Kamerlid Mariko Peters: ik begrijp de ophef

Het in opspraak gekomen Tweede Kamerlid Mariko Peters (GroenLinks) erkent dat ze als diplomaat in 2005 zakelijker had moeten opereren bij het beoordelen van een subsidieaanvraag. Toch vindt ze dat ze „integer” heeft gehandeld en dat haar geen belangenverstrengeling kan worden verweten, zegt ze vandaag in deze krant. Peters noemt uitgelekte persoonlijke e-mails tussen haar en haar toekomstige partner genant: „Als je de mailtjes zo leest, dan denk ik ook: ja, die toon is wel heel informeel.”

Peters reageert voor het eerst uitvoerig op de beschuldigingen over belangenverstrengeling en mogelijke medeplichtigheid aan kinderontvoering nadat weekblad HP/De Tijd daar vorige week over berichtte.

Ook haar partij reageert vandaag op de affaire. Fractievoorzitter Jolande Sap en partijvoorzitter Henk Nijhof benadrukken geen aanleiding te hebben om te twijfelen aan de integriteit van Peters. „Om elke schijn van belangenverstrengeling weg te nemen, hebben wij Buitenlandse Zaken zelf verzocht aanvullend onderzoek te verrichten. Wij zien dit onderzoek met vertrouwen tegemoet”, aldus een verklaring.

Peters verklaart in het vraaggesprek ook waarom zij niet eerder reageerde: „Ik heb tot nu gewacht met het vertellen van mijn verhaal omdat de kinderen op de eerste plaats komen.” Sinds zaterdag zijn de kinderen van de partner van Peters, Robert Kluijver, weer bij hun moeder in Engeland.

Het zwijgen van Peters, voormalig werknemer van het ministerie van Buitenlandse Zaken, leidde tot veel vragen en de beschuldigingen van belangenverstrengeling werden na de publicatie van persoonlijke e-mails steeds hardnekkiger. Peters beoordeelde in 2005 een subsidieaanvraag van Kluijver die later haar partner zou worden. Uit de e-mails die uitlekten blijkt dat Peters Kluijver amoureuze berichten stuurde en destijds ook met hem sprak over de subsidieaanvraag. Peters kiest er nu voor zich te verdedigen: „Ik ben politicus en ik begrijp, en vind, dat ik me in de publieke arena moet verdedigen.”

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is inmiddels een onderzoek naar de kwestie gestart. Het is nog niet duidelijk wanneer de uitkomsten daarvan bekend zullen zijn.

Interview: pagina 6-7