De kalmte van emirs, koningen en sultans

De koning van Bahrein heeft problemen, maar verder hebben de vorsten in het Midden-Oosten, koningen, sultans en emirs, minder last van protest dan presidenten. De landen die niet of nauwelijks te maken kregen met grote demonstraties zijn bijna allemaal monarchieën: de Golfstaten, Marokko en Jordanië.

Volgens de Jordaanse ex-vicepremier Marwan Muasher hebben monarchen meer draagvlak. Ze zijn er niet alleen voor de aanhang van hun regeringspartij, maar voor iedereen. Hun dynastieën hebben ook een historische basis, in tegenstelling tot het bewind van iemand als Mubarak. De verdenking dat deze zijn presidentschap erfelijk zou willen maken, zoals voor hem de Syrische Assads, heeft zeker bijgedragen tot zijn val.

Aan het begin van het jaar, toen het protest losbarstte, was er nog wel iets van onrust in Oman. Enkele honderden mensen maakten van de gelegenheid gebruik om tegen de corruptie van diens ministers te protesteren, niet zozeer tegen de sultan zelf. En alles is in der minne geschikt en van Oman is sindsdien niets vernomen. In de Verenigde Arabische Emiraten zijn in april uit voorzorg kritische bloggers die hervormingen eisten van hun bed gelicht en gevangengezet.

De conservatieve Golfstaten, aangevoerd door Saoedi-Arabië, moeten niets hebben van onrust en protest; ook de val van Mubarak betreurden zij zeer. Een leider moet er wel veel op zijn kerfstok hebben, wil zijn legitimiteit in het geding komen. En behalve hun dynastieke legitimiteit en een sterk repressie-apparaat hebben ze ook veel oliegeld om woede af te kopen. Koning Abdullah van Saoedi-Arabië stelde 130 miljoen dollar ter beschikking voor werkloosheidsuitkeringen – net als in Egypte of Tunesië is er een grote jeugdwerkloosheid in het koninkrijk – en voor woningbouw voor starters.

De Saoedische regering heeft ook vorige maand de armlastiger Jordaanse koning honderden miljoenen dollars gestuurd om zijn sociaal-economische problemen aan te pakken. In Jordanië wordt wél gedemonstreerd, maar het aantal deelnemers per betoging komt tot dusverre de enkele duizenden niet te boven en de woede geldt niet de koning, maar zijn premier en ministers. Bovendien is de oppositie verdeeld.

Ten bate van handhaving van de status-quo ging Saoedi-Arabië zelfs zover samen met de Emiraten troepen te sturen naar Bahrein om koning Hamad bin Issa al-Khalifa te helpen de shi’itische opstand te onderdrukken. Opvallend is dat die interventie in Bahrein en de doorgaande repressie in de Golfstaten in het algemeen niet op veel kritiek in het Westen stuit. Hier immers ziet men ook niets in onrust in het oliegebied.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘De kalmte van emirs, koningen en sultans’ (pagina 5, 9 augustus), staat dat koning Abdullah van Saoedi-Arabië om de woede af te kopen 130 miljoen dollar aan oliegeld ter beschikking stelde voor werkloosheidsuitkeringen. Dat moet 130 miljard dollar zijn.