Club mocht zich niet doof houden

ADO Den Haag handelde nalatig toen het in maart niet optrad tegen antisemitische spreekkoren van supporters. Welke conclusie moeten voetbalclubs trekken?

Het vonnis dat de Haagse rechtbank vanochtend tegen de voetbalclub ADO Den Haag wees, bevat voor de club maar één lichtpuntje. In de toekomst hoeft bij antisemitische spreekkoren de wedstrijd niet „onmiddellijk” te worden stil gelegd. Maar het vonnis leest verder als een serie oorvijgen in het gezicht van de nalatige leiding van de voetbalclub. Tegen spreekkoren moet altijd worden opgetreden.

Als zich de taferelen op de tribune bij de ontmoeting Ajax-ADO Den Haag op 20 maart ooit herhalen, dan dient de club prompt maatregelen te treffen. Als die geen effect hebben dan zal „uiteindelijk moeten worden overgegaan tot het stilleggen van een wedstrijd”. De handelwijze van de club op die zondag in maart acht de kortgedingrechter onrechtmatig. Daarmee wordt principieel tegemoetgekomen aan de eis van de stichting Bestrijding Antisemitisme (BAN). Zij het dat de rechter niet zover gaat dat voetbalclubs voortaan verplicht zijn om wedstrijden meteen stil te leggen.

Ook feitelijk had de voetbalclub in de ogen van de rechter geen been om op te staan. De club had tijdens de zitting betoogd geen spreekkoren te hebben gehoord. Dit zou ook gelden voor aanwezige functionarissen van de KNVB, de politie en de scheidsrechter. Vooral daar is de rechtbank streng over. Wie betoogt niets te hebben gehoord zegt daarmee ook niets te hebben gedaan. Er was dan immers niks aan de hand. En dat betekent dus ook dat het verweer van de voetbalclub wel adequaat te hebben gehandeld niet klopt. De rechter noemt het handelen van de club „volstrekt onvoldoende”. ADO mag dan beschikken over een ‘stappenplan’ en een ‘escalatieladder’ bij antisemitische spreekkoren, maar die zijn bij die wedstrijd dus niet gebruikt. En dat had wel gemoeten. Dat de leiding van ADO geen spreekkoren heeft gehoord, vindt de rechtbank „ongeloofwaardig”. Als bewijs daarvoor neemt de rechtbank de geluidsregistratie bij tv-beelden van de eisende partij. Daarop valt duidelijk te horen dat ADO-supporters de leus ‘Hamas, Hamas Joden aan het gas’ aanheffen. Ook wordt er ‘kutkankerjoden’ gescandeerd. De beelden, met geluid, zijn op tv uitgezonden.

De rechter vindt het niet geloofwaardig dat de 150 stewards van ADO in het stadion niets gehoord zouden hebben. De rechtbank noemt de spreekkoren antisemitisch en kwetsend „en daarmee ongewenst en ontoelaatbaar”. Het vonnis spreekt ook van „verbaal geweld”. Dat de spreekkoren, als ze er al waren, slechts kort duurden en niet erg massaal waren, wijst de rechter ook af.

De rechter verwijt de club ook dat ze zich lijkt te verschuilen achter de procedures en afspraken met de KNVB. Een beslissing om op te treden tegen spreekkoren is eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de club zelf. „Het enige criterium is de ontoelaatbaarheid van de spreekkoren.” De complicaties van het stilleggen van de wedstrijd die ADO had aangevoerd zoals onrust bij het publiek, de noodzaak van overleg met alle ‘ketenpartners’, vallen daarbij volgens de rechter in het niet. „Dat zou immers kunnen meebrengen dat kwetsende spreekkoren worden getolereerd, hetgeen moet worden uitgesloten.”

Voetbalclubs kunnen uit deze uitspraak concluderen dat ze steeds voorbereid moeten zijn op het stilleggen van een wedstrijd. En dat die maatregel zo goed voorbereid is dat die ook genomen kan worden. Maar ook genomen moet worden als spreekkoren niet op andere manieren gedempt kunnen worden.

    • Folkert Jensma