Een gratis kamer in ruil voor buurtwerk

Een gratis appartement in Amsterdam-Oost als je maatschappelijk werk doet.

„Je moet goed kunnen plannen én een voorbeeld zijn voor de buurtkinderen.”

Een klein jongetje drukt zijn neus tegen het raam van buurthuis De Bloem in Amsterdam-Oost. Hij bonkt er enthousiast tegenaan. „Dat is Ayoub, die is altijd te vroeg. Een lieve jongen hoor, maar heel druk”, zegt Louis Achterbergh (21). Het is half vier, de bijles rekenen begint pas over een half uur. Louis Achterbergh doet open. „Meester, meester! Wie is die chick?”, roept Ayoub (8) opgewonden. Achterbergh: „Deze mevrouw komt een stukje schrijven voor de krant.”

Louis Achterbergh is derdejaarsstudent sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij woont ‘gratis’ in de Tugelabuurt in Amsterdam-Oost. Daar staat wel iets tegenover: in ruil voor zijn tweekamerappartement moet hij tenminste acht uur per week buurtwerk verrichten. En gas, water en licht moet hij zelf betalen.

Achterberghs werkgevers zijn woningbouwvereniging Ymere en de ideële stichting Academie van de Stad (AvdS) die zich bezighouden met de leefbaarheid in buurten waar stadsvernieuwing plaatsvindt.

Naast docent van zijn wekelijkse bijlesklas is Achterbergh studentcoördinator, samen met nog zes andere studenten. Deze studenten zijn verantwoordelijk voor het bedenken en opzetten van welzijnswerk in de Tugelabuurt. AvdS begon dit initiatief onder de naam ‘Springlevend Tugela’ in Amsterdam-Oost in 2009 en startte daarna nog drie soortgelijke projecten in andere stadsdelen.

De buurtprojecten van de studenten hebben namen als PortiekPortiers, BuurtBikkels, en VoorleesService. Het zijn projecten die kinderen onder meer moeten leren om meer te lezen en om verantwoordelijk en netjes met hun buurt om te gaan.

In de zomermaanden, vlak voor het aanbreken van het nieuwe studiejaar, zoeken veel studenten een kamer. Volgens de laatste cijfers van de gemeente zijn er 7.600 kamers te weinig in Amsterdam. Het landelijk tekort loopt de komende jaren op tot zo’n 60.000 studentenkamers in 2015. Door de kamernood onder studenten worden projecten waarbij studenten werken in ruil voor een woning steeds aantrekkelijker.

Het is een win-winsituatie, redeneren de betrokkenen. Zowel voor de student als voor de gemeente en de woningbouwverenigingen. De student heeft een dak boven zijn hoofd en doet werkervaring op. Tegelijkertijd wordt leegstand van woningen die gesloopt moeten worden tegen gegaan. Bovendien verrichten de goedkope studenten welzijnswerk in de buurten. Steeds meer steden in Nederland kennen daarom soortgelijke woon- en buurtprojecten voor studenten.

Woningbouwvereniging Ymere rekent normaliter 290 euro huur per maand voor Achterberghs tweekamerappartement. Omgerekend verdient hij ongeveer negen euro per uur voor zijn buurtwerk. „Maar dit werk is mentaal zwaarder dan bijvoorbeeld werken in de horeca. Als ik door de buurt fiets, ’s avonds na het uitgaan, dan schiet altijd door mijn hoofd dat ik een voorbeeldfunctie heb voor de jeugd in de buurt.” Achterbergh geeft om deze reden ook nooit feestjes tot ’s avonds laat. „Dat is de keerzijde van de medaille. Gelukkig ben ik van nature een verantwoordelijk type. Daarop worden we ook uitgekozen voor dit project.”

Stichting AvdS neemt alleen studenten uit het hoger onderwijs aan. De opleiding van de student is niet doorslaggevend. „We hebben een voorkeur voor studenten die sociale wetenschappen studeren. Maar de motivatie van de student en zijn ervaring is bepalend”, vertelt projectleider Merel Molenkamp van AvdS.

