Voormalige groenteboer geniet van luxe vakantie

In de zomer zijn er relatief veel televisieprogramma’s over vakantievierende Nederlanders. In Tante in Turkije (NTR) voeren Maxim Hartman en Inci Lulu Pamuk gesprekjes met Turkse Nederlanders die hun vrije weken doorbrengen in het land van herkomst en daar ook als vreemdelingen worden gezien, namelijk rijke toeristen. Het zal wel afgunst zijn op hun welstand, zo luidt de steeds weerkerende conclusie.

Daar hebben de zestigplussers, die in een groepsreis per caravan of camper door Corsica en Sardinië reizen in We zijn er bijna! (MAX). weinig last van. Ze hebben namelijk zo goed als geen contact met de bewoners van hun vakantieland. De groep blijft voornamelijk bij elkaar en alles is tot in de kleinste details geregeld, van de route tot de standplaats die de leiding bij aankomst op een camping aanwijst. De cohesie wordt nog eens versterkt door verplichte dagelijkse deelname aan de jeu-de-boulescompetitie om vijf uur.

Het programma is een vervolg op de eerdere KRO-programma’s Gezellig naar de Krim en Gezellig naar Marokko. Zelfs de reisbegeleiders van de ANWB zijn dezelfden. Het verschil zit hem alleen in de vervanging van presentator Derk Bolt door Martine van Os, die in haar gesprekjes met de deelnemers iets meer de nadruk legt op hun achtergrond. Zo ontstaat een kijkcijferhit, die typerend is voor de toon van omroep MAX. De wat kneuterige sfeer van de reis wordt niet ironisch benaderd, maar volstrekt serieus genomen. Er is veel aandacht voor het verleden van de hoofdpersonen, met oude foto’s en anekdotes over het dagelijks leven van vroeger.

Van Os heeft een prettige stijl van met mensen omgaan, die niet erg diep graaft, maar wel soms verrassende inzichten oplevert. Mooi was een gesprek met de enige alleenstaande deelnemer, een weduwe in een camper, die in haar eentje nooit zo’n vakantie zou ondernemen. Curieus is ook de gepensioneerde groentenboer, die het hele gezelschap trakteert op een saladebuffet met lokale ingrediënten, maar zelf niet van groenten houdt, tenzij het andijvie met een gehaktbal is.

Er zijn meer voormalige middenstanders onder de reizigers. Ze hebben hun leven lang hard gewerkt en kunnen zich nu de luxe veroorloven om soms wel zeven maanden per jaar van huis te zijn, in een pico bello rijdend vakantieverblijf. Uitbundige takken op campings met te krappe standplaatsen zijn vooral een probleem omdat er wel eens krassen op de caravan zouden kunnen komen.

De mensen uit deze generatie verbazen zich niet echt over hun luxe positie. Hun kleinkinderen zullen het hun niet nadoen. De jonge zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) in Goudzoekers (VPRO) hebben voor het merendeel nog niets geregeld voor hun pensioen of mogelijke arbeidsongeschiktheid. Na hen de zondvloed, maar die komt er sneller aan dan gedacht. En probeer dan maar eens niet jaloers te worden.

    • Hans Beerekamp