'Durf de verantwoordelijke topman aan te pakken'

Voormalig reclamemaker en miljonair Hans Kortekaas procedeert vanuit Frankrijk tegen de voormalig topmannen van Fortis Maurice Lippens en Jean-Paul Votron. „Ook als de bazen van een bank geld stelen, moet je er achteraan gaan.”

Voor een man met alleen een HBS- diploma heeft hij een opmerkelijke loopbaan achter de rug: sportjournalist, reclameman, sponsoradviseur en handelaar in stripfiguren. Hij begon met een weekloon van 235 gulden en eindigde als multimiljonair. Na zijn pensionering koos hij voor een al even opmerkelijk bestaan: hij is nu boer in Frankrijk. En kasteelheer.

Hans Kortekaas leeft op het uitgestorven platteland van midden-Frankrijk, tussen de Loire en de Cher, op twee uur rijden van Parijs. De 72-jarige Nederlander bewoont er met zijn 24 jaar jongere vrouw Andrea het château de Villegenon. Het immense maar voor voorbijgangers onzichtbare landgoed ligt even onder het gelijknamige gehucht waar nog geen tweehonderd mensen wonen. Het is nu acht jaar geleden dat hij zijn villa De Langenhorst in Wassenaar verkocht – de koopsom van 16 miljoen gulden maakte dat voor even het duurste huis van Nederland – en naar Frankrijk vertrok.

Om het zeshonderd jaar oude kasteel in Villegenon ligt een landgoed van negenhonderd hectare, dat Kortekaas intensief exploiteert. Op de glooiende akkers (250 hectare) groeien gewassen als tarwe, gerst, zonnebloemen en maïs. Erom heen grazen 120 vleeskoeien. En het vijfhonderd hectare metende bos wordt gebruikt voor commerciële houtkap en de jacht op reeën en everzwijnen. Het echtpaar Kortekaas heeft vijf „landbouwemployees” in dienst, maar werkt zelf actief mee. „Ik zit elke dag op de tractor en Andrea zorgt voor het vee.”

Toen Kortekaas het château in augustus 2003 kocht was het een verlaten ruïne. Na de dood van de laatste bewoonster, barones Liliane de Lamberti, was het door haar nazaten aan de elementen overgelaten. De eerste fase van de restauratie nam vier jaar in beslag. Voor zover Kortekaas dat kon nagaan – er was weinig over de geschiedenis terug te vinden – heeft hij het kasteel in authentieke staat hersteld, aangevuld met moderne gemakken als centrale verwarming, een schotelantenne, een verwarmd buitenzwembad en voor elk van de tien slaapkamers een eigen badkamer.

Van binnen is het château ingericht zoals je van een kasteel uit de late Middeleeuwen zou verwachten: grote wandtapijten aan de muur, zware lambriseringen, zwart-witte tegelvloeren, grote kaarsenkandelaars en hier en daar wat opgezet wild.

Tussen de antieke meubels duikt zo nu en dan iets blauws op. Op de grond naast de haard zit een grote brilsmurf, bij de wastafel in de wc een kleine pluche smurfin en in de grote boekenkast van de smalle bibliotheek een hele collectie van de bekende knalblauwe poppetjes. „De smurfen hebben dit mooie plekje deels betaald”, lacht Kortekaas.

Toen de creaties van de Belgische striptekenaar Peyo in de jaren zeventig een wereldwijde rage werden, profiteerde Hans Kortekaas volop mee. Hij was zo’n vijftien jaar agent voor de smurfen voor veel Europese landen; hij had de exclusieve verkooprechten op de zogeheten merchandising. Miljoenen poppetjes, boeken, posters, pyjama’s, agenda’s en video’s werden er verkocht. Kortekaas zat er bij elk item tussen voor een procent of 2 van de groothandelsprijs. Met het destijds populaire smurfenlied van Vader Abraham had Kortekaas niets te maken. „Ja, ook hij is er rijk van geworden, maar hij deed alles buiten Peyo om. Daar is jarenlang over geprocedeerd.”

Van de huidige hype rond de smurfen – gisteren ging de film Smurfs in 3D in première – profiteert Kortekaas niet. De samenwerking met Peyo werd kort na diens dood in 1992 door zijn dochter beëindigd.

Behalve in smurfen handelde Kortekaas vanaf 1975 zo’n beetje in alle tekenfilmhelden die populair zijn geweest: Calimero, de Flintstones, Barbapapa, David de Kabouter en Peppi & Kokki (overigens is Hans geen familie van Herman Kortekaas die de rol van Kokki speelde). Van de tv-serie De Bereboot was niet alleen commercieel agent maar ook enige tijd producent.

In de jaren negentig verschoof Kortekaas zijn zaken richting internationale televisieseries, vooral die van kleinere onafhankelijke producenten uit de Verenigde Staten. Hij leverde producties in heel Europa, en vond met name vaste afzet bij RTL in Duitsland, de Finse staatstelevisie en het commerciële Mediaset van de Italiaanse tycoon, en latere premier, Silvio Berlusconi.

Cijfers kent Kortekaas niet meer uit z’n hoofd, of hij wil ze niet delen met de buitenwereld. Oude krantenartikelen geven wel een inkijkje in het zakelijk succes uit zijn gloriedagen. In 1989 verkocht Blokker voor 30 miljoen gulden (13,6 miljoen euro) aan poppetjes van Rien Poortvliets creatie David de Kabouter; in 1992 gingen 11 miljoen plakplaatjes van de puberserie Beverly Hills 90210 over de toonbank, goed voor 6,6 miljoen gulden en in 1995 werden via Arcade Music 1 miljoen CD’s van de Flintstones verkocht.

