Nu harde lijn Turkije tegen Assad

Turkije wil dat de Syrische president Bashar al-Assad onmiddellijk zijn militaire operaties tegen ongewapende demonstranten staakt. Anders wacht hem hetzelfde lot als zijn collega’s in Egypte en Libië. Met die boodschap is de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu vanochtend afgereisd naar de Syrische hoofdstad Damascus.

In een tijd dat diplomatieke bezoeken aan Damascus schaars zijn, wordt de Turkse minister vergezeld door collega’s uit Brazilië, India en Zuid-Afrika. De Arabische Golfstaten Saoedi-Arabië, Koeweit en Bahrein verbraken zondag het Arabische stilzwijgen en veroordeelden het geweld in Syrië. Volgens mensenrechtenactivisten in Syrië kwamen vandaag op drie verschillende plekken nog eens zes demonstranten om het leven.

Juist de harde lijn van de Turken valt op, aangezien Ankara jarenlang een zeer warme relatie onderhield met het regime van president Bashar al-Assad. Afgelopen zaterdag noemde premier Tayyip Erdogan de bloedige onderdrukking van de Syrische opstand „een interne aangelegenheid” voor Turkije. Turkije hief twee jaar geleden de visumplicht op met Syrië, en over de 850 kilometer lange grens wordt de laatste jaren levendig gehandeld.

Met name het overheidsgeweld tegen demonstranten in de stad Hama heeft kwaad bloed gezet onder de Turken, die zich nog goed herinneren hoe Assads vader in 1982 in die stad huishield.

Turkije waarschuwt „niet slechts toeschouwer bij de gebeurtenissen in Syrië te kunnen blijven”.

Niettemin lijkt Turkije weinig interesse te hebben voor een militair ingrijpen, zoals in Libië, waar de Turken meewerken aan de NAVO-luchtaanvallen op het regime van de Libische leider Gaddafi. Deskundigen wijzen erop dat er voor de Turken geen reden is om in te grijpen, zolang Assad geen directe bedreiging vormt voor Turkijes nationale veiligheid. Ook de Syrische oppositie wijst tot dusverre elke buitenlandse militaire interventie van de hand.