Drang naar korte route

Het fotoboek Olifantenpaadjes was binnen twee weken uitverkocht.

Fotograaf Jan-Dirk van der Burg: „Veel mensen vinden het een grappig onderwerp.”

Nederland, Amsterdam, 26-04-2011 Amsterdam - Geldershoofd. Terreinwinst: 38 meter. Uit de serie Olifantenpaadjes, de kortste weg van A naar B. Prachtig aangelegde trottoirs, verkeersveilige versperringen en idyllisch georganiseerde voetgangersgebieden worden met nuchter inzicht vermeden. Olifantenpaadjes zijn het bewijs dat mensen zich niet laten dwingen in openbare ruimten. Zo ontstaan er nieuwe routes die maar ŽŽn doel dienen: de kortste weg van a naar b vinden. © Jan-Dirk van der Burg Burg, Jan-Dirk van der

Waarom denk jij dat je boek ‘Olifantenpaadjes’ zo aanslaat?

„Omdat iedereen zich erin kan herkennen. Ik heb nog nooit een fotoboek gemaakt waar ik zoveel reacties op kreeg. Er zijn zoveel mensen die het een heel grappig onderwerp vinden. Ik krijg ook echt dagelijks berichten van mensen die een foto toesturen met de tekst ‘Kijk een olifantenpaadje op vakantie in IJsland’, of iets dergelijks.”

Niet typisch Nederlands dus?

„Nee. De paadjes heb ik voor het eerst in Tsjechië gefotografeerd. De hoofdstad van Brazilië ligt ook helemaal vol. De stadsarchitecten daar dachten echt, iedereen gaat hier met de auto. In Oost-Europese wijken met blokken betonnen flats ligt het ook helemaal vol. Eigenlijk is het in Nederland nog best moeilijk om ze te vinden, de ruimtelijke ordening is hier zo goed.”

Hoe kwam je op het idee?

„Ik kwam de term tegen toen ik met een fotoserie bezig was over inspraakavonden. De bekendheid van de term is wel met 40 procent toegenomen na het verschijnen van het boek. Ik probeer meestal van het alledaagse een andere foto te maken. Een onderwerp wat iedereen kan zien, nog een keer te fotograferen. Dat heeft ook te maken met je eigen omgeving wat leuker te maken. Mensen zien ineens iets wat er altijd al was.”

Waarom olifantenpaadjes en niet iets anders?

„Als je het bijvoorbeeld vergelijkt met graffiti is dit burgerlijke ongehoorzaamheid in zijn meest onschuldige vorm. Je hebt van die ambtelijke regelingen dat er twee hekjes bij een voetpad dicht bij elkaar worden gezet zodat fietsers er niet langs kunnen. Maar die worden heel vaak bij een vlakke berm neergezet. Ik snap niet dat niemand dan zegt, ze gaan er omheen. Het heeft eigenlijk niets te maken met een groots maatschappelijk engagement, maar het zit er wel onder. Het is een geintje met een seintje.”

Waarom toch die burgerlijke ongehoorzaamheid?

„In al mijn werk speur ik eigenlijk naar grote en kleine ergernissen. Dingen in het leven die op microniveau toch overlast geven. Hiervoor heb ik een serie gemaakt over hondenpoep, de grootste kleine ergernis in Nederland. Ik noem het zelf een optimistische aanklacht. Als ik overregulering zie, werkt dat op mijn lachspieren. Vanuit mijn standpunt als fotograaf kan er echt niet genoeg worden gereguleerd. Dat we ons zo druk kunnen maken over kleine dingen, is eigenlijk luxe.”

Wat moet er dan gebeuren met de paadjes?

„Als je ze officieel gaat maken, gaat de charme er wel af. Er is een aantal voorbeelden, zoals in Leusden, waar de gemeente heeft geprobeerd de paadjes te blokkeren, maar de drang van het menselijke instinct om de kortste weg van A naar B te zoeken is te groot. Zelden is er een technische of esthetische reden om zo’n pad te blokkeren. Dat kost bovendien heel veel geld en inspanning. Zo’n paadje verharden kost ook geld. Als de gemeente het instelt als officiële route moeten ze het namelijk ook ijsvrij houden. De oplossing is eigenlijk een soort gedoogbeleid.”

Neem je zelf ook olifantenpaadjes?

„Jazeker. Waar ik ze zie, probeer ik ze altijd te nemen. Mijn favoriet ligt in de Bijlmer tegenover metrostation Ganzehoef, dat splitst zich in een drietand uit. Dat zie je ook in mijn boek, drie mensen kiezen een andere richting.”

Hoe kwam je aan de paadjes?

„Deels kwam ik ze tegen tijdens mijn werk als freelance fotograaf. En soms kreeg ik goede tips via Twitter en Facebook.”

Hoe ging je te werk?

„Ik vond het heel belangrijk om het als foto interessant te maken. Dus heb ik toch wel vaak vrij lang gewacht tot er iemand voorbij kwam. Anders werd het echt zo’n verzameling paadjes in plaats van een fotoserie. Tweeëneenhalf uur is het langst wat ik heb moeten wachten, in Voorhout. Daar kwam ook een man naar buiten die vroeg waar ik in godsnaam mee bezig was. Maar ja, als je een uur staat te wachten is het ook zonde om weg te gaan. Bij sommige paadjes zie je ook dat het wat meer avontuurlijk ingestelde type het paadje neemt en de bravere het fietspad. De meeste foto’s zijn ook individueel gezien interessante foto’s.”

Komen de winnaars van het fotoproject ook in je boek?

„Nee. In de eerste druk hadden we een oproep geplaatst of mensen hun mooiste paadje wilden insturen. Dan kreeg ik echt jaloersmakend materiaal toegestuurd. Je mist er natuurlijk altijd een paar. In de tweede druk zitten twee paadjes extra, van mezelf. Ik heb het boek verder gelaten zoals het is, ook uit zelfbescherming want je kan je er natuurlijk eindeloos in verliezen.”

Waarom heb je de tweede druk in eigen beheer uitgebracht?

„De uitgever wilde lang geen tweede druk. Maar ik had er voldoende vertrouwen in dat ik een tweede druk ook kon wegzetten en ik wilde niet te lang wachten. Dus ben ik zelf op zoek gegaan naar een drukker. Dat was ook direct een spannend avontuur.”

Levert dat nou ook flink meer op?

„De fotoboekenmarkt is moeilijk, maar dit boek spreekt een grotere doelgroep aan dan fotoliefhebbers. Als deze druk uitverkoopt, hou ik wel meer over dan 11 procent.”

    • Rolinde Hoorntje