Kortekaas verdiende er miljoenen mee.

Toen hij in 1956 van de middelbare school in Wassenaar afkwam, zag het er niet naar uit dat Kortekaas later rijk zou worden. Geld om te gaan studeren was er niet, vertelt hij. Zijn jong gestorven vader had een specerijenfabriek nagelaten die door sjoemelend personeel niets dan schulden bevatte. Het gezin belandde na een periode van welvaart in relatieve armoede. „Ooit werd ik naar school gebracht per auto met chauffeur, nu moest ik mijn spaarpot legen zodat mijn moeder een Solex kon kopen.”

Ook de carrière van Kortekaas begon wat rommelig: eerst leerling-journalist bij het Haags Dagblad, vervolgens sportverslaggever bij het ANP en daarna persvoorlichter bij een radiatorenfabriek. In 1963 besloot hij voor zichzelf te beginnen, met een reclamebureau.

In die eerste jaren stond het pitje laag. Kortekaas was in dat decennium vooral bezig met zeezeilen, zijn grote hobby. Hij werd een aantal keer Nederlands kampioen in de RORC IV-klasse, en won in 1968 de Quarter Ton Cup. Toen hij een jaar later deze officieuze wereldtitel moest verdedigen, liet hij verstek gaan. Kortekaas moest naar Detroit om een lucratieve opdracht binnen te halen. Chrysler Marine huurde hem in als promotor voor hun speedboten en buitenboordmotoren in West-Europa. Het was Kortekaas’ eerste grote klant. Zijn eenmanszaak nam daarna een grote vlucht, met opdrachten voor bedrijven als Shell, Ahold en SRV.

Door deze reclameklussen en zijn netwerk in de sportwereld, werd Kortekaas in 1972 adviseur van het Nederlands Olympisch Comité. Voor de Olympische Spelen van München was er een tekort van een miljoen gulden. Of Kortekaas iets wist om dat te dichten.

Hij lanceerde hierop de spaaractie Sport & Spel. Bij besteding van 10 gulden bij tankstations van Shell of supermarkten van Albert Heijn, kregen consumenten plakplaatjes van sporthelden uit die tijd: Anton Geesink, Johan Cruijff, Ard Schenk. Het bijbehorende verzamelboek kostte nog eens een rijksdaalder. Een deel van de opbrengst was bestemd voor de Olympiërs.

De plaatjes waren razend populair. Met de actie haalde Kortekaas 3 miljoen gulden op voor het NOC. Het was volgens Kortekaas „de eerste vorm van sportsponsoring in Nederland”.

In de jaren daarna bleef hij actief op dit terrein. Hij organiseerde soortgelijke spaaracties voor de KNVB en koppelde individuele topsportclubs aan de frisdrankfabrikant Raak. „Ik was opeens de grote promotie-expert van Nederland. Namelijk de enige.” Dat bleef hij tot hij zich vol op de wereld van de stripfiguren en televisieseries stortte.

Vanaf midden jaren negentig vond Kortekaas het welletjes. De rust op zijn Wassenaarse landgoed De Langenhorst werd bedreigd door verbreding van de Rijksstraatweg, de Landscheidingsweg en van de spoorbaan Leiden-Den Haag. Hij besloot zijn nog bestaande licentiecontracten af te bouwen en Nederland te verlaten.

Zijn vrouw wilde niet te ver van haar familie in Den Haag wonen. Kortekaas pakte hierop de atlas en trok een cirkel met een diameter van 750 kilometer rond de hofstad, waar hij een pied-à-terre aanschafte. Na een zoektocht van „vijf jaar en zeventig kastelen” werd het Villegenon. Ze hadden er nog nooit van gehoord en het was een bewerkelijk geheel. Maar dat het op 20 kilometer van Sancerre ligt, verzachtte veelvoor de wijnliefhebbers Hans en Andrea.

Na acht jaar buffelen en wisselende graanprijzen, verwacht Kortekaas dit jaar voor het eerst een kleine winst op zijn boerenbedrijf te boeken. Daar is het hem niet om te doen – en hij heeft het niet nodig. Nee, Hans Kortekaas wil op zijn oude dag gewoon bezig blijven. „Op een bootje in Saint Tropez of Marbella, ik moet er niet aan denken.’’

Dat hij voortdurend met de lokale overheid overhoop ligt, schrikt hem niet af. Kortekaas loopt rood aan als hij over de burgemeester van Villegenon spreekt. „Hij zou verheugd moeten zijn dat een buitenlander zoveel geld en energie heeft gestoken in het opknappen van een bouwval, een patrimoine dat hier na mijn dood zal blijven staan voor de glorie van Frankrijk. Maar niks hoor. Ik heb zijn kasteel gestolen, zegt hij, en zijn land. Onder aanvoering van deze nul worden we op alle fronten dwars gezeten. Vergunningen krijgen we niet of moeizaam, naburige boeren doen aan landjepik. Niemand zegt ons hier gedag. Maar ik laat me niet wegpesten. Het ligt in mijn aard om iets waar ik aan begin tot iets moois uit te bouwen.”

Toch heeft Kortekaas een advies voor Nederlanders die zijn voorbeeld willen volgen. „,Frankrijk is een prachtig land om vakantie te vieren. Een tweede huisje kopen levert met die xenofobe Fransen al veel hoofdpijn op. Maar hier een eigen bedrijf beginnen, zoals wij hebben gedaan…ik zou het niemand willen aanraden.”

    • Philip de Witt Wijnen