Een miljoen voor een ruimtenacht

De ruimtevaart gaat een nieuwe fase in. Commerciële bedrijven komen in de plaats van grote overheidsprojecten.

Wie bereid is om fors te betalen kan de ruimte in.

A 400 millimeter lens was used by an International space station crew member to capture this image of the space shuttle Atlantis as it drew close to the station for docking in this photo provided by NASA and taken July 10, 2011. REUTERS/NASA/Handout (UNITED STATES - Tags: SCI TECH) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS REUTERS

Door Michiel Hegener

Het zijn barre tijden voor ruimtevaarders. Sinds de allerlaatste shuttlemissie kan NASA geen personeel meer richting dampkring sturen. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft dat nooit gekund en de Chinezen, met pas drie bemande ruimtevluchten in hun logboek, doen niet mee met het ISS. Resteren de Russen, die de tarieven voor een retour naar het internationale ruimtestation ISS per Soyuz hebben verdrievoudigd tot 60 miljoen dollar.

Kortom, crisis in de institutionele, door overheden gefinancierde, bemande ruimtevaart. Maar dat biedt tegelijkertijd kansen voor de commerciële ruimtevaart in Amerika en in Europa – ook in Nederland.

Tijdens een gesprek in een café in Washington is John Gedmark, directeur van de Commercial Spaceflight Federation, ronduit optimistisch. Dankzij krappe budgetten bij NASA heeft zich de laatste jaren een heel nieuw verdienmodel aangediend. Het nieuwe model ziet er als volgt uit: NASA vraagt om ideeën, bijvoorbeeld voor een transporttoestel voor mensen van en naar het ISS. Van de voorstellen kiest NASA er enkele uit die met NASA-subsidie verder worden ontwikkeld. Denk daarbij aan enkele tientallen miljoenen dollars ‘seed money’ per project. De rest komt van de bedrijven zelf, van andere investeerders en van banken. NASA garandeert een bepaalde afname.

Gedmark: „De investeringen komen langs twee wegen terug: NASA betaalt later door de capsules, ruimtevliegtuigen, et cetera af te nemen, of door per rit te betalen terwijl het ruimtevaartuig eigendom blijft van de maker. Daarnaast kan het bedrijf met het product de markt op. Ruimtetoerisme is een mogelijkheid, of transport naar toekomstige private ruimtestations, of verkoop van ruimtevluchten aan andere landen”.

Er gaat veel veranderen. Landen zoals Nederland, die nu heel af en toe een astronaut naar het ISS mogen sturen, kunnen over een paar jaar met, bijvoorbeeld, de CST-100 capsule van Boeing naar het commerciële ruimtestation van Bigelow Aerospace dat rond 2015 operationeel moet zijn. Een overheid, een bedrijf of zelfs een particulier betaalt aan Boeing per rit en aan Bigelow voor iedere dag aan boord. In het Bigelow ruimtestation komt waarschijnlijk ook een ruimtehotel, waarvoor nu een tarief van een miljoen dollar per nacht wordt genoemd. Hoofdactiviteit van het ruimtestation wordt waarschijnlijk de productie van geneesmiddelen en legeringen in gewichtsloosheid.

Met de commercialisering zal ook een eind komen aan de frustrerende stroperigheid van NASA en ESA. In 1961 besloot president Kennedy naar de maan te gaan en acht jaar later was het zover. Zoveel snelheid is nu ondenkbaar. Erik Laan, ruimtevaarttechnoloog bij TNO in Delft: „Ik was ooit betrokken bij een plan voor een experiment aan boord van het ISS en dat is gestrand in een berg aan papieren en documentatie. Dat maakt het ook frustrerend voor bedrijven die in gewichtloosheid productie of research willen doen – Philips heeft ooit een plasmalamp-experiment in het ISS gedaan. Als je dat in twee maanden kan regelen, akkoord. Maar drie jaar? Tegen die tijd ben je met andere dingen bezig.”

Raketten en capsules voor personenvervoer zouden rond 2014-15 operationeel moeten zijn. Bigelow Aerospace heeft een demo van het ruimtestation gereed en er cirkelen al twee schaalmodellen rond de aarde. Bigelow stelt onomwonden dat ze nu zitten te wachten op capsules voor mensen en raketten om die capsules te lanceren.

Intussen gaat de ontwikkeling van het Bigelow ruimtestation en de CST-100 verder, en voor beide wordt gekeken naar Nederlandse technologie. Dat is mede te danken aan onze binnenlandse NASA, het Netherlands Space Office (sinds 2009). Een commercieel directeur van Bigelow werd in 2010 door het NSO naar Nederland gehaald om te kijken naar de koudgasgeneratoren van Aerospace Propulsion Products (APP) in Klundert. APP directeur Frans Zee ziet kansen maar is voorzichtig: „Bigelow kan ook terecht bij Amerikaanse bedrijven. Mogelijk vragen ze ons om mede-investeerder te worden.”

Ook Berry Sanders van TNO is behoedzaam. Hij bracht samen met vertegenwoordigers van Nederlandse ruimtevaartbedrijven in juni een bezoek aan Boeing in Houston, waar de CST-100 wordt gemaakt. Boeing is zeker geïnteresseerd in Nederlandse technologie, onder meer in de ventilatie- en drukmeetapparatuur die Bradford Engineering in Heerle nu al levert voor de Cygnus. Sanders: „Het zou kunnen dat ze net zo te werk gaan als bij vliegtuigbouw. Dan mag je op eigen kosten een toilet ontwikkelen of een deel van een vleugel, en dat kun je dan terugverdienen als de productie op gang komt. Maar Nederlandse ruimtevaartbedrijven hebben weinig investeringskracht, omdat de marges zo klein waren bij de traditionele aanbestedingen via ESA. Als Boeing zegt ‘wij betalen alles’, dan klinkt hier een zucht van verlichting.”

De nieuwe financieringswijzen voor de ruimtevaart zijn volgens Sanders niet tegen te houden. „Nederland kan maar beter meedoen. Het wordt interessant wat deze regering gaat doen. Ze willen bezuinigen op ruimtevaart en investeren in innovatie die bedrijvigheid oplevert”, aldus Sanders. Laan: „De fundamenten onder de succesvolle semicon-industrie rond Eindhoven, waar ze machines maken voor computerchips, komen deels voort uit de kennis die de afgelopen decennia door TNO is ontwikkeld voor ESA satellieten.”

In Europa heeft ruimtevaart geen prioriteit. Het einde van de space shuttle van NASA bood ESA een mooie kans met een Europese shuttle te komen. Aan ESA ligt het niet – rond 1990 waren er al plannen voor een ESA-shuttle – het probleem zit bij de kiezers en de politici die er geen geld voor over hebben. Europa doet al vijftig jaar amper mee. In tegenstelling tot Amerika, Rusland, China en straks waarschijnlijk ook India.

    • Michiel Hegener