De beste plek om in te bijten

Vleermuizen vinden die feilloos dankzij een eiwit.

Eén eiwit in de zenuwen achter de neus van de gewone vampier (Desmodus rotundus) zorgt ervoor dat het dier infrarode straling kan waarnemen. Zo vindt de bloedzuigende vampiervleermuis altijd de warmste, en dus best doorbloede, plek op de huid om in te bijten. De biologen die het eiwit ontdekten, beschrijven het in het tijdschrift Nature.

Vampiervleermuizen leven van het bloed van vogels en zoogdieren. Met hun scherpe voortanden krassen ze wondjes van vijf millimeter breed in de huid van hun prooi waar ze het bloed uit zuigen. Hun hoektanden gebruiken ze om overtollig haar weg te knippen.

De onderzoekers ontdekten de warmtegevoelige eiwitten in de zenuwen die in de neusbladen liggen. Het eiwit is een ingekorte variant van een eiwit dat normaal gesproken betrokken is bij het waarnemen van hitte en pijn. In de meeste zoogdieren wordt dit eiwit geactiveerd door hoge temperaturen (hoger dan 43 °C) en capsaïcine, het bestanddeel in Spaanse pepers dat het branderige gevoel op de tong veroorzaakt. Het kortere eiwit van de vampiervleermuis wordt echter al geactiveerd bij een temperatuur van ongeveer 30 °C.

Vampiervleermuizen kunnen warmbloedige dieren op een afstand van ongeveer 20 centimeter detecteren. Het lijken vooralsnog de enige zoogdieren die infrarode straling kunnen waarnemen. In het dierenrijk kunnen groefkopadders het ook, maar zij gebruiken daarvoor een ander eiwit dan de vampiervleermuis. (NRC)