Relschoppers kennen geen angst voor politie en voelen zich heer en meester

De kritiek op de manier waarop de Londense politie heeft gereageerd op de rellen groeit. „De politie kan alleen werken als er een sociaal pact is met de gemeenschap”, zegt adviseur Lee Jasper.

Na drie onrustige nachten komt de Londense politie steeds meer onder druk te staan; letterlijk en figuurlijk. Letterlijk omdat slechts een klein percentage van de agenten van de Metropolitan Police is getraind voor de oproerpolitie en kan worden ingezet in dergelijke situaties. Scotland Yard heeft al assistentie gekregen van andere korpsen, gisternacht werden er 1.700 extra agenten ingezet. Toch lijkt het alsof de politie de controle over de straten van de Britse hoofdstad verliest en haar burgers niet kan beschermen.

Op zijn blog schrijft ‘Inspector Winter’, een dertigjarige politiefunctionaris, hoe hij niet eerder plunderingen op dergelijke schaal meemaakte: „Er worden massaal winkels leeggehaald, we weten dat het gebeurt en er is niets wat we kunnen doen, de harde kern van mijn team wil een kijkje nemen en het stoppen, we zijn in de minderheid, we worden belemmerd door beschermend materiaal en we zijn kapot.”

De vraag is of de Londense politie kan omgaan met dergelijke protesten. Afgelopen winter kreeg het korps grote kritiek nadat studentendemonstraties uit de hand liepen en er tientallen gewonden vielen toen anarchisten de protesten gebruikten om rellen te schoppen. Net als toen moest Scotland Yard ook dit weekeinde erkennen dat het de situatie verkeerd had ingeschat.

Dat heeft deels te maken met een gebrek aan kennis over wat er in de samenleving speelt, zegt journalist Robert Chesshyre. Hij schreef het boek The Force: Inside the Police, waarvoor hij een aantal jaren geleden een tijdje meedraaide met de Metropolitan Police. „Ze wonen niet in de gebieden waar ze werken, en de meerderheid komt niet uit Londen. Dat is altijd een probleem geweest”, aldus Chesshyre in een telefoongesprek.

„In een wijk als Tottenham, waar zaterdag de rellen begonnen, zullen jongeren zich bovendien niet snel opgeven voor een baan bij de politie. Slechts 9,7 procent van de agenten is niet blank.”

Chesshyre vertelt dat er sinds de jaren tachtig, toen Londen ook het toneel was van rellen tussen politie en jongeren, veel is veranderd. Zo is er geïnvesteerd in maatschappelijk werk door de politie: „Ze doen hun werk niet meer vanuit de auto.” En sinds enkele geruchtmakende zaken weten agenten bovendien „dat ze ter verantwoording kunnen worden geroepen”.

Chesshyre doelt onder meer op de moord op de zwarte tiener Stephen Lawrence in 1993, die door institutioneel racisme en incompetentie onvoldoende werd onderzocht, en de moord op de tienjarige Damilola Taylor, waar door een gebrek aan lokale contacten – en dus getuigen – de daders in eerste instantie werden vrijgesproken. Het heeft de werkwijze van de Met veranderd.

De laatste dagen is ook verwezen naar de Braziliaan Jean Charles de Menezes, die in 2005 in de nadagen van de aanslagen van 7 juli werd neergeschoten door agenten omdat zij dachten dat hij een terrorist was. Hij bleek onschuldig. Net als krantenverkoper Ian Tomlinson die tijdens een protest tegen de G20 werd neergeslagen door de politie en later stierf. Ook het afluisterschandaal rondom tabloid News of the World wordt genoemd. Politieagenten zouden tegen betaling informatie aan journalisten hebben verkocht.

Door dit soort incidenten is het respect voor de politie afgenomen, juist in de wijken waar nu de rellen zijn, zegt Lee Jasper. Hij was adviseur van oud-burgemeester Ken Livingstone op het gebied van politie en etniciteit. „De politie wordt er, net als andere overheidsinstanties, niet vertrouwd. En de politie kan alleen werken als er een vorm van overeenstemming met de gemeenschap is, een sociaal pact. Als dat er niet is, is er steevast een vijandige reactie van het publiek.”

De relschoppers geloven dat zij heer en meester zijn op straat. De politie is volgens Jasper „de vijand” of op zijn minst iemand voor wie je geen angst hoeft te kennen.

Bovendien heeft men het gevoel dat de politie traag reageert. Dat was de reden dat de familie van de donderdag neergeschoten Mark Duggan zaterdag naar het politiebureau van Tottenham ging om verhaal te halen – waarna de rellen begonnen. En de afgelopen nachten liet versterking soms lang op zich wachten, waardoor het lang duurde voor de brandweer met blussen kon beginnen.

Maar de Met heeft te maken met de moderne tactiek van de relschoppers. Via Blackberry-berichten en Twitter melden ze elkaar waar de volgende plundering zal plaatsvinden. Zodra er sirenes hoorbaar zijn en de eerste busjes met oproerpolitie de straat in rijden, schieten ze zijstraten in en verplaatsen ze zich naar een volgende wijk. „Dit zijn geen vooraf geplande demonstraties waarop je je kunt voorbereiden”, zei een politiedeskundige gisteren.

De roep om inzet van het leger of waterkanonnen groeit, maar minister van Binnenlandse Zaken Theresa May sloot dat uit: „De manier waarop we in Groot-Brittannië de orde handhaven is niet met waterkanonnen. De manier waarop we orde handhaven is met instemming van de gemeenschap.” Waterkanonnen worden wel in Noord-Ierland gebruikt.

    • Titia Ketelaar