Weggespoeld

In dit geavanceerde mediatijdperk is het niet meer mogelijk argeloos van je vakantie terug te keren met bijvoorbeeld de vraag: „Wij zijn net een paar weekjes in Noorwegen geweest, is er nog wat bijzonders gebeurd?”

Vroeger kon dat. De buitenlandse kranten, radio en tv vermeed je als je de taal van het land niet verstond, De Telegraaf verdomde je te lezen tenzij je erg rechts was en met het thuisfront belde je alleen om te horen hoe het met de kat ging – ze at toch wel? Je leefde bij de dag, zwom en zonde en alleen bij Tolstoj las je over oorlog en vrede.

Voorgoed voorbij. Tegenwoordig nemen mensen juist vakantie om zich, al googlend, twitterend en facebookend, helemaal te kunnen uitleven. Eindelijk hebben ze er de tijd voor. Een tragedie in Noorwegen? Interessant. Daar gaan ze even goed voor zitten, want iedereen zal wel willen weten wat zij ervan vinden.

Zelf beging ik de onherstelbare fout om in Nederland te blijven, zodat ik nu doodop aan een nieuw seizoen begin, bijna weggespoeld door een vloed van informatie over alles wat er in Noorwegen gebeurde. Ik kon het niet laten om al mijn kranten van a tot z over dit onderwerp te lezen en in de overgebleven tijd speurde ik internet en alle tv-zenders af naar nader nieuws. Het regende gelukkig elke dag, zoals altijd in juli.

Alleen de NOS-tv liet ons de eerste dagen netjes met rust. Er kwam af en toe een jonge, onervaren verslaggever in beeld die, verloren op een rivieroever, steeds met zijn ‘oortje’ in zijn oor stond te worstelen, terwijl hij machteloos brokjes informatie opdiste die we allang bij CNN of de BBC hadden gehoord. Als de wereld ooit vergaat, en het gebeurt toevallig in de zomervakantie, dan wordt het een klein onderwerp in het late Journaal, gebracht door een verslaggever die radeloos naar het thuisfront roept: „Ik hoor in mijn oortje alleen mijn eigen stem, hoe komt dat toch?”

Hinderlijk was wel dat ik ook in mijn vakantie over Geert Wilders moest nadenken. Vanaf de stranden en campings in Europa lichtte de richtingenstrijd rond hem weer op als een allesverterend vuur. Was Geert wel of niet (in)direct verantwoordelijk voor de gruweldaden van Anders Breivik?

Ik vond het te veel (on)eer voor Geert. Geert is niet God. Ja, ik moet bekennen dat ik niet aan Geert, maar aan Hem het eerst moest denken toen ik die zaterdagmorgen de tv aanzette en de gruwelijke feiten vernam. „Zie je wel, je bestaat niet”, was mijn instinctieve reactie, „anders had je dit nooit laten gebeuren.”

Het was de woede van iemand die lang geleden van zijn geloof gevallen was, maar op zijn zwakste momenten nog altijd ergens in het universum naar een boosdoener zocht die hij van alles de schuld kon geven.

God nog an toe.

In het dagboek (26 januari 1906) van de Franse schrijver Jules Renard kwam ik die dagen een ontboezeming tegen waarin ik me helemaal kon vinden.

„Ik ben bereid te geloven in alles wat ze maar willen, maar de gerechtigheid op deze wereld maakt niet dat ik me gerust voel op de gerechtigheid in de andere. God zal, ben ik bang, ook daar blunders begaan: de slechten zal Hij in het Paradijs opnemen en de goeden in de Hel smijten. Een kat die 24 van de 24 uur ligt te slapen, is misschien het meest geslaagde dat uit Gods handen is gekomen. […] Of Hij bestaat weet ik niet, maar als Hij zijn eer wil redden, was het beter dat Hij niet bestond.’”

    • Frits Abrahams