Brieven over column Derk Jan Eppink

Het beleid van Obama is echt het probleem niet

1Volgens Derk Jan Eppink (Opinie, 2 augustus) is het uit de hand lopen van de Amerikaans staatsschuld toe te schrijven aan het beleid van president Obama, en vooral aan zijn sociale beleid. Achterstallig onderhoud van dit beleid heeft inderdaad de overheidsuitgaven verhoogd, maar een begrotingstekort wordt ook bepaald door de belastinginkomsten. Eppink rept echter met geen woord over de door Bush ingestelde (tijdelijke) belastingverlaging voor rijke Amerikanen die Obama – en dat zou je hem wel kunnen verwijten – niet heeft kunnen terugdraaien en waarvan afschaffing voor een groot deel van de Republikeinen nog steeds onbespreekbaar is. Mede door deze belastingverlaging gaat een kwart van het Amerikaanse inkomen naar 1 procent van de bevolking, hoewel het inkomen van de middenklasse al jaren daalt. Dat hierdoor de Amerikaanse economie verder in de problemen komt, belastinginkomsten verder dalen en uitgaven voor sociale programma’s verder zullen stijgen, is waarschijnlijk voor Eppink een veel te genuanceerde analyse, die bovendien niet past bij z’n vooringenomen opvattingen.

Ype Verhey

Almere

2 Derk Jan Eppink haalt de disfunctionele Amerikaanse begrotingspolitiek aan als argument tegen een verder gecentraliseerd Europa. Het valt niet te ontkennen dat de Amerikaanse politiek disfunctioneel is, zeker wat betreft de federale begroting, maar Eppink probeert de schuld hiervan in de schoenen van president Obama te schuiven en doet dat op basis van argumenten die van elke feitelijkheid zijn gespeend.

In de eerste alinea al beweert hij dat Obama „volgend jaar meer schulden gemaakt [heeft] dan al zijn voorgangers tezamen, inclusief George W. Bush, die nog altijd als zondebok dient”. Volgend jaar, zeg maar medio 2012, valt te verwachten dat de Amerikaanse schuld rond de 15 biljoen dollar zal liggen. Obama zal verantwoordelijk zijn voor ongeveer 4 biljoen daarvan. Dit is dus nog geen derde, en niet ruim de helft, zoals Eppink beweert. Van de overige 11 biljoen komt 6,1 op het conto van Bush jr. en nog eens 3,35 op dat van Reagan en Bush sr. Gecorrigeerd voor inflatie is hun aandeel nog veel groter. Bush jr. erfde een gezonde economie en een grotendeels evenwichtige begroting. Veel van de schulden die Obama heeft gemaakt, zijn het gevolg van de economische crisis die is veroorzaakt door de neoliberale politiek van zijn voorganger.

Ook de federale begroting laat Obama volgens Eppink „exploderen”. In feite behelst deze ‘explosie’ in de begroting voor 2012, met voorziene uitgaven van 3,7 biljoen dollar, een lichte daling ten opzichte van 2011. De „uitkeringsmachine” – die inderdaad veel van het budget opslokt, maar zeker geen tweederde – bestaat voor het overgrote deel (anderhalf biljoen) uit de drie grote entitlement-programma’s: Medicare (ziektekosten voor ouderen), Medicaid (ziektekosten voor armen) en Social Security (een soort AOW). Nog eens 400 miljard gaat op aan werkloosheidsuitkeringen en bijstand. Deze programma’s vallen buiten de discretionaire bevoegdheid van de president. Ze genieten, met uitzondering van de bijstand, een brede steun onder het electoraat. Het enige wat Eppink blijkbaar van de VS heeft geleerd, is dat men een mooie carrière kan bouwen op basis van fact-free politics en dito journalistiek.

Mark Leon de Vries

Promovendus Amerikaanse geschiedenis, Universiteit Leiden

Naar een federaal Europa?

De eurocrisis leidt tot meer centraal gezag van Brussel, ten koste van de lidstaten. Derk Jan Eppink denkt dat politici streven naar een federaal Europa, maar de meeste betrokken politici willen zo’n federatie juist vermijden. Zij zien alleen geen andere uitweg.

Bij het ontstaan van de euro speelde ideologie een rol. Frankrijk streefde al langer naar een fusie tussen de Franse frank en de Duitse mark. De Duitsers voelden hier weinig voor, maar Mitterrand zag kans om zijn plan erdoor te drukken, als prijs voor zijn instemming met de Duitse hereniging. De grote verschillen tussen de nationale economieën en het ontbreken van een centraal fiscaal beleid moesten onvermijdelijk leiden tot spanningen. Vele economen waarschuwden dat de muntunie op de lange duur niet zou kunnen overleven zonder verdergaande politieke unie.

Dat was toen niet eens een schrikbeeld, maar nu is de publieke opinie sterk tegen zo’n politieke unie. De politici die Eppink van federalisme verdenkt, stemmen slechts schoorvoetend in met de versterking van centrale financiële instellingen – en doen hun best om dit te verhullen. Ze stemmen in uit praktische overwegingen, beseffend dat het alternatief de ondergang van de euro is.

Eppink wijst op de VS. Die hebben wel sterke centrale instituties en verkeren niettemin in financiële problemen. Inderdaad is centraal beleid geen garantie voor verstandig beleid. Helemaal geen beleid is echter geen alternatief.

Tom Kuhlman

Purmerend