Ga eerst je tanden maar eens poetsen

Later als je groot bent snap je dingen als hypotheken en de liefde, dacht je ooit.

Dat valt tegen. Maar Claudia de Breij weet het allemaal wél. Deel twee van een zomerserie.

1 Never underestimate the power of the toothbrush

Alles begint en eindigt met een goede adem. We hebben allemaal weleens op een feestje tegenover iemand gestaan die er an sich niet eens zo verkeerd uitzag, maar bij toenadering het flirten niet waard bleek vanwege een bek vol verrotte veldmuisjes. Hier hebben we van geleerd, waardoor we aan het begin van iedere nieuwe liefde tandenborstels achter ons aanslepen en voortdurend de klem in onze kaken hebben van het al dat manische kauwgom eten.

Helaas, niets menselijks is ons vreemd; als de buit eenmaal binnen is vergeten we de tic tac in de tas, ja, verbeelden we ons zelfs ongestraft salami en makreel te kunnen eten! NIETS IS MINDER WAAR, LIEVE CURSISTEN! Geloof mij: als na jaren huwelijk de klad er een beetje in zit, als je soms twijfelt of je geliefde je nog wel wil, als je de boel een beetje sprankelend en sexy wilt houden – vergeet de parenclub. Bespaar je de kosten van relatietherapie, hou op de buren te polsen over een avondje swingend postcodeneuken; ga eerst je tanden maar eens poetsen. Zul je zien.

Carrièretechnisch is een welriekend muiltje overigens ook van onschatbare waarde. Niemand heeft zin in een naaste collega die ruikt alsof hij net de asbak met smaak heeft staan uitlikken. Een kegel daarentegen, van de alcohol – eventueel vermengd met een melange van shoarma en knoflook – mag af en toe. Daarmee laat je je omgeving ruiken dat je leeft.

En als er echt niet tegenop te poetsen is, zijn er altijd nog werkkringen te vinden waar een slechte adem geen probleem is, ja zelfs tot aanbeveling lijkt te strekken. Neem het wetenschapswaffeltje: in het hoger onderwijs riekt iedere docent, van de bejaardste professor tot de prilste onderwijsassistent, naar een mengeling van perkament, koffie en puntenslijpsel. Een beetje alsof ze zojuist een bibliotheek hebben opgegeten.

Heerlijk.

2 Je hebt geen goed beeld van je eigen kind (en zo hoort het)

Je denkt misschien dat jouw kind het mooiste, intelligentste en liefste kind van de wereld is, maar dat is niet zo.

Dat is het mijne namelijk al.

En het jouwe is het voor jou, en dat monster van hiernaast met die stem als een platgereden kikker in paringstijd is het voor de buurvrouw. Zo hoort dat.

Toen mijn kind pas geboren was, had ik medelijden met alle andere moeders (en de enkele verdwaalde vader, door mij overdreven hartelijk toegelachen in een poging op non-verbale wijze te communiceren: „Goed bezig jij! Van jou gaan ze houden! Jij bent echt Zo’n Okeeje Man!”) op het consultatiebureau. Arme ouders. Zij zagen het zelf vast ook; hun kinderen waren onooglijke kiezels vergeleken bij de parel die ik bij me droeg.

Pas veel later, toen ik foto’s terugkeek van die eerste paar weken van zijn leven, zag ik dat mijn zoon net zo’n geschrokken pas-uit-het-ei-gekropen-vogel-koppie had als al die andere larven op het consultatiebureau, dat hij berg (eczeem) in zijn haartjes had, en baby-acné op zijn neus. En dan nog, dan nog was hij met afstand de mooiste jongen die de wereld ooit gezien had.

En nu hij iets groter is zie ik in hem nog steeds het zachtaardigste, slimste jongetje van de hele crèche – net als alle andere ouders van de klas dat denken van hun nageslacht.

Toen ik klein was, lachten wij mijn oma vaak uit omdat zij werkelijk niets slechts van ons kon horen; als we de school in de brand zouden hebben gestoken zou ze ons complimenteren met onze creatieve geest en efficiënte brandstofgebruik. Inmiddels weet ik dat ik geen haar beter ben. Nu ik zelf moeder ben snap ik mijn oma, en ook de moeder van Hans Teeuwen, over wie hij ooit in een interview vertelde dat zij, anders dan zijn vader, geen moeite had met de grofheid van zijn voorstellingen: „Als ik een varken zou neuken, zou mijn moeder zeggen: ‘Ach god. Kijk ’m.’ ”

Zo moet dat zijn. In deze koude, cynische wereld waar voortdurend mensen klaarstaan om je te vertellen wat er allemaal wel niet deugt aan jou moet je één of twee mensen hebben die je, ondanks het feit dat ze je kennen, onvoorwaardelijk liefhebben en die je zien voor wie je werkelijk bent: de allerbelangrijkste persoon op de hele wereld.

3 Zwart kleedt af

Dat is nou eenmaal zo. En dikke mensen naast je ook.

4 Pijn heb je alleen

En zeker fysieke. Maar ook hartepijn en rouw zullen je leren wat je eigenlijk niet wilt weten: uiteindelijk ben je echt alleen. Het voordeel (vergeef me de dubieuze term) van het verlies van een dierbare aan de dood, een verre verhuizing of het einde van een liefde is dat je er nog iets van kunt maken. Je kunt er boeken over volschrijven, doeken mee vol verven en er ook nog eens over praten met je vrienden.

Fysieke pijn is per definitie ondeelbaar. En daarom zo mogelijk nog verschrikkelijker. Gelukkig is er altijd wel iemand die er iets moois van weet te maken, en dan doel ik nog niet eens op sm-kelders en een leren bal in je mond. Filosoof Wilhelm Schmid noemt fysieke pijn, vanwege de onmogelijkheid haar met een ander levend wezen te delen, het meest intieme contact dat een mens kan hebben met zichzelf.

Voor pijn waarvan je weet dat die binnen afzienbare termijn overgaat, kan dat een troostrijke gedachte zijn. Van mensen die lijden aan chronische klachten kan ik me voorstellen dat ze denken: ja ja. En bedankt, ik heb onderhand weleens genoeg contact gehad met mezelf. Nou wil ik wel weer eens contact met een ander, dus geef me die morfinepomp en hou je muil, Wilhelm.

5 Als mannen er ineens veel beter uitzien, hebben ze een affaire (en vrouwen als ze ’s winters hun benen scheren)

Natuurlijk. Er zijn uitzonderingen. Mannen die plotsklaps, helemaal uit zichzelf, bedenken dat ze hun relatie nieuw leven in willen blazen en hun bloedeigen verkering verrassen met hondstrouw sportschoolbezoek en een bijbehorend, splinternieuw six-pack. Mannen die zomaar ineens hun kledingstijl veranderen en bij de kapper spontaan highlights laten verven. Echt. Die zijn er.

En vrouwen die, omdat ze eind november ineens een onbedwingbare behoefte voelen aan een gladde bikinilijn, uren in de badkamer bezig zijn met scheerschuim en ontharingscrème. Vrouwen die vanuit het niets weer de korte rokjes gaan dragen die ze jaren geleden in een doos deden omdat ze er te dik voor waren, maar die ze – omdat ze de laatste weken, zo gek, haast geen trek hadden – weer passen. Natuurlijk. Die heb je. Maar in principe is één en één toch heel vaak twee. Succes ermee.

    • Claudia de Breij