Eagles op z'n Brits: pubs, fish and chips

Bij de Deventer voetbalclub Go Ahead Eagles werken voorzitter Edwin Mulder en manager Marc Overmars aan een Engels imago. „Je moet je ergens mee profileren.”

deventer go ahead eagles foto nrc rien zilvold

Go Ahead Eagles tegen Telstar moet nog beginnen als er al gejuich klinkt in de Adelaarshorst. Een groep supporters van de thuisclub uit Deventer ontdekt de nieuwe bierkeet die in de zomerstop is neergezet, pal naast ‘hun’ korte zijde. Twee keer zo snel tappen, half zo ver lopen. Een forse verbetering in het stadion, waar normaal gesproken de tijd stilstaat.

Sinds de Brits-Nederlandse voetbaltrainer Barry Hughes in 1971 de toevoeging Eagles bedacht is er bij Go Ahead niet gek veel veranderd. Een keer promoveren, en vervolgens weer degraderen. Staantribunes werden zittribunes, en op de B-side werden zittribunes weer staantribunes. Verder bleef toch vooral veel hetzelfde.

Afgelopen zomer is er ineens een hoop veranderd. In de businessruimte werd een Engelse pub ingericht. En het programmaboekje is ingeruild voor de Matchday, een krantje dat met een oplage van tienduizend verschijnt als Go Ahead Eagles thuisspeelt. Een krantje ook waar in de toekomst fish and chips in verpakt kunnen worden.

Allemaal ideetjes onder het motto „Go Ahead als de 21ste Premier-Leagueclub”, zo formuleert clubvoorzitter Edwin Mulder voorzichtigjes. „Je moet je ergens mee profileren. Dat is bij ons toch vooral de traditie en het Engelse karakter.”

Go Ahead Eagles heeft dat vooral te danken aan het stadion dat midden in een volkswijk ligt. De vier lichtmasten bepalen al decennia het beeld aan de Vetkampstraat in Deventer. Nooit is de Adelaarshorst ingeruild voor een moderne ‘betonbak’.

En dat is maar goed ook, vindt assistent-trainer Paul Bosvelt, oud-voetballer van onder meer Feyenoord en Manchester City. „Je hebt hier een stadion met karakter en charme, dat is toch veel beter dan ergens afgelegen op een bedrijventerrein.”

Manuela Hannink en Ludwig Boosveld zijn al decennia supporters van ‘Kowet’ Eagles. Ook zij zijn blij dat verhuisplannen nooit tot iets geleid hebben. ‘Welcome to 109 years of pure club culture’ staat er op hun seizoenskaarten gedrukt. „Ik had persoonlijk nog een jaartje gewacht met die slogan”, zegt Boosveld. „110 jaar staat toch wat mooier.” Maar „Marc heeft overal haast mee”, weet voorzitter Hannink van de supportersvereniging.

Marc is Marc Overmars, sinds 2005 de ambitieuze manager technische zaken. Afgelopen week speelde en scoorde hij nog op indrukwekkende wijze bij de afscheidswedstrijd voor zijn oud-ploeggenoot Edwin van der Sar. Deze vrijdagavond schudt hij handen in de businessruimte van Go Ahead Eagles, waar hij twintig jaar geleden begon als profvoetballer. Zonder afspraak heb je hem niet zomaar te pakken. „Nu even geen tijd,” zegt de oud-international, gestoken in een pak met een vloekende geel-rode clubdas.

Oud-Ajacied Overmars zou in beeld zijn bij de Amsterdamse club voor de functie van technisch directeur, maar hij wekt de indruk nog veel te veel plannen te hebben met de Eagles. Op aanraden van een marketingbureau besloot hij met voorzitter Mulder het ‘Engelse imago’ van de eerstedivisieclub verder uit te werken.

„Dat idee leeft al een jaar of twee”, zegt Overmars. „Wij onderscheiden ons doordat we nog een stadion hebben midden in een volkswijk, waar de toeschouwers dicht op het veld zitten. Daar moeten we meer mee doen.”

Het enthousiasme van Mulder en Overmars steekt schril af bij de nuchterheid van de trainersstaf van Go Ahead. „Voorlopig spelen we geloof ik nog steeds in Nederland”, zegt Paul Bosvelt. Michel Boerebach, oud-profspeler en ook assistent-trainer, kan er wel om lachen. „Wat wij ervan merken? Je bedoelt of we Engels voetbal moeten spelen? Wij spelen gewoon 4-3-3, dat kan niet Hollandser. Leuk, dat Britse, maar dat is toch meer iets van Marc.”

Hannink beaamt dat Deventenaren „gauw van het doe maar normaal zijn”. Maar Go Ahead Eagles heeft volgens haar onmiskenbaar Britse trekjes, „inclusief de roerige aanhang”. Daar wordt tegenwoordig „met zero tolerance tegen opgetreden”, zegt Ludwig Boosveld. „Net als in Engeland.”

In het supportershonk vertelt Boosveld het liefst over het ‘successeizoen’ 2009/2010. Toen was Go Ahead zeer dicht bij promotie via de nacompetitie en verloor de ploeg in de halve finales in het bekertoernooi van Ajax. ‘Belchinezen weten het zekel, Eagles winnen de bekel’, leest een plakkaat uit die tijd. Een knipoog naar de Chinese goksyndicaten die dat seizoen met de Nederlandse eerste divisie in verband werden gebracht.

Vorig seizoen haalde de eerste divisie opnieuw slechte pers. De competitie trok vooral de aandacht met rammelende clubbegrotingen, maar Go Ahead Eagles staat fier in de gezondste categorie clubs van voetbalbond KNVB. In Deventer is bezuinigd „tot op de pijngrens”, zegt Edwin Mulder. Manager Overmars moet werken met een ‘voetbalbegroting’ van 1,1 miljoen euro. Dat is ruim drie ton minder dan concurrent en streekgenoot FC Zwolle, zegt hij. Veel te weinig om het ooit mee te kunnen redden in de eredivisie. En dat is toch het doel.

Om als club te groeien moet het stadion uitgebreid worden. Go Ahead wil de capaciteit naar 11.000 brengen (nu 6.800). En er is het plan om appartementen te bouwen, boven op de karakteristieke stadionmuur aan de Vetkampstraat waar vroeger de kaartjesloketten waren. „Daar is nu al vraag naar”, zegt Mulder.

Wonen tegen de Adelaarshorst aan, een beetje zoals bij het oude stadion van Arsenal in Londen. Highbury aan de Vetkampstraat? „Ja, zo gek is dat niet”, zegt Overmars, die van 1997 tot 2000 bij Arsenal speelde. „Natuurlijk was dat stadion drie keer zo groot. Maar als wij hier de hoeken straks dicht bouwen, krijg je ook die intieme Engelse sfeer die je had op Highbury, waar wij met Arsenal anderhalf jaar ongeslagen waren. Dat is waar je naartoe wilt.”