Ook het Griekse deel biedt de Turks-Cyprioten geen hoop meer

De economische crisis op het eiland zweept bij de Turks-Cyprioten gevoelens op tegen de bemoeienis van de regering op het Turkse vaste land. ‘Wij zijn een uitstervend ras.’

Nicosia, Cyprus, April 10, 2010 Dead end street with playing children near the green line in the Turkish part of Nicosia. Behind the grey gate is Turkish military area. The Turkish army invaded north Cyprus in 1974 in response to a Greek military junta backed coup. The island remained divided by the green line ever since. 30,000 Turkish troops stay permanently in the self declared Turkish Republic of North Cyprus, recognized only by Turkey. Spelende kinderen aan de Turkse kant van de Groene Lijn. Het eiland is verdeeld sinds het Turkse leger in 1974 Noord-Cyprus bezette. Vandaag verblijven meer dan 30,000 Turkse soldaten in de Turkse Republiek Noord-Cyprus, die enkel door Turkije wordt erkend. HH©Nick Hannes Nick Hannes/Hollandse Hoogte

Sinds de dag dat Turkse troepen in 1974 het noorden van Cyprus binnentrokken, is er nooit zoveel reden geweest voor leedvermaak bij de Turks-Cyprioten als vandaag.

De bewoners van de Turkse Republiek Noord-Cyprus, een land dat alleen door Turkije wordt erkend, keken altijd met jaloezie naar de economische voorspoed aan de andere kant van de Groene lijn. De Grieks-Cyprioten haalden niet alleen veel meer toeristen en bedrijven naar hun deel van het eiland, maar ook het lidmaatschap van de EU (sinds 2004) en de eurozone (sinds 2008).

Maar nu het bij de Grieks-Cyprioten economisch zo slecht gaat dat hulp uit Brussel onvermijdelijk lijkt, klagen de Turks-Cyprioten alleen maar nog harder.

Dat begint al om half zes in de ochtend, als de zon boven de wachtposten van de Verenigde Naties klimt. Het is de tijd waarop de eerste van de Turks-Cyprische bouwvakkers de bufferzone oversteken. Duizenden werken er aan de andere kant. „Ze geven ons aan de Turkse kant geen werk”, zegt Önder Fakir, die al zeven jaar tussen de Grieks-Cyprioten werkt. „Maar nu is het aan deze kant ook crisis.”

Voor veel Turks-Cyprioten zijn de zeven doorgangen naar de andere kant van het eiland de afgelopen jaren een redding geworden.

In hun eigen geïsoleerde republiek zijn er voor Turks-Cyprioten steeds minder banen. Op last van de regering in Ankara, de enige geldschieter van Noord-Cyprus, worden ambtenaren gekort of de deur gewezen en staatsbedrijven geprivatiseerd. „De enigen die deze bedrijven kunnen opkopen zijn Turken van het vasteland, die hun eigen medewerkers meenemen”, zegt Ayca Cirali van de vakbond voor gemeentewerkers. „Wij zijn een uitstervend ras op ons eigen eiland.”

De irritatie jegens Ankara is nu zichtbaar in de straten van Lefkosa, zoals de gespleten hoofdstad aan deze kant van de Groene lijn heet. Toen de Turkse premier Erdogan in juli het eiland bezocht werd hij ontvangen door een roerige meute. Er waren spandoeken die om een „Cyprus voor de Cyprioten” vroegen.

Er werd zelfs gedemonstreerd tegen de 35.000 Turkse soldaten, die in 1974 de Turks-Cyprioten redden uit de handen van Grieks-Cyprische milities. „We zijn als een sandwich tussen Grieks-Cyprus en Turkije”, zegt Ayca Cirali, de vakbondsleider.

Ze werd in juli opgepakt en 24 uur vastgehouden toen ze meeliep in de demonstraties tegen Erdogan en de Turkse bemoeienis. De politie schoot traangas af en sloeg demonstranten soms met de blote vuist tegen de grond. „Dat soort geweld zijn ze misschien gewend in Turkije. Maar wij hebben nog nooit zoiets meegemaakt.”

De vakbonden hier kijken met jaloezie naar de regeringscrisis aan de andere kant van de bufferzone. Grieks-Cyprus tuimelde deze maand in zijn diepste crisis sinds de invasie van 1974. Een explosie in een munitiedepot vernietigde daar de elektriciteitscentrale die meer dan de helft van de stroom op het eiland levert.

De stroomuitval in combinatie met een begrotingstekort zo groot dat hulp uit Brussel nodig lijkt, leidde tot het aftreden van de voltallige regering. „Maar in Grieks-Cyprus praten de vakbonden tenminste mee over de crisis”, zegt de vakbondsleider. „Hier wordt de bonden de mond gesnoerd, net als op het vasteland.”

Maar voor vervulling van de Turks-Cyprische wens van minder bemoeienis door het vasteland, is een oplossing nodig van dit oude en trage conflict.

Cyprus is nog altijd het belangrijkste obstakel voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Premier Erdogan verhoogde de inzet tijdens zijn bezoek aan Cyprus door te dreigen alle banden met Europa te verbreken als (Grieks-)Cyprus volgend jaar juli voorzitter wordt van de Europese Unie. Ankara zou dan zes maanden lang Brussel als gesprekspartner boycotten, tenzij het conflict voor die tijd wordt opgelost.

In Turkije is de frustratie torenhoog over de beslissing van de EU een verdeeld Cyprus toe te laten tot de EU in 2004. Dat gebeurde na een referendum waarin de Turks-Cyprioten voor hereniging met het Griekse deel hadden gestemd, en de Grieks-Cyprioten tegen.

De vraag is of de economische crisis in Griekenland en Cyprus de onderhandelingen kan versnellen. Griekenland dreigde in 2004 de toetreding van andere lidstaten te blokkeren, als Grieks-Cyprus niet zou worden toegelaten, maar heeft nu weinig meer in te brengen.

„Een oplossing kost handenvol geld: 20 tot 30 miljard euro”, rekent de Turks-Cyprische minister van Financiën, Ersin Tatar, voor. Dat geld is nodig voor het terugkopen van het land en de huizen die de Turks-Cyprioten en de Grieks-Cyprioten in 1974 verloren.

Dat geld moet uit Europa en Amerika komen, die steeds verder wegzinken in hun eigen crisis. „Er liggen nu nog veel moeilijker tijden voor ons dan in 2004”, zegt minister Tatar. „De donoren zullen nog minder geneigd zijn ons te helpen.”

Aan deze minister nu de taak de bevelen uit te voeren zoals ze uit Ankara komen: minder ambtenaren, minder kosten, en privatiseren zodat de Turkse zakenwereld nog wat aan Turks-Cyprus kan verdienen. De opdracht uit Ankara kost hem de populariteit van zijn eigen volk. „Ik begrijp die woede wel”, zegt de minister. Maar wat kan hij anders doen?

    • Bram Vermeulen