Als de reisgids het zegt, is de kerk mooi

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

De Lonely Planet bestaat dertig jaar. Zijn we er anders door gaan reizen?

Nederland is met vakantie en heeft zich opgesplitst in twee kampen. Het ene kamp dwaalt niet te ver van tent of zomerhuisje. Vakantie is om uit te rusten of uit te gaan. Reisgidsen gebruikt men niet. Het tweede – veel kleinere – kamp heeft in meer of mindere mate antropologische of archeologische aspiraties. Het gaat naar exotische landen. Het bezoekt monumenten. Het neemt foto’s van arme mensen. Als Nederlandse leden van dit kamp elkaar tegenkomen, doen ze meestal alsof hun neus bloedt. (Al verblijven ze wel weer in hetzelfde hotel). In dit kamp is de reisgids zeer populair. De bekendste is de Lonely Planet en bestaat dertig jaar. Een goed moment om de psychologische balans op te maken.

Lange tijd heb ik ze aandachtig gelezen, die reisgidsen. Tot ik kortgeleden op een reis ontdekte dat er iets niet klopte. Iedere keer als ik in dat boekje had zitten lezen, wilde ik plotseling gebouwen of natuur zien die ik voor vertrek niet eens kende. Neem de eeuwenoude uit rotsen gehouwen orthodoxe kerken in Ethiopië. Ik wist wel dat ze bestonden, maar had er eigenlijk even weinig interesse voor als kerken in Nederland of Italië. Ik was er in ieder geval niet voor naar Ethiopië gekomen. Maar toen ik de Lonely Planet doorbladerde werd de ene nog ongelooflijker aangeprezen dan de ander: memorable, spectacular en a sight not to be missed keerden op de meeste pagina’s terug. Door deze omschrijvingen te lezen, verlangde ik plotseling vurig naar uit rotsen gehouwen kerken. Ook durfde ik ze na alle toegezwaaide lof niet meer over te slaan. Iedereen ging er immers heen. En wie ben ik dan om dat niet te willen? Het is hetzelfde sentiment, dezelfde logica waarmee de reclame voor bestsellers en blockbusters ons probeert te verleiden: miljoenen mensen die je voorgingen kunnen het toch niet allemaal bij het verkeerde eind hebben.

In De romantische leugen en de romaneske waarheid (1961) noemt de Franse literatuurwetenschapper en filosoof René Girard (1923) dit mechanisme „mimetische begeerte”. In het Latijn betekent mimesis nabootsing, en die ligt volgens Girard ten grondslag aan onze begeerten. Hij komt tot deze conclusie nadat hij het gedrag van karakters uit de grote werken van de literatuurgeschiedenis bestudeerd heeft. In de literatuur van Cervantes, Stendhal, Flaubert, Proust en Dostojevski wordt ons volgens Girard de „romaneske waarheid” getoond, die inhoudt dat wij altijd met een schuin oog kijken naar mensen die wij bewonderen, om in de gaten te houden wat zij mooi, belangrijk en aantrekkelijk vinden. Net als de personages in de grote werken van de wereldliteratuur kopiëren wij onze begeerten van derden. De literatuur houdt ons een spiegel voor, die ons toont dat onze begeerten niet origineel zijn. Toch zullen we dit niet zo gauw erkennen. Liever beschouwen we onszelf als unieke individuen met een authentieke smaak. Een „romantische leugen”, aldus Girard.

Wanneer we reizen komt onze begeerte vaak tot stand via de Lonely Planet. Zodra ik een reis maak zonder deze goed voor te bereiden – en mijn onwetendheid dus groot is – kun je mij behoorlijk veel wijsmaken over het land dat ik bezoek. Ik ben al blij als iemand het allemaal wat overzichtelijker voor me maakt. De Lonely Planet is daar heel goed in. Ze kan ons precies vertellen wat het mooiste, het hoogste of het oudste is. Zolang we niet goed weten wat we precies ergens zoeken, sukkelen we van sight naar highlight omdat deze gebaseerd lijken op de meest objectieve criteria. Het zou stom van ons zijn daar niet naar te luisteren. Wat we daarbij vergeten is dat we deze monumenten niet uit onszelf wilden zien.

