Barenspijn versnelt de bevalling

Vrouwen die ruim een maand voor de bevalling al denken dat ze de pijn niet aan zullen kunnen, vragen vervolgens vaker pijnstilling, ontdekte verloskundige Irena Veringa.

Verloskundige en onderzoeker Irena Veringa verbaasde zich in haar praktijk in Den Haag over de grote verschillen in de beleving van baringspijn. Dezelfde pijn kan de ene vrouw sterk maken en de andere vrouw breken, zegt ze.

In haar zoektocht naar de oorzaak ontdekte ze dat vooral doemdenken – zij noemt het ‘catastroferen’ – vrouwen om pijnstilling deed vragen. Meer dan de intensiteit van de pijn of de duur van de bevalling. De resultaten van haar onderzoek, aan de Universiteit van Amsterdam, onder 177 gezonde zwangere vrouwen die voor het eerst gingen bevallen, verschijnen vandaag in Journal of Psychosomatic Obstetrics and Gynecology.

Wat zijn ‘catastroferende vrouwen’?

„Dat zijn vrouwen die denken dat ze niet in staat zullen zijn de pijn aan te kunnen. Op een vragenlijst die vier tot zes weken voor de bevalling werd ingevuld, scoorden zij hoog op het item: ‘Ik verwacht dat de baringspijn tijdens de bevalling alles overheerst.’ Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld vrouwen die hoog scoorden op: ‘Het hangt van mijzelf af hoeveel invloed de baringspijn op mij zal hebben’, de groep met de ‘interne pijncontrole’.

„In mijn onderzoek vroeg uiteindelijk 27 procent om pijnstilling, vooral aan het begin van de bevalling, als de weeën nog niet krachtig waren. Ook uit hun pijnscore, die ze konden aangeven op een schaal van 1 tot 10, bleek dat niet de heftigheid van de pijn de vraag bepaalde. Catastrofeerders willen de toekomstige pijn vermijden.

„Vrouwen kunnen catastroferen als ze bang zijn geworden door wat ze hebben gehoord of meegemaakt. Het kan ook in de persoon zelf zitten. Dan zijn het vaak angstige, wat depressieve vrouwen met een laag zelfbeeld. Deze kwetsbare vrouwen moeten misschien wel sneller pijnstilling krijgen. Evolutionair gezien kan catastroferen nuttig zijn. Het levert zorg en aandacht op.”

Is het te veranderen?

„Ja, het brein is plastisch. De volgende stap is dat we daar instrumenten voor ontwikkelen, op basis van cognitieve gedragstherapie. Dat moet individueel, standaard voorlichting heeft geen invloed op het omgaan met baringspijn. Van chronische pijn is bekend dat individuele begeleiding wel helpt. Of dat ook in de verloskunde helpt, moet nog onderzocht worden.”

Wat hebben zorgverleners aan uw onderzoek?

„Zij belichten meestal alleen de sensorische kant van baringspijn: de intensiteit. Maar dat is maar één van de drie componenten van pijn, en de minst bepalende voor de vraag naar pijnstilling. De invloed van cognities en emoties is veel groter.

„We laten nu lukraak allerlei vormen van pijnstilling op vrouwen los: het pijnpompje, lachgas, een ruggenprik, waterinjecties, warme douches. Maar het gaat niet om het middel. Het gaat om de vrouw die het ondergaat.

„In trainingen voor zorgverleners leer ik om een pijnanalyse te maken, zodat ze zicht krijgen op de emoties, de verwachtingen en de beleving van pijn. Er is steeds meer bewijs dat daar de sleutel ligt om het pijnsysteem te beïnvloeden.”

Wat is het pijnsysteem?

„Pijn kan onder invloed van stress, cognities en emoties geremd of versterkt worden in de achterhoorn van het ruggenmerg, die als filter werkt. De intensiteit is dus veranderbaar. Dat bepaalt de pijndrempel, de ondergrens, en de pijntolerantie, de bovengrens, van pijn: het pijnsysteem.

„In de hersenen zet de pijnprikkel een hormonale cascade in gang van onder meer oxytocine, dopamine, endorfine, cortisol. Zo versnelt pijn de bevalling. Barenspijn heeft dus een functie. Een ruggenprik remt die cascade en verzwakt zo de weeën.”

Wat raadt u zwangere vrouwen aan?

„Kies alleen weloverwogen voor pijnstilling. Probeer het eerst zonder, kijk of het gaat. Concentreer je op de weeënpauze, die duurt langer dan de wee. En leg je diepste angst op tafel bij de zorgverlener. Vrouwen catastroferen soms vanwege irrationele dingen, zoals de angst dat de navelstreng om het nekje zit. Maar dat gebeurt heel vaak en is niet gevaarlijk. Het wegnemen van zo’n misverstand kan enorm helpen.”

    • Mariël Croon