend. Intussen waren al veel Algerijnen als Franse burgers naar hun juridische vaderland gekomen. Op een enigszins andere manier is het zo met de Pakistani en Indiërs die naar Engeland zijn geëmigreerd. En met de Molukkers en de ongeveer 300.000 Indonesische spijtoptanten die tussen 1945 en 1965 naar Nederland zijn gekomen. Hun aanpassing is destijds goed verlopen. Het zijn allemaal feiten uit de oude doos, maar ze blijven ons achtervolgen.

Nu zijn door ons ministerie van Buitenlandse zaken de Britse steden tot gevaarlijk gebied verklaard. Als de komende nachten de 16.000 agenten hun tanden laten zien, zullen de relschoppers, de opstandelingen, de boze jongeren, de vernielzuchtigen – hoe moet je ze noemen? – wel worden getemd. Maar voor hoe lang? Zo’n verloren krachtmeting wekt wrok en de wrok zeurt door, tot zich de volgende gelegenheid voordoet om revanche te nemen. We kunnen niet verwachten dat als door een wonder deze geweldplegers tot een nieuwe vreedzaamheid zullen worden bekeerd. Nee, integendeel.

Hoe we het ook wenden of keren, en afgezien van de vraag of links dan wel rechts gelijk heeft, dit geweld is een maatschappelijk verschijnsel. Het ontstaat in achterstandswijken, de dieven en vechtersbazen zijn over het algemeen in armoede opgegroeid, hebben een gebrekkige opvoeding gehad, zien zich van carrière en luxe uitgesloten. Dat was al het geval toen in andere stadsdelen de middenklasse en de rijkeren hun welvarend leven leidden. Maar misschien is de afgelopen week een nieuwe factor van betekenis geworden: de kredietcrisis. Op het ogenblik kan nog niemand zeggen hoe die zal aflopen. Gaan we weer een recessie tegemoet? Zou die zich kunnen verdiepen tot een depressie, vergelijkbaar met de ellende in de jaren dertig? In dat geval zou het kunnen zijn dat we ons op ingrijpender toestanden moeten voorbereiden dan die we nu in de Britse steden zien.

De burger van nu is een ander wezen dan die van een jaar of tachtig geleden. Hij heeft andere omgangsvormen, laat zich niets zomaar van hogerhand vertellen, voelt zich snel verongelijkt en is dan meteen bereid om revanche te nemen als hij daar de kans toe ziet. In een samenleving die door een lange crisis zou worden getroffen, neemt het risico van zulke uitbarstingen toe. In 1977 ging het de stad New York economisch niet voor de wind. In de hittegolf van die dagen was er op 13 juli plotseling geen elektriciteit meer. De chaos brak los, er werden 1.600 winkels geplunderd, meer dan duizend branden gesticht en 3.770 mensen gearresteerd. Er werd voor meer dan 300 miljoen dollar schade aangericht. In de steden van deze tijd ligt een tijdbom verborgen. Altijd weer worden we door de explosie verrast.

    • H.J.A. Hofland