Afzien op de fiets, weg van de armoede

Uit Sint Willebrord komen veel (ex-)topwielrenners, zoals de gebroeders Van Est en Rini Wagtmans, het neefje van Wout. „Alles was koers in mijn jeugd.”

„Als ge niet kunt afzien in ’t leven, bende nergens.” Wim van Est heeft het zijn vader honderden keren horen zeggen. De eerste Nederlandse geletruidrager in de Tourgeschiedenis groeide op in Sint Willebrord. Voor de Tweede Wereldoorlog was het een armlastig kerkdorp van boeren en smokkelaars. Na de oorlog groeide het uit tot het nationale sportdorp van Nederland.

Behalve Wim en broer Piet van Est was Sint Willebrord de thuishaven voor de renners Wout en zijn neef Rini Wagtmans, Marinus Valentijn, Jacques Hanegraaf en Daan Luijkx. En van de biljarters Dick Jaspers, Christ van der Smissen en Frans van Kuijk. Als eerbetoon was het dorp gisteren finishplaats in de eerste rit van de Eneco Tour.

„Sint Willebrord is de bakermat van het Nederlandse wielrennen”, stelt Rini Wagtmans, winnaar van drie Touretappes. „Voor de oorlog was er grote armoede in het dorp. Koersen was voor boerenjongens als wij de enige manier om die armoede te ontvluchten. Wij zijn de flandriens van Brabant. Ik wist al op mijn twaalfde verjaardag dat ik wielrenner wilde worden. ‘Ik hoef niet te leren, ik word coureur. En die hoeven alleen maar hard te kunnen fietsen’, zei ik tegen mijn leraar.”

Wim van Est is het schoolvoorbeeld van de geharde Willebrorder. Hij kwam zestig jaar geleden zwaar ten val in de Omloop Het Volk. Acht maanden lang zou hij met een pijnlijke sleutelbeen doorrijden, tot hij zijn andere sleutelbeen brak. Artsen stelden vast dat beide sleutelbenen gebroken waren. Van Est had met de eerste breuk alle klassiekers en de Giro gereden.

Willebrorders zijn geen hemelbestormers. In het dorp, ‘groot geworden door deserterende soldaten uit het leger van Napoleon’, werden inwoners gehard. „Renners als Van Est en de neven Wagtmans, dat waren stompers die nooit opgaven”, weet collega-renner Ab Geldermans.

„Ik herinner me een rit in de Tour van 1960. Van Est was weg met een groepje, 150 kilometer in de aanval. Net voor de aankomst in Bordeaux werden ze ingehaald. Ik heb hem toen tot aan de finish mee gesleurd. Daar is hij omgevallen en begon hij onbedaarlijk te huilen. De Fransman Jean Grazcyk, die mee zat in de ontsnapping, had hem beloofd dat hij mocht winnen als hij op kop reed voor hem. Wimpie wou zo graag winnen in zijn laatste Tour. Hij had zich helemaal doodgereden. Hij kon geen poot meer verzetten.”

Wielrennen werd de jongens in Willebrord met de paplepel ingegeven. Rini Wagtmans’ vader, de broer van Wout Wagtmans, was soigneur. „Alle grote Nederlandse wielrenners passeerden bij mij thuis”, vertelt Rini. „Alles was koers in mijn jeugd. Voor ik ooit een berg had gezien, kende ik alle bergpassen in de Alpen en de Pyreneeën al van buiten.” Ook bij Wim van Est speelde zijn vader een grote rol. Als slagerszoon moest hij elke dag kilometerslang bestellingen rondbrengen, op een oude krakkemikkige fiets over dokkerende boerenpaadjes. Toch zou Van Est pas op zijn 27ste prof worden.

Wim van Est werd de roerganger van het Nederlandse wielrennen. In zijn eerste Tour werd hij op slag een wielerlegende, door in de gele trui in een ravijn te vallen– een gebeurtenis die vereeuwigd werd in de bekende reclame van het horlogemerk Pontiac: ‘Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep’. „Ik zie Van Est nog thuiskomen van die Tour de France”, vertelt Rini Wagtmans, zijn toenmalig buurman. „Zijn benen onder de schrammen, zijn ellebogen lagen open. Hij was een geweldenaar, een volksheld.”

Na Jacques Hanegraaf, subtopper in de jaren 80, leek Sint Willebrord als wielerdorp ingedommeld. „Vroeger werden renners gemaakt”, zegt Rini Wagtmans. „Nu hebben jongeren op hun zestiende een scooter, op hun achttiende een auto. Ze gaan per jaar drie keer op vakantie, hoeven niet meer te knokken zoals wij. Nu heb je enkel nog geboren renners. Iemand als Edvald Boasson Hagen [Noor won twee ritten in de afgelopen Tour], die is gemaakt om op een fiets te zitten.”

Maar sinds enkele jaren werkt Sint Willebrord aan een heuse comeback. „We zijn al vier jaar bezig met een landelijke jeugdploeg”, zegt Corrie Maes, inspirator van de lokale wielerploeg Willebrord Wil Vooruit. „We hebben inmiddels zo’n 75 jeugdrenners.”

Het initiatief werpt zijn vruchten af. Met Perry Frijters, Stan Goderie en Paul Moerland heeft het dorp alweer drie Nederlandse wielerkampioenen in verschillende jeugdcategorieën.

„Die jongetjes hébben het”, glundert Rini Wagtmans. „Ze doen het op de aloude manier: hard werken, hard trainen. Als die jongens voor de sport blijven leven, worden dat absolute toppers.”

    • Jeroen Zuallaert