Wel wordt er streng geselecteerd bij de sollicitatiegesprekken met studenten die buurtwerk willen doen in ruil voor een woning. „Het is niet de bedoeling dat studenten slechts gemotiveerd worden door de gratis woning. De studenten die geen maatschappelijke motivatie hebben, pikken we er altijd uit.”

Volgens Molenkamp is de strenge selectie belangrijk omdat het buurtwerk intensiever is en meer verantwoordelijkheid met zich mee brengt dan veel andere bijbaantjes. „Je moet goed kunnen plannen, veel tijd investeren in het buurtwerk én een voorbeeld kunnen zijn voor de buurtkinderen.” AvdS zegt per vacature zo’n 30 reacties te krijgen.

Als er toch ‘luie studenten’ in een gratis woning terechtkomen, kan het contract met de woningbouwvereniging en het contract met AvdS met een maand opzegtermijn beëindigd worden. Maar dat is nog nooit voorgekomen. „Het is een zwaar sanctiemiddel, je zet iemand niet zomaar op straat. We zouden in een uiterst geval liever overwegen om iemand het project uit te zetten en voortaan huur te laten betalen voor zijn woning.”

Achterberghs tweekamerappartement maakt deel uit van de zogeheten Tugelablokken, die op nominatie voor sloop staan. „Het idee hierachter is dat je woont op de plek waar je werkt”, zegt Dora Fabriek van Academie van de Stad. In deze Tugelablokken wonen tijdelijk tientallen studenten, waarvan er maar negen ‘gratis’ wonen via het buurtproject van AvdS. Als de huizen gesloopt worden moeten de studenten hun huis verlaten.

Volgens Achterbergh zijn de buurtbewoners enthousiast over het buurtwerk van de studenten: ruim vijftig buurtkinderen komen wekelijks met hun ouders op de voorleesmiddag af. „Maar het enthousiasme van de ouders houdt helaas vaak op als zij zelf de kinderen moeten begeleiden bij bijvoorbeeld huiswerk of het nakomen van afspraken.”

‘Woning als Beloning!’ Dat is de slogan die prijkt op de flyer van project VoorUit. Het is een initiatief van de Vrije Universiteit (VU), Stichting Studenten voor Samenleving en drie woningbouwverenigingen. Net als AvdS hebben zij een project opgezet in verschillende Amsterdamse stadsdelen om studenten aan woonruimte te helpen in ruil voor buurtwerk.

Doelstelling van project VoorUit – opgezet in 2007 – is de integratie en inburgering van kinderen en volwassen te bevorderen. Annelies de Kruijff, studente pedagogie aan de VU en studentcoördinator van VoorUit, zegt zelf in ieder geval te integreren. „Ik kom uit een dorp en hoorde wilde verhalen over stadsdeel Nieuw-West. Maar het is hier ontzettend gezellig; allerlei soorten mensen wonen door elkaar.”

Of de buurtkinderen integreren is minder duidelijk. Tijdens een bijles van De Kruijff en een medestudent op de Bos en Lommerschool praten leerlingen veelal Arabisch met elkaar. De Kruijff blijft streng erop hameren dat de voertaal Nederlands is. „Wie zich er niet aan houdt, mag straks niet voetballen op het schoolplein.”

Volgens De Kruijff en Achterbergh komen hun studies door hun tijdsintensieve bijbaan niet in het geding. De Kruijff: „Omdat VoorUit samenwerkt met de twee universiteiten in Amsterdam krijgt je studie altijd voorrang.”

Wanneer de studenten tentamens hebben wordt er onderling geruild van activiteit. „Dat lukt altijd wel want we doen niet allemaal dezelfde studie.” Daarbij hebben nog eens acht studenten van haar team in het weekend nóg een bijbaan, vertelt pedagogiestudente De Kruijff. De ‘gratis’ woning en de studiebeurs is voor hen uiteindelijk niet voldoende om rond te komen.

    • Yasmina Aboutaleb