Museum over Molukken zit in geldnood

Na vijftien jaar is het geld op. Het Moluks Historisch Museum in Utrecht moet dringend op zoek naar nieuwe inkomsten. Anders dreigt sluiting in 2013.

De 3,6 miljoen euro die Museum Maluku in 1995 van de Nederlandse regering ontving is bijna op. Als er geen nieuw geld komt, moet het Moluks Historisch Museum in 2013 sluiten. Daarmee gaat een „nu al onderbelichte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis” verloren, stelt Dita Vermeulen, voorzitter van het bestuur. En dat terwijl het museum er ooit kwam om deze geschiedenis in kaart te brengen.

„In de canon van de Nederlandse geschiedenis staat bijvoorbeeld niks over het verblijf en de moeilijkheden van de KNIL-soldaten in Nederland”, zegt Vermeulen. In het museum kunnen bezoekers kennismaken met de geschiedenis van de meer dan 12.000 Molukkers die in 1951 naar Nederland emigreerden. Jaarlijks trekt het museum 10.000 bezoekers.

In 1990 werd het MHM, gelegen in het centrum van Utrecht, geopend. De oprichting was een gebaar naar de Molukse gemeenschap, ter bevestiging van de historische relatie met Nederland. Het museum kreeg de eerste jaren structurele subsidie van het Rijk, maar na vijf jaar beëindigde de overheid deze bijdrage met een afkoopsom van 3,6 miljoen euro.

„Daarmee hebben we de afgelopen jaren mooie tentoonstellingen kunnen maken”, zegt Vermeulen, „maar de afkoopsom was zonder extra inkomsten slechts genoeg voor acht jaar, want wij hebben per jaar ongeveer vijf ton nodig voor de vaste kosten.” Dankzij extra subsidies voor projecten en tentoonstellingen draait het museum inmiddels vijftien jaar zelfstandig. „Maar de huidige regering heeft als doel flink te bezuinigen en heeft weinig oog voor de belangen van een divers samengestelde bevolking. Dubbele pech voor ons”, stelt Vermeulen.

In 1995 besloot het bestuur de 3,6 miljoen euro door een aparte stichting, Stichting Beheerfonds Moluks Historisch Museum, te laten beheren. Sindsdien krijgt het museum jaarlijks een bedrag voor vaste lasten. „We hebben het via een vermogensbeheerder heel defensief laten beleggen in voornamelijk obligaties.”

Volgens het museum is het door een combinatie van factoren fout gegaan. „Helaas heeft men destijds bij het vaststellen van de afkoopsom geen rekening gehouden met eventuele stijgende kosten. Bij de grote koersdalingen van 2000 en 2006 hebben we vier ton verloren. Verder hebben we een paar keer geld moeten besteden aan noodzakelijke verbouwingen. Ons pand is een monument en duur in onderhoud.”

Het museum vindt dat het zelf geen grote fouten heeft gemaakt. „Soms hebben we niet snel genoeg knopen doorgehakt.” Personeel is een belangrijke post voor het museum, dat vijf à zes mensen in dienst heeft, van wie enkele in deeltijd. Veel manoeuvreerruimte heeft het museum niet in een kleine gemeenschap als de Molukse. „We worden echt onder de loep genomen, iedereen kent iedereen, dus mensen ontslaan is moeilijk.” Wellicht had het museum daadkrachtiger aan werving van fondsen kunnen doen, maar volgens Vermeulen zou dat een te dwingende druk leggen op de Molukse gemeenschap. „Die moet al zoveel financiële bijdragen leveren voor kerk en familie in Indonesië.” Met een publicatie morgen in het Moluks magazine Marinjo wil het museum zich verantwoorden.

Van de gemeente en de provincie Utrecht heeft het museum nooit subsidie ontvangen, omdat het een rol speelt op landelijk niveau. Die afhankelijkheid van de landelijke politiek vindt Vermeulen verontrustend, omdat „veel huidige Tweede Kamerleden nauwelijks meer iets weten over de unieke ontstaansgeschiedenis van het museum en over de belangrijke rol die Molukkers hebben gespeeld in de geschiedenis van Nederland.” Daarom heeft het museum staatssecretaris Zijlstra een brief geschreven over wie ze zijn. „Als er Kamervragen over ons komen moet hij ons kennen en weten waar we voor staan.”

Er wordt gewerkt aan een reddingsplan. „Onderdeel daarvan is allereerst kijken hoe het anders kan met minder geld.” Voorbeelden daarvan kan ze op dit moment niet geven. „We moeten eerst met onze medewerkers praten. Vervolgens willen we ons Comité van Aanbeveling uitbreiden met mensen uit Molukse en Nederlandse samenleving.” De statuten van het museum zijn veranderd zodat een nieuw bestuur daadkrachtig kan werken aan de redding. Ook gaat het museum op zoek naar sponsors en praten over samenwerking. Museum Bronbeek in Arnhem zou volgens Vermeulen een goede partner zijn, want dat houdt zich ook bezig met Nederlands-Indië.

    • Kris Derks