Afrika helpt Afrika niet

Vergeet honger, oorlog en geweld, groei is het nieuwe nieuwe gezicht van Afrika, zeiden de Afrikaanse leiders.

Maar een snelle top om hulp te organiseren is uitgesteld.

A Somali child pulls a water container near UNHCR's Ifo Extension camp outside Dadaab, eastern Kenya, 100 kms (60 miles) from the Somali border, Tuesday Aug. 9, 2011. U.S. President Barack Obama has approved $105 million for humanitarian efforts in the Horn of Africa to combat worsening drought and famine. The drought and famine in the horn of Africa has killed more than 29,000 children under the age of 5 in the last 90 days in southern Somalia alone, according to U.S. estimates. The U.N. says 640,000 Somali children are acutely malnourished, suggesting the death toll of small children will rise. (AP Photo/Jerome Delay) AP

Europese landen zamelen geld in en westerse hulporganisaties delen voedsel en medicamenten uit. Maar wat doet Afrika eigenlijk zelf aan de hongersnood die delen van Somalië, Kenia en Ethiopië heeft getroffen?

De leiders van de Afrikaanse Unie zouden gisteren in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba bijeenkomen om geld te werven voor humanitaire hulp. De donorconferentie was op 30 juli al aangekondigd. Maar afgelopen week werd de top met ‘ten minste twee weken’ uitgesteld: het bleek te kort dag om alle staatshoofden bij elkaar te krijgen, meldde een woordvoerder van de regionale organisatie.

„Reken maar uit hoeveel mensen er in die twee weken komen te overlijden”, zegt de Keniaanse mensenrechtenspecialist Shadrack Gutto, hoogleraar aan de Universiteit van Zuid-Afrika. „De Afrikaanse Unie heeft traag en inadequaat gereageerd”, vindt hij. „We wisten al een half jaar dat de droogte tot desastreuze gevolgen kon leiden. Waarom is niet eerder actie ondernomen? Landen kunnen in plaats van hun president toch ook een minister of ambtenaar naar zo’n donorconferentie sturen?”

Onder leiding van toenmalig president Thabo Mbeki van Zuid-Afrika werd in 2002 de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAU) ingeruild voor de Afrikaanse Unie (AU). Terwijl de OAU zich voorstond op het principe van non-interventie, besloot de AU onder het mom van Mbeki’s hoop op een ‘Afrikaanse renaissance’ tot het grondbeginsel van ‘non-indifference’ (niet-onverschilligheid). Leiders zouden niet meer wegkijken als bij de buren misdaden gepleegd werden of leiders van het rechte pad afraakten.

„In het licht van deze verplichting is laksheid bij zo’n verwoestende tragedie onverantwoordelijk en onvergeeflijk”, schreef de Ethiopische AU-analist Solomon Dersso van het pan-Afrikaanse Institute for Security Studies. Pas op 12 juli, noteerde hij, reageerde de leiding van de AU voor het eerst op de droogte en de honger in de Hoorn van Afrika.

Het sentiment leeft: opinieleiders in kranten van Zuid-Afrika tot Kenia hebben kritiek op de trage reactie van de Afrikaanse politiek op de crisis. Diezelfde politici trokken de laatste jaren de wereld rond om een nieuw Afrika te presenteren: een continent met een snel groeiende middenklasse, waar het goed investeren is. Van de tien snelst groeiende economieën in de wereld, liggen er volgens het Internationaal Monetair Fonds zes in Afrika. De bekende beelden van honger, oorlog en geweld waren voor even van de radar. Nu ziet Afrika er weer uit zoals de wereld Afrika kende.

Door de economische groei van de laatste jaren is een kleine groep Afrikanen steenrijk geworden. „Er zijn duizenden Afrikaanse miljonairs”, stelt Shadrack Gutto. „Waar zijn zij? Moeten zij hun mede-Afrikanen niet helpen?” Hij is „teleurgesteld” in wat hij noemt „het langzaam afkalven van solidariteit als belangrijkste Afrikaanse deugd”. Niettemin bracht in Gutto’s eigen Kenia een sms-actie (‘Kenyans for Kenya’), georganiseerd door dagblad The Daily Nation en telefoonbedrijf Safaricom, al iets meer dan 1,1 miljoen euro bijeen.

De professor heeft zijn pijlen vooral op de politiek gericht. „Veel Afrikaanse leiders zijn alleen met zichzelf bezig”, zegt Gutto. „Of met achterhoedegevechten in Libië of Ivoorkust. Alleen als we als Afrikanen eerst zelf wat doen, kunnen we de rest van de wereld vragen om mee te helpen onze problemen op te lossen. Afrika is rijker dan je denkt, vergeet dat niet.”

Maar is het niet wat veel gevraagd van landen die zelf nog voor een groot deel afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp om een bijdrage te leveren? Onderzoeker Lyndsey Duff van het Zuid-Afrikaanse Institute for Global Dialogue vindt van wel. „Ik begrijp dat de rest van de wereld kritiek heeft, maar er zijn maar weinig landen in Afrika die de middelen hebben om te helpen. Er is geen institutionele capaciteit om op dit soort crises te reageren.” Hetzelfde geldt voor de AU, zegt Duff. Slechts vijf Afrikaanse landen dragen financieel bij aan de regionale organisatie.

Zuid-Afrika, de grootste economie van het continent, heeft tot nu toe 146.199 euro toegezegd voor noodhulp. Het land had dit jaar een fors maïsoverschot, waarvan 300.000 ton is uitgevoerd naar onder andere Japan en Zuid-Korea. Boerenorganisaties willen nu toestemming om maïs te mogen produceren voor biobrandstof, maar de critici zien dat als een gevaar voor de voedselveiligheid - in eigen land wel te verstaan.

Soedan heeft inmiddels 2,5 miljoen euro bijgedragen, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank ruim 507.000 euro en de Afrikaanse Unie heeft 300.000 euro toegezegd. De AU heeft in Somalië 9.000 vredessoldaten gestationeerd, die de opdracht hebben gekregen hulpverleners en voedseltransporten te beschermen.

„Zonder die vredesmacht was de nood misschien nog groter geweest”, meent Henning Snyman van het South African Institute of International Affairs. „Maar het probleem blijft dat Afrika zelden met één stem spreekt. Net als eerder dit jaar in Ivoorkust en in Libië laten we nu opnieuw het Westen onze problemen oplossen.”

    • Peter Vermaas