Max en Lance

Sommige romans beklijven. Zoals sommige films. Het zijn de werkstukken die in kritieken doorgaans als „verontrustend” worden gekwalificeerd. Ook een interview kan beklijven. Zo loop ik al een week met Max van Heeswijk in mijn hoofd. Soms lig ik dubbel, soms wordt ik overvallen door verontrustend mededogen.

Wat een interview in NUsport had moeten worden, werd vooral het verslag van de gebeurtenissen tijdens het vraaggesprek. En die gebeurtenissen leidden mij, lezer, de schachten in van Max’ angsten en hulpeloosheid.

Waarom wilde het weekblad Nusport spreken met iemand die in 2008 stopte als professioneel wielrenner? Omdat Max als enige Nederlander ploeggenoot was van Lance Armstrong bij US Postal, en men daarom nieuwsgierig was naar zijn visie en gevoelens nu zijn oude team wordt uitgekamd door de uitgekookte Jeff Novitzky van de federale Food and Drug Administration. En door Interpol, en door narcoticabrigades van verschillende Europese landen.

Max ventileert inderdaad zijn visie en gevoelens, maar vindt opeens dat het interview „helemaal de verkeerde kant op gaat”. Hij heeft intussen ook aangeven zichzelf „een keer of drie” geprepareerd te hebben met epo – op zich weinig verontrustend – en eist dat al zijn opmerkingen over doping uit het artikel worden gelaten. Het wordt spannend in zijn huis.

Het interview ontaardt in een discussie over vetorecht. Max’ eisen dan wel verlangens worden telkens afgewezen. Afspraken over te bespreken onderwerpen, inzage vóór publicatie, laat staan een beslissende stem, waren vooraf niet gemaakt.

Wat gebeurt er allemaal in Max’ hoofd? Is het paniek, is het angst? Realiseert hij zich opeens dat hij tot het probleem van Armstrong is gaan behoren? Wroeging om zijn eigen openhartigheid heeft hij in elk geval. Max grist het opnameapparaat van tafel, wurmt de diskette eruit en smijt die in de vuilnisbak onder het aanrecht. De interviewer kan naar zijn eigendom fluiten. Max bewaakt de vuilnisbak alsof die verrijkt uranium bevat.

„Ik had het je nog zo gezegd, je zou het niet over Lance hebben”, treurt zijn eega dan. Even later, met overslaande stem: „En ik laat het niet gebeuren dat alles wat we hebben opgebouwd kapot gaat.”

Het zijn de meest navrante citaten in het artikel. Wie eens door The Boss is omarmd, raakt nooit meer uit zijn tentakels.

De interviewer beschouwt de sessie als beëindigd. Op één verzoekje na: kan Max hem veilig langs de rottweiler naar buiten loodsen.

Drie dagen later besluit Nusport aangifte te doen bij de politie vanwege de ontvreemde diskette.

In gedachten zie ik de kale Novitzky in het holst van de nacht door Max’ tuin struinen, een schep in de ene, een geprepareerde worst in de andere hand. De worst is om de rottweiler uit te schakelen, de schep om te graven naar diskettes, laptops, verroeste naalden.

Max slaapt slecht na een bijzonder onplezierig telefoontje uit Texas.

    • Peter Winnen