Natuurlijk zijn de Ethiopische kerken heel bijzonder. Sommigen zijn alleen te bereiken via krakkemikkige touwladders. De meeste liggen op hoge rotsen en zijn veel ouder dan hun Europese tegenhangers. Ze representeren een rauw, orthodox christendom dat duizend jaar geïsoleerd was van Europa. Maar om dit te kunnen waarderen was er veel meer vereist dan de avond tevoren een paar aanprijzende regels in de Lonely Planet lezen. Het is te laat als we de kwaliteiten van een bijzonder gebouw uit een reisgids vernemen. Onze interesse wordt te oppervlakkig aangesproken om ons werkelijk te kunnen grijpen – waardoor we inderdaad na een poosje verzuchten dat alle kerken, tempels en natuurparken „zo op elkaar lijken”. De begeerte die pas een paar dagen tevoren door een reisgids is opgewekt, heeft geen kans gehad uit te groeien tot fascinatie of echte kennis van zaken. En zonder architectonische of theologische kennis blijft de mooiste Ethiopische kerk een uitgehouwen stuk rots met redelijk bizarre schilderingen waar hordes toeristen zoals ik rondzwerven. Door mijn gebrek aan wezenlijke interesse werd ik al gauw overmand door een diep verlangen in slaap te vallen op een bankje in de schaduw.

Als we ons niet in een reisbestemming verdiepen, zullen we geketend blijven aan onze reisgidsen. Net als de Chinese toeristen naar het Keukenhof gaan en niet naar het echte Nederland, laten wij ons drijven langs de hoogtepunten. Het risico is dan dat zelfs het grootste culturele wonder ter wereld teleur zal stellen. Een voor de hand liggende oplossing is meer relevante boeken te lezen voor vertrek, of alleen te reizen naar plaatsen die ons al fascineren. Maar zelfs als je niet van lezen houdt of geen obsessies hebt, bestaat er gelukkig nog een manier om te ontsnappen aan de mimetische, oppervlakkige begeerte die de Lonely Planet oproept.

Op dezelfde reis bezocht ik Nubië, de smalle strook beschaving langs de Nijl in Noord-Soedan. Dit klinkt exotisch en dat is het eigenlijk ook. Toch kon ik door de hitte al die exotiek niet waarderen. Ik was vooral bezig met zweten en me van schaduw naar schaduw te begeven. Toevallig ontmoette ik toen een Tsjechische amateurantropoloog die gefascineerd was door traditionele schilderingen van Nubische huizen. Fascinatie is niet het juiste woord. Hij verkeerde in permanente extase. Onder de verzengend hete middagzon joeg hij onvermoeibaar voort om zijn these te bewijzen dat er een periode was waarin de krokodil de dominante decoratie was van de Nubische lemen poorten. Ik wist niets van Nubische huizen maar na enige dagen tuurde ik over zijn schouders mee. „Daar,” hoorde ik mezelf zeggen met samengeknepen ogen, wijzend naar een paar vervaagde strepen op een afgebrokkelde muur, „een opmerkelijk exemplaar.”

Door me aan de Tsjechische antropoloog vast te klampen gebeurde er iets wat de Lonely Planet zelden lukte: mijn interesse werd gewekt voor een deel van een totaal vreemde cultuur. En door de interesse werd ik minder gevoelig voor de Soedanese hitte. Ik was een betere reiziger geworden door me te laten aansteken door het enthousiasme van de Tsjech. (Onder rugzaktoeristen wordt er gewaarschuwd voor types zoals ik. Zij staan bekend als leeches – bloedzuigers – omdat ze zich vastbijten in hun gastheer en daarna lastig af te schudden zijn.)

Moeten we de Lonely Planet dan maar thuislaten? Niet per se, want er staat nauwkeurige praktische informatie in – onder andere over de hostels, cafés of restaurants waar andere toeristen te vinden zijn. Als je deze soortgenoten wilt vermijden, hoef je maar te kijken welke plaatsen met kracht aangeraden worden en daar vervolgens met een boog omheen te lopen. En als je ver van huis bent en toch andere mensen uit jouw kamp wil zien dan kan dat dankzij de Lonely Planet ook. Maar alles wat de gids verder belooft, is een romantische leugen.

Pepijn Vloemans werkt aan een reisboek dat volgend voorjaar bij Querido verschijnt.

    • Pepijn Vloemans