Eurozone moet nu kleur bekennen

Heeft kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) de Europese Centrale Bank (ECB) tot actie aangezet? Er was geen rechtstreeks verband tussen de schuldencrisis in de eurozone en het besluit om de Verenigde Staten de AAA-status af te nemen. Maar zorgen over de gevolgen van de afwaardering van de kredietwaardigheid van de VS voor de markten, zouden de ECB ertoe kunnen hebben gebracht om de aankoop van staatsobligaties te hervatten. De interventie heeft even rust gebracht, maar levert niet meer op dan tijdwinst.

De ECB zou liever hebben gezien dat de regeringen van de eurozone in actie waren gekomen. Maar dat kunnen ze pas doen als het Europese noodfonds (EFSF) de bevoegdheid krijgt om staatsobligaties op de secundaire markten op te kopen, en dat is een proces dat maanden kan duren. Omdat de rente op Italiaanse en Spaanse staatsobligaties was gaan stijgen – en het grootste deel van de Europese politici op vakantie is – moest de ECB wel zijn nek uitsteken.

Hoe groot de reddingsactie zal worden, staat nog te bezien. Op papier kent het Securities Markets Programme (Effectenmarktenprogramma) van de ECB geen beperkingen. Door in het midden te laten hoeveel geld de bank wil uitgeven, kan de ECB de markten dwingen tot het accepteren van een veel lagere rente. Maar als zij enig verschil wil maken, zal ze met forse bedragen op de proppen moeten komen: alleen al Italië moet dit jaar nog voor ongeveer 100 miljard euro aan nieuwe staatsobligaties uitgeven.

Daarnaast, de ECB heeft zich tot nog toe vooral gericht op het ‘opzuigen’ van bankdeposito’s, bij wijze vans tegenwicht tegen de gevolgen van de aankoop van Griekse, Ierse en Portugese staatsobligaties ter waarde van ongeveer 74 miljard euro. Tenzij de centrale bank besluit om geld te gaan bijdrukken, zal dit beleid haar mogelijkheden beperken om nog veel grotere hoeveelheden staatsobligaties aan te kopen.

Intussen staat de ECB ook bloot aan andere risico’s. Één zorg is dat de interventie van de bank de druk op Italië zal verlichten om te bezuinigen. De uitbreiding van de EFSF zou bovendien kunnen mislukken als één lidstaat van de eurozone er zijn goedkeuring onthoudt.

Tenslotte zou het de EFSF wel eens zelf boven de pet kunnen gaan. Aanpassing van het reddingsfonds is bedoeld om de leencapaciteit op te voeren naar 440 miljard euro. Dat is genoeg om de huidige steunoperaties voor Griekenland, Portugal en Italië te financieren, de Spaanse banken te financieren en alle obligaties op te kopen die Spanje en Italië nog dit jaar van plan zijn uit te geven. Maar een regelrechte reddingsoperatie van Italië kan het fonds zich niet veroorloven.

Bovendien is de EFSF afhankelijk van garanties van de lidstaten van de eurozone, vooral van die met de hoogste kredietstatus. De afwaardering van de kredietwaardigheid van de VS hoeft niet meteen tot afwaardering in de eurozone te leiden. Maar de AAA-status van Frankrijk wordt wel steeds wankeler.

Een afwaardering van Frankrijk zou Duitsland ertoe dwingen een nog groter deel van het reddingsfonds te garanderen – of de EFSF dwingen een lagere kredietstatus en dus hogere leenkosten te accepteren. Daardoor zou de steunoperatie nog weer veel ingewikkelder worden.

Peter Thal Larsen

Vertaling Menno Grootveld

    • Peter Thal Larsen