Windmolen op zee goed voor fauna

Dat windmolens zouden werken als ‘gehaktmolens’ van vogels klopt volgens onderzoekers niet.

Windmolenparken op zee kunnen gunstig uitpakken voor de natuur. Ze lijken te dienen als vluchtplaatsen voor kabeljauw en ze trekken mosselen, anemonen en krabben. Dat is de conclusie van onderzoek door Imares, een instituut van Wageningen Universiteit.

Onderzoekers hebben twee jaar lang het windmolenpark tien tot achttien kilometer uit de kust bij Egmond aan Zee bestudeerd, in opdracht van de eigenaren Nuon en Shell. Er werd een „toename aan biodiversiteit” aangetroffen.

De conclusies zijn „niet één op één” te vertalen naar andere windparken, stellen de onderzoekers. Zo vliegen er bij dit windpark relatief weinig vogels. Wel zouden windparken in het algemeen kunnen fungeren als een „relatieve oase van rust” in het „drukke kustgebied”.

Op de palen van het windpark en de stenen die daar omheen zijn gestort, vestigen zich diersoorten zoals mosselen. Ook voor vissen zijn „kleine positieve effecten” te melden. Ook zijn er meer geluiden van bruinvissen dan buiten het windpark.

De onderzoekers hebben geen grond gevonden voor de veronderstelling, vooral onder natuurbeschermers, dat windmolens werken als ‘gehaktmolens’ van vogels. „Het lijkt erop dat er minder botsingen met vogels zijn dan bij windmolens op land”, zegt Han Lindeboom, hoogleraar mariene ecologie. Het aantal vogelslachtoffers – afhankelijk van de rekenmethode 600 tot 1.350 per jaar – is „relatief laag”. (NRC)