Bloederige machtsstrijd en burgeroorlog

De belegerde Arabische leiders zijn vastbesloten om tot hun laatste snik door te vechten. En het beeld van hun vroegere collega Hosni Mubarak vorige week op een bed in de verdachtenkooi van een Egyptische rechtszaal heeft die vastberadenheid zonder enige twijfel versterkt. Bashar al-Assad van Syrië voor de rechter? De Libische leider Moammar Gaddafi voor het Internationaal Strafhof? Gerechtelijke afrekening is misschien bevredigend, maar het kost veel levens.

Niet alleen Assad en Gaddafi vechten door, ook de Jemenitische president Ali Abdullah Saleh is nog in de strijd. Hij had immuniteit voor vervolging bedongen, maar kan geen afstand nemen van de macht. Zelf zit hij in Saoedi-Arabië, waar hij is behandeld voor zware verwondingen bij een aanslag op zijn paleis, twee maanden geleden. Van de Saoediërs mag hij nog niet terug, uit angst dat dan de chaos nog zal toenemen in hun buurland waar wekelijks nog honderdduizenden demonstreren voor en tegen de president. Zijn zoon Ahmed, commandant van de Republikeinse Garde, verdedigt gewapenderhand het fort voor zijn vader tegen stamleiders die ook de macht willen. Het regiokantoor van Al-Qaeda breidt er in de tussentijd zijn territoir uit.

In maart besloten westerse regeringsleiders tot luchtsteun aan de Libische rebellen (officieel om de Libische burgerij te beschermen) in de veronderstelling dat Gaddafi’s regime snel zou omvallen. Maar een onbekend aantal doden later bewegen de frontlinies tussen rebellen en regeringstroepen nauwelijks en is verdeeldheid aan de dag getreden tussen de rebellen. Als Gaddafi al aan aftreden zou denken dan is het arrestatiebevel van het Strafhof het beste tegengif.

Hoewel Assad in bloederigheid niet voor Gaddafi onderdoet, is het Strafhof nog niet tegen hem in stelling gebracht. De internationale gemeenschap is nog niet overtuigd dat ze van hem afwil. In haar nachtmerries verstoort vervanging van Assads alawitische minderheidsregime door een bewind uit de sunnitische meerderheid de regionale status-quo. En het ìs al zo’n gevaarlijke regio, waar Israël tegenover Iran staat en alle partijen zwaarbewapend en schietgraag zijn.

Syrische oppositieleiders beloven een vreedzame democratie. Maar nog minder dan in het Libische geval is duidelijk wie de echte leiders van de oppositie zijn of welke denkrichting ze vertegenwoordigen. Evenmin durft iemand te voorspellen hoe lang Assad het nog volhoudt. Wat hem betreft is er geen ander alternatief dan vechten. Het wachten is waarschijnlijk op een scheuring in het bewind.